Axel Hagedorn: Grote onzin om videoscheidsrechter ter discussie te stellen

Stop met het gezeur en voer de videoscheidsrechter direct breed in bij het topvoetbal, vindt Duitsland-expert en advocaat Axel Hagedorn.

Sinds het begin van dit seizoen wordt op het hoogste niveau in de Duitse voetbalcompetitie, de Bundesliga, gebruik gemaakt van de videoscheidsrechter. De discussie laaide meteen hoog op. De scheidsrechters moesten er aan wennen, maar dat gold ook voor het publiek. De onwennigheid ging zelfs zo ver dat er weer stemmen opgingen om het videobewijs maar weer af te schaffen omdat het te onduidelijk is.

Bekerduel toont noodzaak videoscheidsrechter

Maar afgelopen woensdag bleek maar weer eens hoe hard videobewijs nodig is. Het sprankelende bekerduel tussen Bayern München en RB Leipzig – de nummers 1 en 3 van de ranglijst in de Bundesliga – had alles in zich. De scheidsrechter maakte opzichtig een aantal cruciale fouten die de wedstrijd, die Bayern München na een reeks penalty’s met 6-5 won, een andere wending hadden kunnen geven.

De FIFA-scheidsrechter Felix Zwayer kende eerst een penalty toe om vervolgens te beslissen dat de overtreding toch buiten het strafschopgebied had plaatsgevonden. Een duidelijke misser. En videobewijs had dat kunnen aantonen. Helaas geldt de proef met videobewijs niet voor bekerwedstrijden, maar uitsluitend in de Bundesliga.

Vervolgens gaf Zwayer een tweede gele kaart aan een speler van RB Leipzig, waardoor deze met een rode kaart het veld moest verlaten. Leipzig speelde hierdoor 30 minuten van de wedstrijd plus de gehele verlenging, nogmaals 30 minuten, met 10 man. Zwayer kende aan RB Leipzig ook nog een penalty toe, die zeer waarschijnlijk niet zou zijn gegeven als het videobewijs beschikbaar was geweest.

Toevallig moesten gisterenavond de twee teams wéér tegen elkaar spelen. Niet in de beker, maar in de Bundesliga. Al in de elfde minuut van de wedstrijd kwam het videobewijs aan bod na een overtreding op Arjen Robben. De Nederlander was doorgebroken en na het bekijken van de videobeelden werd de verdediger van Leizpig terecht met een rode kaart van het veld gestuurd, omdat hij laatste man was. Daarna was het een makkelijke wedstrijd voor Bayern en wonnen zij met 2-0. Bayern staat nu na het puntenverlies van Borussia Dortmund onder Peter Bosz weer op 1 op de ranglijst.

Creëer level-playing-field

Ik begrijp dus helemaal niet waarom er überhaupt iemand tegen videobewijs kan zijn. Het is niet alleen een kwestie van betrouwbaarheid, maar ook van het creëren van een level-playing-field. In het Duitse voetbal gaat het om zoveel geld, dat foute beslissingen een enorme impact kunnen hebben op de financiën van de voetbalclubs.
Verder moeten we gewoon accepteren dat scheidsrechters ook maar mensen zijn en dus fouten kunnen maken. De behoefte en noodzaak van het videobewijs lijken mij daarmee reeds gegeven.

Videobewijs in de praktijk

Maar hoe gaat het in de praktijk met het videobewijs in Duitsland? Ten eerste zijn de videoscheidsrechters van alle wedstrijden van de Bundesliga altijd op een vaste locatie in een externe studio en dus niet in het desbetreffende stadion. Er zijn slechts vier gebeurtenissen of situaties waarin de videoscheidsrechters mogen ingrijpen vanuit de studio. Bij een doelpunt, situaties in het strafschopgebied, bij een rode kaart en bij verwisseling van spelers.
Als de videoscheidsrechters in de studio van mening zijn dat nogmaals naar een bepaalde situatie moet worden gekeken, krijgt de scheidsrechter op het veld een waarschuwing via zijn oortelefoon. Uiteindelijk beslist altijd de scheidsrechter op het veld. Hij kan ook zelf in het stadion op het videoscherm de desbetreffende situatie opnieuw beoordelen.

Bij andere sporten is het normaal

Uiteraard geeft dit soms enige vertraging, maar ik begrijp de ophef erover helemaal niet. In het Amerikaanse voetbal bijvoorbeeld is het videobewijs al jaren de normaalste zaak van de wereld. Ieder team mag in een wedstrijd twee keer een beslissing van de scheidsrechters op het veld aanvechten en om videobewijs vragen. Anders dan in het Duitse voetbal beslist dus de coach van het desbetreffende team welke beslissing hij wil aanvechten. Als de scheidsrechters een beslissing terugnemen of corrigeren, wordt dit niet ten laste van de twee beschikbare videobewijzen per team gerekend. In het tennis is eveneens op een soortgelijke manier het videobewijs ingevoerd.

De eerlijkheid gebiedt dat het Amerikaanse voetbal sowieso veel meer onderbrekingen kent dan het gewone voetbal, maar de basisgedachte dat scheidsrechters niet onfeilbaar zijn en de enorme economische commerciële belangen in het Amerikaanse voetbal zijn hetzelfde, althans vergelijkbaar.

Kijk naar American Football

Wat in American Football werkt, kan ook worden toegepast in het normale voetbal. Kies voor een soortgelijke regeling waarbij het partijen vrij staat om bijvoorbeeld 2 of 3 keer per wedstrijd per team het videobewijs in te roepen. Nu zie je vaak dat voetballers om het videobewijs vragen, wat eigenlijk niet geoorloofd is en met geel kan worden bestraft. Ze vragen het ook vaak na een situatie wanneer dit niet terecht is.

Maar wanneer de coaches aan de zijkant kunnen beslissen of zij het videobewijs willen inroepen, moeten ze goed afwegen of hun bezwaar kans van slagen heeft. Dat voorkomt eventuele latere discussies omdat je zo de verantwoordelijkheid bij de coaches legt. De pauzes die daardoor ontstaan moet je maar voor lief nemen, want bij blessures en dode spelsituaties ligt de wedstrijd vaak ook minutenlang stil.

Met videobewijs is ook nog eens beter bloot te leggen of wedstrijden worden gemanipuleerd. Wie tegen videobewijs is, moet dus op de koop toenemen dat er geen extra maatregel tegen deze praktijken wordt genomen.

Met het verfijnen van de regels voor videobewijs kan je alle onduidelijkheden weghalen. Dan staat niets meer in de weg om videobewijs standaard in te voeren voor voetbal op topniveau.

Deze column is geschreven voor Duitslandnieuws.nl door Axel Hagedorn, advocaat ondernemingsrecht en Duitse Rechtsanwalt bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Amsterdam. Hagedorn is ook hoogleraar Duits-Nederlandse rechtsbetrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam.