Klantenvergoeding? Dan moet de handelsagent eerst aannemelijk maken dat hij ook klanten heeft aangebracht

Veel ondernemers werken met handelsagenten. Als de samenwerking tussen handelsagent en ondernemer eindigt, heeft de handelsagent onder bepaalde voorwaarden recht op een klantenvergoeding. Was de handelsagent succesvol, dan kan deze klantenvergoeding flink oplopen. Ondernemers en handelsagenten verschillen dan ook vaak van mening of de handelsagent recht op een klantenvergoeding heeft en hoe hoog deze zou moeten zijn. Volgens een recent arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 geldt hiervoor het volgende. De handelsagent zal aannemelijk moeten maken dat hij bij de ondernemer nieuwe klanten heeft aangebracht of overeenkomsten met bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid. Hij moet ook aannemelijk maken dat de overeenkomsten met deze klanten na het einde van de agentuurovereenkomst nog aanzienlijke voordelen voor de ondernemer zullen opleveren. Lukt hem dat niet, dan zal de handelsagent geen recht op een klantenvergoeding hebben.

Handelsagenten en klantenvergoeding
Een agent bemiddelt overeenkomsten voor de verkoop van producten of diensten van zijn opdrachtgever aan de klant. Als de agentuurovereenkomst eindigt, heeft de agent recht op een klantenvergoeding, voor zover (artikel 7:442 BW):

  • hij zijn opdrachtgever nieuwe klanten heeft aangebracht of de overeenkomsten met de bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid
  • en de overeenkomsten met deze klanten de opdrachtgever nog aanzienlijke voordelen opleveren, en
  • de betaling van deze vergoeding billijk is.

Na het einde van de agentuurovereenkomst heeft de opdrachtgever nog steeds baat van de activiteiten van de agent. De door de agent aangebrachte klanten zullen vaak klant van de opdrachtgever blijven. De klantenvergoeding (ook wel goodwillvergoeding genoemd) is een tegenprestatie voor deze voordelen van de opdrachtgever.

Het geschil bij de Hoge Raad
Tussen Prijsvrij als reisagent en Corendon als touroperator was een agentuurovereenkomst gesloten. Prijsvrij kreeg een provisie voor de reisovereenkomsten die door haar bemiddeling tussen Corendon en een klant werden gesloten. Nadat Corendon de agentuurovereenkomst had beëindigd, eiste Prijsvrij een klantenvergoeding ter hoogte van bijna vijf ton. Corendon verweerde zich tegen de vordering. Zij stelde dat zij niet over de NAW-gegevens van de klanten beschikte. Zij kon derhalve niet zelf contact met deze klanten opnemen om bijvoorbeeld reclame te maken. Volgens Corendon had Prijsvrij niet aannemelijk gemaakt dat haar klanten weer een reis bij Corendon zouden boeken.

Prijsvrij was van mening dat zij ermee kon volstaan om te stellen

  • dat zij nieuwe klanten heeft aangebracht en/of bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid en
  • dat de overeenkomsten met deze klanten Corendon nog aanzienlijke voordelen kunnen opleveren.

Prijsvrij zou dan als agent in beginsel recht hebben op een klantenvergoeding ter hoogte van de in de laatste twaalf maanden verdiende brutoprovisie.

De Hoge Raad heeft korte metten met deze stelling gemaakt.

Stelplicht handelsagent
Om aanspraak te maken op een klantenvergoeding is het niet voldoende dat de agent “roept” dat hij nieuwe klanten heeft aangebracht. De agent moet volgens de Hoge Raad meer doen. Hij moet onderbouwd stellen en zonodig aannemelijk maken dat de ondernemer ook in de toekomst in staat zal zijn om gebruik te maken van de door de agent aangebrachte klanten.

Berekening klantenvergoeding
Pas als het de agent lukt om aannemelijk te maken dat hij recht op een klantenvergoeding heeft, komt de volgende stap: de berekening van de hoogte van de klantenvergoeding. De berekening van de klantenvergoeding verloopt in drie fasen:

Fase 1
In de eerste fase worden de voordelen gekwantificeerd die transacties met door de handelsagent aangebrachte klanten de ondernemer opleveren. Het voordeel van de ondernemer wordt vastgesteld op basis van de brutoprovisie die de agent in de laatste twaalf maanden van de samenwerking heeft verdiend. Daarbij telt alleen de provisie die de agent met nieuwe of geïntensiveerde klanten heeft verdiend. Dit bedrag wordt vervolgens met een aantal factoren gecorrigeerd.

Fase 2
De rechter onderzoekt of het in de eerste fase vastgestelde bedrag met oog of de billijkheid aangepast moet worden. De billijkheid kan tot een verhoging of een verlaging van de klantenvergoeding leiden.

Fase 3
De klantenvergoeding is gemaximeerd. De klantenvergoeding kan niet hoger zijn dan de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren (artikel 7:442 lid 2 BW). In de derde fase wordt getoetst of het berekende bedrag dit maximumbedrag te boven gaat.

Conclusie
Alleen als een agent aannemelijk kan maken dat zijn opdrachtgever nog nieuwe opdrachten kan verwachten van de relaties van de agent, kan hij met succes een klantenvergoeding claimen.

Mocht u naar aanleiding van voorgaande nog vragen hebben, neem dan gerust contact op met Joachim Staab, advocaat internationaal recht, Duits recht en transportrecht bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten te Amsterdam. Joachim Staab is advocaat en Duitse Rechtsanwalt. Ook voor andere internationaal rechterlijke vragen kunt u contact met hem opnemen, dan wel met een van onze andere advocaten internationaal recht.