Wet Franchise: zelfstandig ondernemen onder de vlag van een ander

Wie anno 2020 een fastfoodrestaurant wil exploiteren, kan natuurlijk proberen de concurrentie aan te gaan met McDonalds, KFC en Burger King. Deze gevestigde namen zijn echter dusdanig sterk dat die uitdaging voor veel (aspirant-)ondernemers te groot zal zijn. If you can’t beat them, join them…

Hoe groot is franchise in Nederland?

Nederland kent meer dan 34.000 franchisevestigingen met een gezamenlijke jaarlijkse omzet van meer dan 55 miljard euro. De Nederlandse franchisesector is in 2019 met 10% gegroeid ten opzichte van 2018. Behalve horeca en supermarkten, worden ook steeds vaker franchiseovereenkomsten gesloten in de bredere detailhandel, de zorg en de dienstensector. Sportscholen werken ook vaak volgens een franchiseformule.

De nieuwe Wet Franchise

Vanwege de veelal ongelijke machtsverhouding tussen franchisegevers enerzijds en franchisenemers anderzijds, heeft de Tweede Kamer op 16 juni 2020 met algemene stemmen de Wet Franchise aangenomen. Twee weken daarna is de wet als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. Met deze wet wordt als volgt beoogd de positie van franchisenemers meer in balans te brengen met die van de franchisegever:

  • Uitgebreide informatieverplichtingen voor franchisegever, voorafgaand aan een bedenktermijn van 4 weken voor franchisenemer, om de voorgelegde formule en overeenkomst af te wegen;
  • Ook bij wijzigingen in de formule dient franchisegever haar franchisenemers tijdig en volledig voor te lichten over de mogelijke financiële consequenties van deze wijzigingen;
  • Onder omstandigheden is voor zulke wijzigingen instemming van de franchisenemers vereist;
  • De franchiseovereenkomst moet duidelijk bepalen wat er na beëindiging gebeurt met de goodwill die door franchisenemer is opgebouwd onder de vlag van franchisegever;
  • Non-concurrentiebedingen mogen na beëindiging nog maximaal 1 jaar duren, moeten nodig zijn ter bescherming van de goodwill, en worden materieel en geografisch beperkt in reikwijdte.

Van de bepalingen in de Wet Franchise mag niet worden afgeweken ten nadele van de franchisenemer. Hierin klinkt het doel van de wet duidelijk door: veelal heeft franchisegever een machtspositie ten opzichte van franchisenemer. Hierdoor kan franchisegever in de onderlinge relatie makkelijker zijn belangen behartigen dan franchisenemer en die belangen lopen lang niet altijd parallel. Dat is vooral evident waar het gaat om de vergoeding die de zelfstandig ondernemer dient af te dragen aan franchisegever voor het gebruik van het logo en de naamsbekendheid.

Albert Heijn vs. 240 Albert Heijns

Een recente casus waarin de ongelijke machtsverhouding duidelijk aan bod komt, staat in een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2618). Er was onenigheid ontstaan over de vergoedingen die 240 supermarkteigenaren moesten afstaan aan Albert Heijn, om volgens de formule van Albert Heijn te mogen opereren.

Het geschil had betrekking op de uitleg van de franchiseovereenkomst. Albert Heijn betoogde dat deze zo objectief en taalkundig mogelijk moest worden uitgelegd volgens de zogenaamde cao-norm. Albert Heijn meende dat er een analogie met cao’s bestond in de omstandigheid dat zij al sinds 1989 één standaard franchiseovereenkomst hanteert voor al haar franchisenemers. Hierbij werd ook benadrukt dat deze standaard franchiseovereenkomst niet onderhandelbaar is – net zoals een individuele werknemer niet een cao kan heronderhandelen.

Hoe worden franchiseovereenkomsten geïnterpreteerd?

Het hof wees het argument van Albert Heijn af en interpreteerde de franchiseovereenkomst volgens de algemene Haviltex-norm. Die houdt in dat de tekst van een overeenkomst wordt geïnterpreteerd in de bredere context van de zin die partijen redelijkerwijs aan de overeenkomst mochten toekennen en hetgeen partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Ook de onderlinge machtsverhouding tussen partijen wordt daarbij vaak meegewogen. Zo interpreteren rechters onduidelijke huurbedingen eerder in het voordeel van de huurder, de relatief zwakkere partij. De verhuurder wordt verondersteld meer kennis van het huurrecht te hebben dan de huurder.

Er was dus in dit arrest ook ruimte om te oordelen dat Albert Heijn een machtspositie had ten opzichte van haar franchisenemers. Het hof heeft dit argument van de 240 franchisenemers echter naast zich neergelegd, door er slechts op te wijzen dat deze vraag niet hoefde te worden beantwoord om het onderhavige geschil te beslechten.

Brengt de Wet Franchise de scheve machtsverhouding in balans?

De Wet Franchise is met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer en als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. Hiermee is duidelijk geworden dat het doel van de Wet Franchise van links tot rechts wordt nagestreefd.

De positie van de franchisenemer wordt aanzienlijk versterkt, zodat deze weloverwogen besluiten neemt en ook de gelegenheid krijgt om zich te uiten over besluiten van de franchisegever. Immers is het bijvoorbeeld voor een ondernemer die contractueel gebonden is aan de AH huisstijl zeer relevant om tijdig op de hoogte te zijn van een plan om de kenmerkende blauwe huisstijl te vervangen.

Dankzij de Wet Franchise moet elke franchiseovereenkomst bepalen hoe groot de financiële consequenties van voorgenomen formulewijzigingen voor franchisenemers moeten zijn, voordat de franchisegever hun instemming nodig heeft om zulke wijzigingen door te voeren. Een dergelijk drempelbedrag zou een potentieel struikelblok kunnen worden in onderhandelingen.

Hoe zal de Wet Franchise in de praktijk uitpakken?

Meer in algemene zin bevat de Wet Franchise nog relatief veel open normen, die nader zullen moeten worden ingevuld in de jurisprudentie. Bovendien bevat de Wet Franchise, ondanks negatief advies van de Raad van State, een bevoegdheid waarmee de regering bij algemene maatregel van bestuur nadere invulling kan geven aan de informatieverplichtingen van franchisegever.

In de komende jaren zal moeten blijken hoe de Wet Franchise in de praktijk zal worden toegepast door rechters en regering. Vooralsnog is de Wet Franchise in ieder geval een stap in de goede richting om de machtsverhouding tussen franchisegevers en franchisenemers meer in evenwicht te brengen.

De wet zal naar verwachting op 1 januari 2021 in werking treden. Daarna hebben franchisegevers nog twee jaar de tijd om hun franchiseovereenkomst met de Wet Franchise in lijn te brengen. Na deze overgangsperiode moeten franchiseovereenkomsten, ook indien afgesloten vóór inwerkingtreding, voldoen aan een aantal vereisten van de Wet Franchise. Bij het aangaan van franchiseovereenkomsten loont het daarom om nu alvast voor te sorteren op deze nieuwe wet en ervoor te zorgen dat ze worden opgesteld in overeenstemming met de Wet Franchise.

Meer informatie?

Als u vragen heeft over de Wet Franchise, advies zoekt bij het opstellen of afsluiten van een franchiseovereenkomst, dan wel het procederen over een franchiseovereenkomst, neem dan contact op met Daan van Lier, advocaat Ondernemingsrecht en M & A / Fusies en overnames bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Amsterdam.