Inlichtingenplicht in faillissement

Weet u wat de verplichtingen zijn van een failliet of bestuurder van een failliete vennootschap? Als men privé of met een vennootschap failliet wordt verklaard kan er heel wat op de failliet afkomen. De rechtbank benoemd een rechter-commissaris en stelt een curator aan. Een curator kan soms letterlijk bij de failliet binnen vallen en verwacht medewerking van de failliet bij de behandeling van het faillissement. Wat houdt die medewerking in?

Inlichtingenplicht

Op de gefailleerde (of bij het faillissement van een rechtspersoon op de bestuurders en commissarissen) rust ex artikel 105 Fw een inlichtingenplicht jegens de rechter-commissaris, de curator of de commissie uit de schuldeisers. De gefailleerde is gehouden om alle (mondelinge en/of schriftelijke) informatie te verschaffen die nodig is voor een goede, rechtvaardige afwikkeling van het faillissement.

Er wordt een pro-actieve houding van de gefailleerde verwacht. Zo dient hij uit eigen beweging inlichtingen te verschaffen, onverschillig uit welke hoofde de failliet de informatie heeft verkregen. Daarnaast is het overleggen van de administratie aan de curator een essentieel onderdeel van de inlichtingenplicht. Een gefailleerde moet alle relevante gegevensdragers als computers, laptops een harde schijf, met middelen om deze leesbaar te maken, aan de curator overdragen.

Schending van de inlichtingenplicht

Wat kan er gebeuren als niet wordt voldaan aan de inlichtingenplicht? De schending van de inlichtingenplicht is op grond van artikel 194 Sr een strafbaar feit. Daarnaast heeft de wetgever de rechter-commissaris, de curator en de commissie uit de schuldeisers een verstrekkend dwangmiddel gegeven tegen plichtsverzuim van de gefailleerde. Zij kunnen ex artikel 87 Fw verzoeken de gefailleerde in gerechtelijk bewaring te laten stellen. Het betreft alsdan een gijzeling die ertoe dient om van de gefailleerde inlichtingen te verkrijgen.

In de praktijk zal de curator in eerste instantie de rechter-commissaris verzoeken om de failliet op te roepen voor verhoor om voor de rechter-commissaris inlichtingen te verschaffen. Indien de failliet geen gehoor geeft aan de oproep zal de rechter-commissaris doorgaans de rechtbank verzoeken om een bevel tot gerechtelijke inbewaringstelling. De failliet zal (opnieuw) worden opgeroepen om te verschijnen bij de rechtbank om worden te worden gehoord op het verzoek. Mocht de rechtbank een bevel tot inbewaringstelling geven dan zal het bevel door het Openbaar Ministerie ten uitvoer worden gelegd.

Bestuursverbod

Sinds 1 juli 2016 heeft de curator bij schending van de informatieplicht door de bestuurder van een failliet ook de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken een bestuursverbod op te leggen aan de bestuurder. De bestuurder moet ex artikel 106a lid 1 sub c Fw in ernstige mate tekortgeschoten hebben in de nakoming van zijn informatie- en medewerkingsverplichtingen jegens de curator. De curator moet wel een (vormvrij) verzoek aan de bestuurder hebben verricht, zodat geen misverstand kan bestaan over de verplichting. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod wordt opgelegd kan gedurende een termijn van maximaal vijf jaren niet als bestuurder of commissaris van een private rechtspersoon fungeren.

Het verschaffen van inlichtingen is derhalve een serieus te nemen plicht van de (bestuurder van) failliet, waar niet lichtvoetig mee om moet worden gegaan. Het niet nakomen van deze plicht kan zelfs leiden tot inbewaringstelling of een bestuursverbod, waar geen enkele (bestuurder van) gefailleerde op zit te wachten.

Dit artikel is geschreven door Frances Eikenhorst, advocaat insolventierecht bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Haarlem.