Max Verstappen is ingehaald door een traag bestelbusje: over de portretrechten van de topsporter

Als topsporter – of je nu doet aan voetbal, handbal, judo of esports – geniet je vaak veel bekendheid en heb je een grote fanbase. Daarom willen veel bedrijven topsporters gebruiken in hun reclame-uitingen.  Als topsporter hoef je dat niet zomaar toe te staan, omdat je een zogenaamd “verzilverbaar portretrecht” hebt. Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk zijn er vaak discussies over het portretrecht van sporters. In dit artikel leg ik uit welke rechten topsporters hebben en wat zij kunnen doen om die rechten te beschermen.

Wat is een verzilverbaar portretrecht?

Blijkens de Memorie van Toelichting bij de Auteurswet is een portret “een afbeelding van het gezicht van een persoon, met of zonder verdere lichaamsdelen, ongeacht de wijze waarop die afbeelding zichtbaar is.” In 2003 breidde de Hoge Raad het portretbegrip uit door te oordelen dat er ook sprake kan zijn van een portret wanneer een gezicht geheel of gedeeltelijk onherkenbaar wordt gemaakt. Ook zonder een gezicht kan uit een afbeelding namelijk de identiteit van een persoon blijken. Zolang iemand dus herkenbaar in beeld komt, kan er al sprake zijn van een beschermd portretrecht.

Volgens vaste rechtspraak kan iemand (zoals een topsporter) herkend worden:

  • wanneer het gezicht van iemand wordt afgebeeld;
  • wanneer bepaalde gelaatstrekken juist niet afgebeeld zijn;
  • als de persoon in kwestie een typerende lichaamshouding heeft; en
  • wanneer andere afgebeelde zaken leiden tot een bepaalde identiteit.

Het wettelijk portretrecht is dus een behoorlijk breed begrip. Maar niet ieder portretrecht is ook een verzilverbaar portretrecht. Van een verzilverbaar portretrecht is pas sprake indien iemand normaal een vergoeding kan vragen voor de openbaarmaking van hun portret. Dit zal voor bijna alle topsporters het geval zijn!

Geen toestemming, dus schadevergoeding

Wanneer je als topsporter met een verzilverbaar portretrecht geen toestemming hebt gegeven voor het gebruik van jouw portret en jouw portret wordt toch gebruikt, kan je een schadevergoeding vorderen.

Het maakt daarbij dus niet uit op welke wijze het portret wordt afgebeeld. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de zaak tussen voormalig profvoetballer Edgar Davids tegen de ontwikkelaar van het populaire computerspel League of Legends (Riot Games). Riot Games introduceerde een virtueel karakter in hun game die bekend stond als ‘Striker Lucian’. Striker Lucian liet zich, net als Edgar Davids, kenmerken door een donkere huidskleur, een sportief postuur, een agressieve speelstijl, dreadlocks, een sportbril en een voetbaluniform. Deze gelijkenis maakte dat Riot Games inbreuk maakte op het commerciële portretrecht van Edgar Davids en dat er door de voormalig profvoetballer dus een schadevergoeding gevorderd kon worden.

Mogen lookalikes wel?

Vroeger was niet duidelijk of men (zonder toestemming) wel gebruik gemaakt mocht maken van lookalikes. Sinds een uitspraak van de rechtbank Breda uit 2005 in een zaak over het portretrecht van Katja Schuurman staat echter vast ook wanneer er gebruik wordt gemaakt van lookalikes sprake kan zijn van een inbreuk op een verzilverbaar portretrecht. In die zaak werd ook een beroep op een parodie – die in beginsel wel zijn toegestaan – verworpen omdat “in het onderhavige geval van een parodie geen sprake kan zijn omdat commerciële concurrentiemotieven een doorslaggevende rol hebben gespeeld en duidelijk sprake is van verwarringsgevaar, terwijl een parodie zich kenmerkt door het ontbreken van concurrentiemotieven en het ontbreken van verwarringsgevaar”.

Een heel duidelijke uitspraak. En deze lijn werd ook door de rechtbank Amsterdam gevolgd in de zaak van Formule 1 coureur Max Verstappen tegen online supermarkt Picnic. In die zaak speelde het volgende. Max Verstappen was te zien in een reclame van supermarktketen Jumbo. In die reclame bracht de coureur in zijn Formule 1 raceauto boodschappen rond onder het motto “snel besteld, snel bezorgd”. Vervolgens maakte Picnic een reclame waarin een lookalike van Max Verstappen in Red Bull- kleding in een oude bestelbus boodschappen rondbracht voor Picnic onder het motto “als je op tijd bent hoef je niet te racen”. Volgens de rechtbank Amsterdam kon dit niet door de beugel. Picnic werd daarom door de rechtbank veroordeeld tot een schadevergoeding van maar liefst € 150.000,-.

De sage rondom de portretrechten van Max Verstappen ging echter verder. Er werd hoger beroep ingesteld door Picnic. En in hoger beroep gebeurde er wat “onverwachts”: volgens het Gerechtshof maakte Picnic geen inbreuk op het portretrecht van Verstappen, omdat het volgende het Gerechtshof overduidelijk was dat het ging om een persiflage en niet om de coureur zelf. De vordering van Verstappen werd daarom alsnog afgewezen. Zo verloor Max toch nog van een oude bestelbus!

Wordt jouw portretrecht zonder toestemming gebruikt?

Maak dan snel een afspraak met mr. Nick Poggenklaas, advocaat sportrecht op onze vestiging in Alkmaar (tel: 072 – 512 13 00 of e-mail: n.poggenklaas@vandiepen.com). Nick zal dan samen met jou beoordelen of jouw portretrecht verzilverbaar is. Zo ja, dan helpt Nick ook bij het vaststellen en het verhalen van de schade!