Axel Hagedorn: handelsrelatie met Duitsland verdient juridisch standaardwerk Nederlands recht

Maar weinig handelsbetrekkingen ter wereld zijn intensiever dan die tussen Nederland en Duitsland. Toch bestond er nog altijd geen Duits standaardwerk voor het Nederlandse recht. Tijd om daar iets aan te doen, vond bijzonder hoogleraar Duits-Nederlandse rechtsbetrekkingen Axel Hagedorn.

Het kan niet vaak genoeg worden herhaald dat Duitsland de belangrijkste handelspartner is van Nederland. De totale omvang van de bilaterale handel (import en export) bedroeg in 2016 zo’n 163 miljard euro.

Voor Duitsland betekent dit dat Nederland na de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op plaats vier staat van de belangrijkste handelspartners. Nederland is dus belangrijker dan China. Het Duits-Nederlandse handelsvolume (aantal verhandelde goederen en diensten) is het één na grootste van de wereld. Alleen het handelsvolume tussen de Verenigde Staten en Canada is groter.

Evenveel export naar Beieren als naar China
Het belang en de grootte van de handelsrelatie tussen Nederland en Duitsland blijkt alleen al uit de handel met buurdeelstaat Noordrijn-Westfalen. De grootste deelstaat van Duitsland is qua omvang bevolking, bruto binnenlands product et cetera goed met Nederland te vergelijken. Voor Noordrijn-Westfalen is Nederland de belangrijkste handelspartner, zowel vanuit de import- als de exportkant. Ook exporteert Nederland evenveel naar Beieren als naar China.

Het heeft ongetwijfeld te maken met deze intensieve handelsrelatie, maar wat velen niet weten is dat in Nederland bijna 400.000 Duitsers wonen. Duitsers zijn daarmee één van de grootste minderheden in Nederland. Daartegenover wonen er zo’n 150.000 Nederlanders in Duitsland, waarvan bijna de helft in Noordrijn-Westfalen. Verder is Duitsland al een aantal jaren vakantieland nummer één van de Nederlanders.

Duits boek over Nederlands recht
Als je deze opvallende en belangrijke cijfers op je laat inwerken en bedenkt hoeveel juridisch werk met deze bilaterale handel is gemoeid, is het verbazend dat tot op heden geen omvattend juridisch boek bestaat dat in het Duits een overzicht verschaft over het Nederlandse vennootschaps- en ondernemingsrecht.

Om die lacune op te vullen kan ik met enige trots hier mededelen dat uiterlijk half mei de nieuwe Hagedorn/Tervoort ‘Niederländisches Wirtschaftsrecht‘ op de markt komt. Wij hopen met dit boek een bijdrage te leveren aan de uitstekende bilaterale handelsbetrekkingen tussen Duitsland en Nederland en het makkelijker te maken om deze zelfs verder uit te bouwen.

In het bijna 450 pagina’s tellende boek worden alle relevante Nederlandse rechtsgebieden in het Duits behandeld die voor bedrijven en ondernemers belangrijk zijn als zij met Nederlands recht in aanraking komen.

Nederland toegankelijker
Zo wordt niet alleen het complete vennootschapsrecht behandeld, maar ook het contractenrecht, M&A, insolventierecht, arbeidsrecht, enzovoorts. Het boek voorziet ook in de wensen van diegene die meer willen weten over het civiele procesrecht of arbitrage. Het boek sluit af met een overzicht over het belastingrecht.

Wij gaan er van uit dat het boek de toegang voor Duitse ondernemingen naar Nederland makkelijker maakt. Tegelijkertijd hopen wij dat de belangstelling voor de Duits-Nederlandse rechtsbetrekkingen bij universiteiten zal toenemen omdat de toegang tot het Nederlandse recht voor Duitssprekenden hiermee wordt verbeterd.

Dit is buiten Duitsland natuurlijk ook interessant voor Oostenrijk en Zwitserland. Verder denken we dat het boek behulpzaam zal zijn voor Nederlandse bedrijfsjuristen en advocaten bij de communicatie met hun Duitse of Duitstalige cliënten.

Belangrijke verschillen uitgelicht
Wezenlijke verschillen in het Duitse en Nederlandse recht worden in het boek op verschillende plekken benoemd. Het is natuurlijk van belang hoe een Nederlandse vennootschap functioneert en wat de rol van de verschillende vennootschapsorganen is.

Een belangrijk voorbeeld van zo’n verschil is, dat het voor Duitse ondernemingen ongekend is dat een statutair directeur van een Duitse GmbH in de aandeelhoudersvergadering aanwezig mag zijn en een advies kan uitbrengen. Dat een statutair directeur in Nederland tijdens de aandeelhoudersvergadering wel mag adviseren over het agendapunt van zijn eigen ontslag roept dan ook vaak grote vraagtekens op bij buitenlandse bedrijven.

Treu und Glauben
Voorts is het belangrijk om te weten dat de Nederlandse maatstaf van redelijkheid en billijkheid, die in het Nederlandse immateriële recht een grote rol speelt, niet te vergelijken is met het Duitse principe van Treu und Glauben. Een typisch voorbeeld van de situatie waar de wetteksten in beide landen nagenoeg gelijk zijn, maar de uitwerking in de praktijk zeer verschillend blijkt.

Daar tegenover staat dat het Duitse vennootschapsrecht dan ook niet een bepaling als artikel 8 in boek 2 van het Nederlands Burgerlijk Wetboek kent, waarin is opgenomen dat men zich binnen de rechtspersoon jegens elkaar moet gedragen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Ontslag zonder toestemming van de rechter
Ook bij het arbeidsrecht zijn er belangrijke verschillen. Zo heeft een werkgever in Duitsland niet voorafgaand aan het ontslag toestemming nodig van de rechtbank of van een andere instanties, zoals het UWV. De rechtmatigheid van het ontslag wordt in Duitsland pas achteraf getoetst door de rechtbank (Arbeitsgericht).

Ook niet onbelangrijk is dat in het geval in Duitsland een concurrentiebeding voor een periode na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is opgenomen in het arbeidscontract, die geen vergoeding kent voor de werknemer tijdens de periode waarin het concurrentiebeding van kracht is, een dergelijk concurrentiebeding naar Duits recht nietig is. Verder betalen Duitse ondernemers maar zes weken loon door bij ziekte van een werknemer.

Deze column is geschreven voor Duitslandnieuws.nl door Axel Hagedorn, advocaat ondernemingsrecht en Duitse Rechtsanwalt bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Amsterdam. Hagedorn is ook hoogleraar Duits-Nederlandse rechtsbetrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam.

24-04-2017