De rollen omgekeerd: bepaalt de “gewone” werknemer nu de hoogte van de beloning van het management?

De laatste jaren is er veel ophef geweest over enorm hoge beloningen voor de topfunctionarissen binnen grote bedrijven, terwijl het “gewone” personeel vaak geen of slechts een hele kleine loonsverhoging mocht verwachten. Politiek Den Haag heeft hierop actie ondernomen. Het personeel (de OR) van een onderneming moet volgens de politiek meer inspraak krijgen in de hoogte van de beloning van de bestuurders. De Eerste Kamer heeft inmiddels ingestemd met een wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden die dit moet bewerkstelligen. Het is nu dus wachten op de datum waarop de wetswijziging in werking treedt.

De OR krijgt meer bevoegdheden

Op basis van de huidige Wet op de Ondernemingsraden zou een OR informatie moeten krijgen over arbeidsvoorwaardelijke regelingen van medewerkers en over beloningsafspraken van het bestuur. Na de inwerkingtreding van de nieuwe wet zal een ondernemer deze regelingen en afspraken ook daadwerkelijk met de OR moeten bespreken. De discussie tussen de OR en de ondernemer over de wijze waarop het bestuur van een onderneming betaald wordt, moet minimaal één keer per jaar plaats gaan vinden. De OR krijgt echter geen adviesrecht (in de zin van art. 25 WOR) of een instemmingsrecht (in de zin van art. 27 WOR) ten aanzien van de beloningsafspraken van het bestuur. Het verstrekken van informatie en het voeren van een jaarlijkse discussie is dus voldoende.

Alleen voor grote ondernemingen

De wetswijziging gaat alleen gelden voor grote ondernemingen. Dat wil zeggen voor ondernemingen met meer dan 100 werknemers. Niet alle ondernemingsraden krijgen dus extra bevoegdheden door de op handen zijnde wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden. Een ondernemingsraad moet immers al worden ingesteld wanneer er 50 personen in de onderneming werkzaam zijn.

In dat kader is het goed om erop te wijzen dat het instellen van een OR een harde verplichting is voor een ondernemer. Op het moment dat er problemen binnen een onderneming ontstaan en er geen OR is maar wel had moeten zijn, komt een werkgever niet weg met argumenten als “er was altijd onvoldoende animo onder het personeel voor een OR”. Als ondernemer wordt er door een rechter simpelweg van u verwacht dat u bij 50 personeelsleden een OR instelt.

En niets is geheim!

In de memorie van toelichting bij de wetswijziging is het verder niet de bedoeling dat de leden van de OR een geheimhoudingsverplichting hebben over de hoogte van de beloning van bestuurders. De OR moet de informatie over de beloning van bestuurders met hun achterban kunnen bespreken. In de memorie van toelichting valt namelijk te lezen:

“Daar hoort bij dat de OR duidelijke cijfers aangeboden krijgt, volledig en gestructureerd, waaruit bijvoorbeeld blijkt hoe de beloningssituatie zich ontwikkelt ten opzichte van vorige jaren. Daar hoort eveneens bij dat bedrijven/bestuurders zich niet (onnodig) beroepen op geheimhouding, zodat de OR dit onderwerp ook met de achterban kan bespreken.”

De rollen niet écht omgekeerd

Al met al moet dus worden geconcludeerd dat de rollen niet écht worden omgekeerd. De OR van grote ondernemingsraden krijgen slechts een “bespreekrecht” als het gaat om de beloningen van het management, maar geen advies- en/of instemmingsrecht. De “gewone” werknemer gaat dus ook niet bepalen op welke wijze het management wordt beloond. De wetswijziging is daarmee voor bestuurders (wellicht) vervelend, maar lijkt niet onoverkomelijk.

Meer weten?

Heeft u meer vragen over medezeggenschapsrecht, over (het instellen van) een ondernemingsraad of over de rechten en plichten van een ondernemingsraad? Neem dan gerust (vrijblijvend) contact op! Dit artikel is geschreven door mr. Nick Poggenklaas (advocaat arbeids– en sportrecht) en mr. Roelie Conijn (advocaat arbeidsrecht), beide werkzaam bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten te Alkmaar.