Gevolgen Brexit voor Engelse Limited in Duitsland

Na Brexit – Risico’s voor Engelse vennootschappen met zetel in Duitsland
Ruim negen maanden nadat de Britse bevolking door de Brexit referendum op 23 juni 2016 had gekozen de Europese Unie te verlaten, heeft de Britse premier Theresa May gisteren de Brexit-procedure officieel in gang gezet. Het opzeggen van het lidmaatschap leidt volgens art. 50 van het Verdrag van Lissabon tot onderhandelingen over de toekomstige relatie tussen de EU en het vertrekkende lid. De vraag hoe bestaande juridische betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk worden behandeld, vormt een belangrijk onderdeel van de onderhandelingen over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk. Omdat deze juridische betrekkingen zo nauw verbonden en divers zijn, is het mogelijk dat niet alle belangrijke thema’s kunnen worden uitonderhandeld. Het zou om ca. 20.000 nieuwe afspraken gaan. Dit kan ernstige consequenties hebben.

Indien er bijvoorbeeld geen afspraak komt over de naar Engels recht opgerichte vennootschappen (b.v. Limited, PLC of LLC) met administratieve zetel in een van de resterende 27 lidstaten van de EU, kan dit ernstige gevolgen hebben voor zulke vennootschappen met administratieve zetel in Duitsland.

Zeteltheorie in plaats van oprichtingstheorie
Vennootschappen die vóór de Brexit naar Engels recht opgericht zijn en hun administratieve zetel in Duitsland hebben, zijn na de Brexit alsdan niet langer beschermd door de vrijheid van vestiging (artikel 49 en 54 VWEU). Dit betekent dat in zo’n geval niet meer het Engelse vennootschapsrecht volgens de Engelse oprichtingstheorie van toepassing is. Uit hoofde van Duits internationaal privaatrecht en de zogenaamde zeteltheorie is dan het Duitse vennootschapsrecht van toepassing.

Risico’s aansprakelijkheid en bevoegdheid tot vertegenwoordiging
Het Duitse vennootschapsrecht leidt er toe dat deze vennootschappen als personenvennootschappen (Duitse GbR of OHG) worden gekwalificeerd. De consequenties hiervan zijn ernstig. De vennootschap valt niet langer onder het regime van de beperkte aansprakelijkheid, maar de aandeelhouders zijn onbeperkt en persoonlijk aansprakelijk voor nieuwe alsmede oude verplichtingen.

Bovendien ontstaan problemen met betrekking tot de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de personenvennootschap. Een director van een Limited hoeft niet noodzakelijkerwijs aandeelhouder te zijn. Naar Duits recht is het echter noodzakelijk dat de vertegenwoordigingsbevoegde persoon van een personenvennootschap ook aandeelhouder is (Prinzip der Selbstorganschaft).

Indien de Brexit-onderhandelingen geen oplossing voor deze gevolgen voorzien, is aan te raden om – in overeenstemming met het toepasselijke recht van de administratieve zetel– òf een nieuwe vennootschap op te richten, òf de vennootschap om te vormen.

Deze periode van onzekerheid voor de Engelse Limited’s met een zetel in Duitsland is nu ingegaan en creëert een behoorlijke onrust.

Dit artikel is geschreven door de sectie Duits recht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten Amsterdam.

30-03-17