Brengt de ketenregeling in de Wet Werk en Zekerheid de amateursport in verlegenheid?

Per 1 juli 2015 zal met de nieuwe Wet Werk en Zekerheid ook de ketenregeling worden gewijzigd. Hiermee wordt beoogd de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Of dit positief uitwerkt voor de amateursport valt echter te bezien.

De ketenregeling

De ketenregeling, zoals omschreven in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek, regelt dat elkaar opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten op een zeker moment overgaan in een vaste arbeidsovereenkomst. Tot 1 juli 2015 is dat het geval bij meer dan drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of (bij een minder aantal) als een periode van drie jaar wordt overschreden. Tijdelijke arbeidsovereenkomsten worden als opeenvolgend gezien indien zij elkaar met een tussenpoos van drie maanden of minder opvolgen. Bij collectieve arbeidsovereenkomst (cao) kan hiervan worden afgeweken.

Cao en ketenregeling

Om te voorkomen dat tijdelijke arbeidsovereenkomsten zullen overgaan in een dienstverband voor onbepaalde tijd, is in veel cao’s van de mogelijkheid gebruik gemaakt om ten nadele van de werknemer af te wijken van de ketenregeling. De sportsector vormt hierop geen uitzondering. Zo is in artikel 6 van de Cao voor Contractspelers Betaald Voetbal Nederland bepaald dat alle tussen dezelfde partijen aangegane arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die elkaar opvolgen met tussenpozen van minder dan drie maanden, steeds blijven gelden als aangegaan voor bepaalde tijd. Ook de Cao Beroepsrenners Nederlandse Wielerploegen en de Cao Sport¹ kennen een soortgelijke bepaling, waardoor geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.

Standpunt regering

Volgens de regering biedt de huidige regeling te veel mogelijkheden om werknemers structureel en langdurig in te schakelen op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Om een flexibelere arbeidsmarkt te creëren wordt de regeling hervormd. Vanaf 1 juli 2015 zal in de nieuwe ketenregeling de tussenpoos, waarbij arbeidsovereenkomsten als opeenvolgend kunnen worden gezien, worden verlengd van drie naar zes maanden. Ook zal de maximumtermijn van de ketenregeling worden teruggebracht van drie naar twee jaar. Verder zal de afwijkingsmogelijkheid bij cao aan een maximum worden gebonden. Waar nu nog onbeperkt kan worden afgeweken, geldt na 1 juli 2015 dat afwijking bij cao enkel nog in bijzondere omstandigheden voor bepaalde functies kan. De betreffende functies dienen dan bij ministeriële regeling te zijn aangegeven.

Om hiervoor in aanmerking te komen, moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Allereerst dient het te gaan om functies in een bedrijfstak waarvan het reeds bestendig gebruik is dat deze worden verricht op grond van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Ten tweede dient het zowel vanwege de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering als van die functies noodzakelijk te zijn om de arbeid te verrichten op grond van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Kamervragen over te verwachten effecten Wet Werk en Zekerheid

Op 11 december 2014 hebben de Tweede Kamerleden Van Veen en Mulder (beiden VVD) vragen aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gesteld over de te verwachten effecten van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid en de daarin opgenomen ketenregeling voor de amateursport.

Op 5 februari 2015 heeft Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vragen beantwoord. In zijn antwoorden heeft de Minister aangegeven dat hij bij de KNVB en NOC*NSF heeft toegelicht wat de wijziging van de ketenregeling gaat inhouden. Op basis daarvan hebben de KNVB en NOC*NSF verzocht bij ministeriële regeling een uitzondering te maken voor de functies van contractspelers, trainer/coaches, (assistent)scheidsrechters in het Nederlandse profvoetbal en voor de functies van bondstrainers en technisch directeuren. De Minister heeft aangegeven dat deze functies voldoen aan de gestelde voorwaarden en bij ministeriële regeling zullen worden aangewezen, zodat de ketenregeling bij cao voor deze functies buiten toepassing kan worden verklaard.

Gevolgen Wwz voor amateursport

Heel veel (amateur)sportverenigingen vallen echter niet onder de werking van een cao. Hoewel het onder het oude recht ook niet mogelijk was om ten nadele van de ketenregeling af te wijken, bood voor veel sportverenigingen de drie maanden termijn soelaas. Door eens in de drie jaar tussen opeenvolgende arbeidsovereenkomsten een tussenpauze van meer dan drie maanden te gelasten (vaak in de zomerperiode), werd getracht te voorkomen dat tussen de betreffende organisatie enerzijds en de coaches/trainers en/of sporters anderzijds een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstond.

Vanaf 1 juli 2015 is dit echter niet meer mogelijk. Doordat in de nieuwe regeling deze termijn wordt opgerekt naar zes maanden en bovendien al na twee jaar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, wordt deze constructie ernstig bemoeilijkt en zal eerder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Bovendien zal bij een dienstverband van tenminste twee jaar de werkgever bij beëindiging een zogeheten transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd zijn, zodat een beëindiging of het niet voorzetten van de arbeidsovereenkomst kosten met zich meebrengt.

Erkenning door Minister?

Bij beantwoording van de Kamervragen heeft de Minister dit probleem ook erkend. Waar de Minister echter wel een uitzondering heeft gemaakt voor het betaald voetbal en voor de bondstrainers en technisch directeuren, wijst de Minister ten aanzien van de amateursport er juist op dat er (vooralsnog) goed aan wordt gedaan om te bezien op welke wijze de bedrijfsvoering kan worden aangepast om dergelijke problemen te voorkomen. Een concrete oplossing heeft de Minister echter niet aangedragen.

Naar de eventuele gevolgen voor de (amateur)sportverenigingen is het vooralsnog dan ook raden. Uit het op 9 december 2013 gepubliceerde onderzoek van TNS NIPO en het Financieele Dagblad volgt dat onder het nieuwe recht 25% van de werkgevers eerder afscheid zal gaan nemen van hun werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Slechts 4% van de werkgevers zou bereid zijn deze werknemers eerder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden.

Groter verloop van personeel

Indien de geschetste gevolgen uit het onderzoek zullen intreden, zal dit voor de (amateur)sportverenigingen tot gevolg hebben dat er een veel groter verloop zal zijn van personeel, waarbij kennis en kwaliteit makkelijker de deur uitloopt. Ook is het waarschijnlijk dat er alsdan minder in kennis en scholing wordt geïnvesteerd. Voor zover (amateur)sportverenigingen zullen gaan kiezen voor meer vaste arbeidsovereenkomsten zullen de verenigingen worden geconfronteerd met verplichte transitievergoedingen en de daarbij behorende ontbindingsproblematiek.

Voor de werknemers van de verenigingen zal het bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd makkelijker worden om bij een aantrekkelijker aanbod van een andere vereniging sneller over te stappen. Waar in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden overeengekomen dat tussentijdse opzegging niet mogelijk is, geldt dit niet indien bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In deze situatie kan de werknemer meestal met een opzegtermijn van een maand de arbeidsovereenkomst beëindigen.

Het alternatief voor de (amateur)sportverenigingen blijft om een tussenpoos van zes maanden in acht te nemen, doch dit lijkt onwerkbaar in de amateursport. Een vlucht tegen wil en dank naar het inhuren van een Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’er) ligt dan meer voor de hand. Of de amateursport hierop zit te wachten? De toekomst zal het uitwijzen.

Dit artikel is geschreven door sectie Arbeidsrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Hoorn.

Heeft u vragen over de Wet Werk en Zekerheid of wat de nieuwe ketenregeling voor uw organisatie betekent? Neem dan gerust contact op.