WNT-3 EN EVALUATIEWET WNT

Het wetsvoorstel Uitbreiding personele reikwijdte WNT (WNT-3) is eind februari 2017 voor advies naar de Raad van State gestuurd¹. Doel van deze regeling is ook de bezoldiging van werknemers binnen de (semi)publieke sector te normeren.

Variabele beloningen (bonussen) zijn toegestaan. Wel moet de totale bezoldiging onder het maximum blijven.

Aan verkeersleiders wordt een hogere bezoldiging toegestaan. Medische specialisten worden eveneens buiten de reikwijdte van het wetsvoorstel gehouden.

Er worden geen lagere maxima voor werknemers vastgesteld. De bezoldiging wordt uitsluitend genormeerd aan de hand van het wettelijk bezoldigingsmaximum.

Tenslotte wordt de normering van uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband voor topfunctionarissen niet in dit wetsvoorstel overgenomen.

Voor het overige zullen de regels voor topfunctionarissen in het algemeen op dezelfde wijze voor werknemers in de (semi)publieke sector gelden.

Op 1 juli 2017 zal de Evaluatiewet WNT in werking treden.

Met die wet komt de algemene digitale meldplicht te vervallen, terwijl ook de WNT-verantwoording vereenvoudigd wordt en een verantwoordingsvrijstelling voor (zeer) kleine WNT-instellingen wordt geïntroduceerd.

Variabele beloning wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 toegestaan zolang de totale bezoldiging onder het toepasselijke bezoldigingsmaximum blijft. Met ingang van diezelfde datum worden ook uitkeringen die rechtstreeks, dwingend en eenduidig voortvloeien uit andere cao’s of collectieve regelingen uitgezonderd van de normering. Het moet daarbij gaan om regelingen met een collectief karakter waarop de individuele topfunctionaris geen invloed heeft. Deze wijziging zorgt ervoor dat topfunctionarissen in principe gebruik kunnen maken van dezelfde collectieve ontslagvoorzieningen als overige werknemers.

Ondanks deze aanpassingen blijven er in het wetsontwerp WNT-3 verschillen tussen de behandeling van topfunctionarissen en (gewone) medewerkers. In hoeverre deze ongelijkheid van invloed zal zijn en blijven op de invulling van topfuncties in de (semi)publieke sector zal moeten worden afgewacht.

¹Op 13 april 2017 jl heeft de Raad van State zijn advies uitgebracht. Ten tijde van het schrijven van deze publicatie was het wetsvoorstel nog niet bij de Tweede Kamer ingediend en zodoende is het advies van de Afdeling advisering nog niet openbaar

Klik hier voor het volledige artikel.

Dit artikel is geschreven door Martin Bödicker, advocaat arbeidsrecht bij Van Diepen Van der Kroef in Utrecht.