Het recht om vergeten te worden

Het internet speelt een steeds grotere rol in ons leven. Mensen plaatsen te pas en te onpas allerlei persoonlijke informatie op internet en social media. Het lijkt er wel eens op of deze personen geen waarde hechten aan hun privacy. Het spiegelbeeld, te weten personen die willen dat persoonlijke informatie niet meer vindbaar is op internet, komt inmiddels ook steeds vaker voor. Deze personen doen dan een beroep op het zogenaamde ‘vergeetrecht’. Sinds een uitspraak van de Europese rechter in 2014 hebben verzoeken van individuen tot verwijdering van hun persoonsgegevens op internet een ware vlucht heeft genomen.

Arrest Hof van Justitie van 13 mei 2014 (Google/Costeja González)

In een baanbrekend arrest uit 2014 oordeelde het Hof van Justitie van de EU over de vraag of van een exploitant van een zoekmachine kan worden verlangd dat resultaten van zoekopdrachten op een bepaalde persoonsnaam worden onderdrukt. Het Hof overwoog in de eerste plaats dat een zoekmachine activiteiten verricht die zijn aan te merken als ‘verwerking van persoonsgegevens’. Daarnaast overwoog het Hof dat de exploitant van de zoekmachine (Google) verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens in de zoekmachine. Ten aanzien van het verzoek tot verwijdering van zoekresultaten stelde het Hof dat de exploitant van de zoekmachine (Google) onder bepaalde voorwaarden verplicht is om de resultatenlijst die na een zoekopdracht op de naam van een persoon wordt weergegeven te verwijderen. Dat kan zelfs als de publicatie op de betreffende webpagina’s op zich rechtmatig is. Het Hof stelde verder dat sprake is van een belangenafweging waarbij moet worden gekeken naar de aard van de betrokken informatie en de gevoeligheid ervan voor het privéleven van het individu en het belang van het publiek om over deze informatie te beschikken. Het Hof oordeelde verder dat het privacybelang van het individu in beginsel zwaarder weegt dan het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine bij de gegevensverwerking en het belang van internetgebruikers om toegang te krijgen tot de betreffende zoekresultaten. Google moest de gegevens van Mario Costeja González dan ook verwijderen. Triviale bijkomstigheid is overigens wel dat de heer Costeja González die vergeten wilde worden, door deze baanbrekende uitspraak tot in lengte van dagen bekend zal blijven.

Explosie van aantal verzoeken tot verwijdering persoonsgegevens

Google biedt inmiddels via een online formulier de mogelijkheid om te vragen om bepaalde zoekresultaten te verwijderen. Google geeft aan na het hiervoor besproken arrest van het Hof van Justitie een ware stroom van verwijderingsverzoeken te hebben gekregen. Alleen al in Nederland verzochten in het jaar daarop circa 15.000 personen om één of meer zoekresultaten te verwijderen. Wereldwijd zou het gaan om maar liefst 1,4 miljoen verzoeken. Overigens worden de verzoeken in veruit de meeste gevallen (circa 60%) door Google afgewezen. In dat geval staat uiteraard de weg open naar de rechter. Google wordt dan ook inmiddels geregeld in rechte betrokken in geval van afgewezen verwijderingsverzoeken.

Arrest Hoge Raad van 24 februari 2017 (Eiser tegen Google)

Zo ook in een zaak die werd aangespannen over een aflevering van het programma ‘Misdaadverslaggever” van Peter R. de Vries uit 2012 waarin een persoon met een (vermeende) huurmoordenaar bespreekt hoe deze een concurrent het beste kan (laten) liquideren. Deze persoon had bij Google het verzoek ingediend om de zoekresultaten naar de betreffende aflevering te verwijderen. Omdat Google weigerde, stapte hij naar de rechter. In een kort geding dat volgde, wees de voorzieningenrechter de vorderingen af. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde vervolgens dat vonnis van de voorzieningenrechter.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 februari 2017 de uitspraak van het hof Amsterdam vernietigd, omdat het hof niets heeft vastgesteld omtrent het belang van het publiek om informatie over de veroordeling van eiser te krijgen bij het zoeken op eisers volledige naam. Evenmin doet het hof Amsterdam enige vaststelling omtrent hetgeen in dit verband van belang kan zijn, zoals met name of eiser een rol in het openbare leven speelt en, zo ja, welke. Het enkele feit dat eiser in eerste aanleg is veroordeeld wegens een ernstig misdrijf en dat sprake is geweest van publiciteit is daartoe onvoldoende, aldus de Hoge Raad. Evenmin heeft het hof Amsterdam (de aard en omvang van) het belang van eiser nader vastgesteld, waaronder dat diens veroordeling niet onherroepelijk is, laat staan dat het heeft onderzocht waar in dit geval het evenwicht moet worden gezocht tussen het belang van eiser en dat van het publiek. De Hoge Raad heeft de zaak nu verwezen naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Op 25 mei 2018 treedt een algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking. Nu heeft elke lidstaat nog een eigen privacywet. Deze wetten zijn overigens wel allemaal gebaseerd op de Europese privacyrichtlijn uit 1995, die met de inwerkintreding van de AVG op 25 mei 2018 zal worden ingetrokken. De privacyrichtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de vorm van de Wet bescherming persoonsgegevens. De artikelen 36 en 40 Wbp bieden de mogelijkheid om te verzoeken om persoonsgegevens te verwijderen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt. Vanaf 25 mei 2018 geldt in Europa nog maar één privacywet (de AVG) en komt de Wbp te vervallen.

Het vergeetrecht is inmiddels een belangrijk recht dat burgers in geheel Europa in veel gevallen bescherming biedt tegen de ongewenste vindbaarheid – via zoekmachines – op internet. Internetbedrijven gaan daar mogelijk vaker mee te maken krijgen. Zoals hiervoor al ter sprake kwam, zal bij geschillen het privacybelang van het individu in beginsel zwaarder wegen dan de economische belangen van de exploitant van de zoekmachine en het belang van internetgebruikers om toegang te krijgen tot de zoekresultaten. Met de inwerkintreding van de AVG zal in heel Europa een uniforme privacywetgeving gelden. Bedrijven die zich niet aan de regels houden kunnen door de toezichthoudende autoriteit een administratieve geldboete opgelegd krijgen. Die geldboete kan oplopen tot maximaal 4% van de totale wereldwijde jaaromzet. Dat zal bedrijven in de toekomst nog in een lastig pakket kunnen brengen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met onze sectie privacyrecht.