Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen: verandering voor de gemeente

Op 21 februari 2017 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen door de Tweede Kamer aangenomen. Hoewel de wet nog door de Eerste Kamer behandeld moet worden, is het van belang een blik vooruit te werpen op deze ingrijpende wijziging van de geldende bouwwetgeving.

Met de wet wordt beoogd dat het stelsel van kwaliteitsborging van bouwwerken en de positie van de consument als opdrachtgever, wordt verbeterd. Om dit te bereiken worden zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke wetten gewijzigd. Dit betreffen wijzigingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (wabo), de Woningwet en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Hieronder zullen de voornaamste publiekrechtelijke gevolgen worden besproken.

Huidig stelsel kwaliteitsborging
De kwaliteitscontrole wordt door de verlener van de omgevingsvergunning uitgevoerd. Dit is doorgaans de gemeente. De gemeente controleert inhoudelijk of de bouw zal voldoen aan de geldende bouwtechnische voorschriften, zoals het Bouwbesluit 2012, en zal na de vergunningsverlening daar tevens toezicht op houden.

Toekomstig stelsel onder de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen
Onder de nieuwe wetsbepalingen zullen de marktpartijen in de bouwsector zelf de kwaliteitsborging gaan verzorgen. Deze private kwaliteitsborging vormt een stelsel van kwaliteitseisen en -procedures waarmee marktpartijen bij de oplevering van een bouwwerk een bepaald kwaliteitsniveau garanderen. De marktpartijen dienen daarvoor een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen, die werkt volgens een toegelaten instrument. De instrumenten zijn gecertificeerde beoordelingsmethoden. De ontwikkelaars van de instrumenten (de instrumentbeheerders) zijn na goedkeuring van de instrumenten verantwoordelijk voor het toezicht op de toepassing ervan. De instrumentbeheerders wijzen daarom kwaliteitsborgers aan die het instrument mogen toepassen. De kwaliteitsborger is een onafhankelijke die erop toeziet dat het bouwwerk aan alle voorschriften voldoet.

Onder deze regelgeving zal de opdrachtgever aan moeten tonen met welk instrument en met welke kwaliteitsborger wordt gewerkt. De kwaliteitsborger controleert dan gedurende het ontwerp- en uitvoeringsproces of er conform de geldende regelgeving wordt gebouwd. Indien dit niet het geval is kan de kwaliteitsborger ingrijpen en eventueel het bouwproject stilleggen.

Wijziging takenpakket gemeenten
Voor de gemeenten zorgt de wetswijziging ervoor dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan het Bouwbesluit 2012 vervalt. De gemeenten ontvangen bij de vergunningsaanvraag slechts informatie over het te bouwen bouwwerk, het gebruikte instrument en de kwaliteitsborger die bij het project betrokken is. Deze gegevens worden door de gemeenten gecontroleerd, waarna ze verder geen technisch-inhoudelijk toezicht op het bouwproject houden. Tijdens en na de realisatiefase moet wel kunnen worden aangetoond dat het bouwwerk voldoet aan het Bouwbesluit 2012. Wanneer bij de gereedmelding wordt vermoed dat het bouwwerk niet voldoet aan de geldende normen, kan de gemeente dit melden bij de instrumentbeheerder. Deze zal vervolgens de inhoudelijke bouwtechnische toets uitvoeren en oordelen of er in strijd met het instrument – en aldus met de vergunning – is gehandeld.

De verdere publiekrechtelijke taken voor de verlening van omgevingsvergunningen blijven ongewijzigd. Zo zal de gemeente steeds de toetsing aan bestemmingsplannen, welstand, verordeningen e.d. blijven uitvoeren.

Resumé
De gemeenten krijgen met deze wet een nieuwe rol toebedeeld. Tussen de vergunningsverlener en de aanvrager wordt een private partij geschoven die de naleving van de bouwtechnische normen beoordeeld. Dit is een verlichting van het takenpakket van de gemeente wat betreft het bouwtechnisch toezicht.

Dit artikel is geschreven door Bart Wernik, advocaat bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Haarlem.