Geen matiging transitievergoeding oudere werknemer

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in zijn uitspraak van 13 juli 2017 het vonnis van de kantonrechter Eindhoven waarin de aan de werknemer toekomende transitievergoeding werd gematigd tot € 25.000,- vernietigd en geoordeeld dat werknemer recht heeft op de volledige transitievergoeding van € 73.514,42. Dat de hoogte van de vergoeding niet in verhouding staat tot het inkomensverlies van circa € 6.000,- dat werknemer zal lijden over de periode van het ontslag tot het moment dat hij over 20 maanden de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, maakt dat niet anders.

Situatie voor invoering van de Wet werk en zekerheid
Tot 1 juli 2015 werd een aan een werknemer toekomende ontslagvergoeding berekend op basis van de kantonrechtersformule. Hierbij waren de gewerkte dienstjaren, de leeftijd van de werknemer, de beloning en de toe te passen correctiefactor bepalend voor de hoogte van de ontslagvergoeding. Om te voorkomen dat een oudere werknemer een hogere ontslagvergoeding zou ontvangen dan de inkomsten die hij bij een doorlopend dienstverband had kunnen krijgen tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, was destijds in artikel 3.5 van de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters een pensioenplafond opgenomen. Hierdoor werd de ontslagvergoeding in beginsel gemaximeerd tot de verwachte inkomstenderving tot aan de redelijkerwijs te verwachten pensioneringsdatum van de werknemer.

Situatie na invoering van de Wet werk en zekerheid
Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid op 1 juli 2015 heeft iedere werknemer die minimaal 24 maanden in dienst is van de werkgever en van wie het dienstverband door of vanwege de werkgever wordt beëindigd, recht op een transitievergoeding. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de gewerkte dienstjaren, de leeftijd van de werknemer en de beloning. Anno 2017 bedraagt de transitievergoeding maximaal een bedrag van € 77.000,- bruto of één jaarsalaris als dat hoger is. Deze transitievergoeding is in plaats gekomen van de vergoeding op basis van de kantonrechtersformule. De vergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag en is anderzijds bedoeld om de overgang naar ander betaald werk te vergemakkelijken.

De werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd aan de oudere werknemer van wie het dienstverband wordt beëindigd in verband met of na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Aan de oudere werknemer die wordt ontslagen met de pensioengerechtigde leeftijd nog in het vooruitzicht moet de werkgever echter de volledige transitievergoeding betalen aangezien – anders dan bij de kantonrechtersformule – geen pensioenplafond van toepassing is. Dat een ontslag van een oudere werknemer in zo’n situatie dan ook vele malen duurder kan uitvallen dan het continueren van het dienstverband tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd ondervond een school uit Brabant onlangs.

Uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 juli 2017
Een docent Frans die 38 jaar werkzaam was geweest werd na twee jaar arbeidsongeschiktheid ontslagen met een ontslagvergunning van het UWV. Aan de docent was een IVA-uitkering toegekend in verband met zijn arbeidsongeschiktheid en voorts maakte hij aanspraak op additionele vergoedingen op grond van de CAO. Aan de kantonrechter te Eindhoven verzocht de werknemer vervolgens onder meer om zijn werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding groot € 73.541,42 bruto.

Omdat de werknemer 20 maanden na het ontslag de AOW-gerechtigde leeftijd zou bereiken rekende de werkgever de kantonrechter voor dat het ontslag – met inachtneming van de uitkering en additionele vergoeding die de werknemer zou ontvangen – een inkomensverlies van ongeveer € 6.000,- zou betekenen voor de werknemer. Volgens de werkgever was de verzochte transitievergoeding van € 73.541,42 bruto dan ook disproportioneel, onaanvaardbaar en een ongerechtvaardigde verrijking ten opzichte van werknemers van wie het dienstverband eindigt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Zij hebben immers geen recht op de transitievergoeding. De kantonrechter ging gedeeltelijk mee in het verweer van de werkgever en matigde de aan de werknemer toekomende transitievergoeding tot een bedrag van € 25.000,- (ECLI:NL:RBOBR:2016:7513).

Ten onrechte, zo oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op het door de werknemer ingestelde hoger beroep (ECLI:NL:GHSHE:2017:3263). Uit de memorie van toelichting bij de wet blijkt dat het niet de bedoeling van de wetgever was om een werknemer die een IVA-uitkering krijgt een lagere transitievergoeding toe te kennen. Ook was het niet de bedoeling van de wetgever om een werknemer die binnen afzienbare tijd de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt een lagere transitievergoeding toe te kennen. Het recht op en de hoogte van de transitievergoeding is door de wetgever uitdrukkelijk niet gekoppeld aan schade of inkomensverlies. Een pensioenplafond ontbreekt in de wettelijke bepalingen over de transitievergoeding. En hoewel het Gerechtshof overweegt dat een dergelijke disproportionaliteit tussen een inkomensverlies van ongeveer € 6.000,- en een vergoeding van ruim € 73.000,- op het eerste gezicht onaanvaardbaar kan lijken, wordt geoordeeld dat zij dat – mede in het licht van de bedoeling van de wetgever – in dit geval niet is. De school wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding van € 73.514,42 bruto aan de werknemer.

Advies: “Bezint eer ge begint”
Denk als werkgever dus goed na over de gevolgen van een ontslag alvorens hiertoe over te gaan. Zo was het in deze situatie waarin na 104 weken arbeidsongeschiktheid geen loondoorbetalingsverplichting meer bestond, waarschijnlijk raadzamer geweest om de arbeidsovereenkomst “slapend” te houden totdat de werknemer 20 maanden later de AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt. Alsdan had de school de arbeidsovereenkomst kunnen opzeggen zonder dat een transitievergoeding verschuldigd zou zijn geweest.

Voor meer informatie en advies over ontslagkwesties kan contact worden opgenomen met Marjolein Gobes, advocaat arbeidsrecht bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Hoorn.

01-08-2017