Nieuw bewijs! Persbericht erven Lewenstein/Stedelijk Museum inzake roofkunst

In de procedure bij de rechtbank Amsterdam hebben de erfgenamen Lewenstein een vordering ingesteld tegen de gemeente Amsterdam en het Stedelijk Museum. De erven Lewenstein vorderen dat het schilderij van Wassily Kandinsky ‘Bild mit Häusern’ (1909) aan hen wordt teruggegeven. De Restitutiecommissie heeft in 2018 geoordeeld dat geen recht op teruggave zou bestaan. Tegen dit oordeel richt zich de procedure bij de rechtbank. Van Diepen Van der Kroef Advocaten heeft in oktober 2019 de vertegenwoordiging van de erven Lewenstein (vertegenwoordigd door Mondex Corporation, James Palmer) op zich genomen. Vandaag is door Van Diepen Van der Kroef een belangrijk processtuk ingediend. Daarin komt aan de hand van nieuwe stukken het volgende aan de orde.


Wassily Kandinsky ‘Bild mit Häusern’ (1909)

De Restitutiecommissie heeft in haar oordeel ten onrechte zwaarwegende aannames gemaakt die niet door de feiten worden gedragen en in strijd zijn met het Nederlands restitutiebeleid, zoals dat onder andere is geformuleerd door de commissie Ekkart. Deze commissie heeft bepaald dat verkoop van kunstwerken door Joodse particulieren in Nederland vanaf 10 mei 1940 wordt beschouwd als gedwongen verkoop, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Dit uitgangspunt is door de Restitutiecommissie omgedraaid. Voor de goede orde, het Kandinsky-schilderij is op 8/9 oktober 1940 in Amsterdam geveild en door het Stedelijk Museum gekocht voor 160 gulden, een fractie van de toenmalige waarde.

Het Stedelijk Museum heeft bij de verwerving niet te goeder trouw gehandeld. Het Stedelijk Museum heeft bijvoorbeeld voor de veiling prijsafspraken gemaakt met een andere bieder. In een eigen onderzoek naar de verwerving door het Stedelijk Museum zijn feiten buiten beschouwing gelaten en is de schijn gewekt dat grondig onderzoek zou zijn verricht, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was.

De Restitutiecommissie was – naar nu is gebleken – niet onbevooroordeeld. Drie tot vier van de zeven leden van de Restitutiecommissie hebben een bijzondere band met het Stedelijk Museum, zodanig dat hun onafhankelijkheid ter discussie staat. Deze leden hadden om die reden niet mogen meewerken aan het oordeel van de Restitutiecommissie en hadden zich moeten verschonen. Dit vormt een fundamentele schending van de procesorde, ten nadele van de erven Lewenstein, direct in het voordeel van het Stedelijk Museum. Eén en ander wordt bevestigd in een onafhankelijk deskundigenrapport van een Nederlandse hoogleraar van de Universiteit Utrecht.

De erven Lewenstein zijn er van overtuigd dat het oordeel van de Restitutiecommissie in rechte geen stand houdt en dat de rechtbank dit oordeel zal vernietigen.

De erven Lewenstein begrijpen niet dat het Stedelijk Museum roofkunst in haar bezit houdt en wil blijven houden. Het Stedelijk Museum verschuilt zich ten onrechte achter het oordeel van de Restitutiecommissie, waar zwaarwegende bezwaren aan kleven.

Voor nader informatie kunt u contact opnemen met:

Prof. dr. A. Hagedorn (Van Diepen Van der Kroef)

Amsterdam, 14 januari 2020

pdf-bestand van dit bericht