Wet pleziervaartuigen 2016

Implementatie van de nieuwe Richtlijn pleziervaartuigen 2013/53/EU

Inleiding

Sinds de Wet van 29 november 1996, de Wet pleziervaartuigen, gelden er regels met betrekking tot de veiligheid van pleziervaartuigen. Met ingang van 18 januari 2017 is er een nieuwe wet in werking getreden, de Wet pleziervaartuigen 2016. De Wet pleziervaartuigen 2016 is een implementatie van Richtlijn 2013/53/EU van het Europees parlement en de raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters. De nieuwe richtlijn bevat dusdanig nieuwe voorschriften met betrekking tot het in de handel brengen van pleziervaartuigen dat een zeer ingrijpende aanpassing van de Wet pleziervaartuigen nodig zou zijn om haar te implementeren. De voorkeur is daarom gegeven aan een nieuwe wet.

De eisen waaraan een pleziervaartuig moet voldoen staan in de Europese richtlijn pleziervaartuigen en in de Wet pleziervaartuigen 2016. Deze eisen gelden voor:

  • Pleziervaartuigen van 2,5 tot en met 24 meter lang;
  • Pleziervaartuigen die na 1997 op de markt kwamen;
  • Alle sport- en vrije tijd schepen, zowel voor de binnenvaart als de zeevaart.

Pleziervaartuigen die op binnenwateren varen en die langer zijn dan 20 meter, moeten voldoen aan de regels van de Binnenvaartwet. Schepen groter dan 20 meter en kleiner dan 24 meter vallen niet onder de Richtlijn pleziervaartuigen, maar alleen onder de Binnenvaartwet.

Er zijn een aantal pleziervaartuigen die niet vallen onder de Europese richtlijn pleziervaartuigen en de Wet pleziervaartuigen 2016:

  • Officiële wedstrijdboten;
  • Kano’s en surfplanken;
  • Gondels;
  • Waterscooters en waterfietsen;
  • Originelen en replica’s van historische vaartuigen;
  • Vaartuigen waarvan de fabrikant aangeeft dat ze experimenteel zijn en waarmee bijvoorbeeld nieuwe technieken worden uitgeprobeerd;
  • Voor persoonlijk gebruik gebouwde vaartuigen waarvan in ieder geval de eindgebruiker de romp zelf heeft gemaakt;
  • Bemande vaartuigen bestemd voor commercieel vervoer van passagiers;
  • Duikboten;
  • Luchtkussenvaartuigen en draagvleugelboten.

Strekking van de Wet pleziervaartuigen 2016

De strekking van de nieuwe Wet pleziervaartuigen 2016 is grotendeels gelijk aan die van de Wet pleziervaartuigen, namelijk het stellen van essentiële eisen aan pleziervaartuigen als voorwaarde voor het in de handel brengen ervan, maar aangevuld met de onderwerpen markttoezicht, controles op producten die de markt van de Unie binnenkomen, algemene verplichtingen voor marktdeelnemers, bepalingen betreffende het vermoeden van conformiteit, voorschriften voor de CE-markering, eisen voor keuringsinstanties, aanmeldingsprocedures voor keuringsinstanties en procedures voor producten die een risico opleveren. Met de nieuwe Wet pleziervaartuigen 2016 worden de grenswaarden voor de uitstoot van stikstof, koolwaterstof en fijnstof aangescherpt. De regels voor de uitstoot van koolstof worden iets versoepeld. Ook wordt het voor nieuwe plezierjachten met een toilet verplicht om een opvang- of zuiveringsinstallatie te installeren.

Een belangrijke verandering ten opzichte van de oude wet is dat de fabrikant er nu voor moet zorgen dat zijn serieproduct altijd voldoet aan de laatste normen. Dat geldt ook voor schepen die eerder al gecertificeerd zijn en waarvan nu bijvoorbeeld opnieuw de stabiliteit beoordeeld moet worden omdat de norm hiervan is gewijzigd. Ook andere normen zijn ondertussen vernieuwd en daar aan zal het schip dan getoetst moeten worden.

Conformiteitsbeoordelingsprocedure, CE-markering

Om er voor te zorgen dat aan de essentiële eisen wordt voldaan, moeten passende conformiteitsbeoordelingsprocedures voor fabrikanten worden vastgesteld. In het algemeen geldt dat elk pleziervaartuig, voordat mag worden overgegaan tot het in de handel brengen of in gebruik nemen, voorzien moet zijn van een CE-markering en vergezeld moet gaan van een door de fabrikant opgestelde “EU-conformiteitsverklaring”, waarin hij verklaart dat het product in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen. De conformiteitsbeoordeling dient plaats te vinden onder toezicht van een daartoe door de Minister aangewezen onafhankelijke deskundige keuringsinstantie. In Nederland zijn drie keuringsinstanties werkzaam.

De nieuwe Wet pleziervaartuigen 2016 heeft enig effect op de inhoudelijke werkzaamheden van bedrijven. Fabrikanten en importeurs moeten in hun werkzaamheden rekening houden met de (ter verbetering van het milieu en vergroting van de veiligheid) aangescherpte bouwtechnische eisen aan pleziervaartuigen. Ook moeten importeurs er voor zorgen dat het product vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in een handleiding in een of meer talen die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Deze talen zijn vastgesteld door de betrokken lidstaten. In de oude richtlijn was weliswaar reeds een soortgelijke verplichting opgenomen maar deze was in algemene zin geformuleerd door te stellen dat elk vaartuig moet zijn voorzien van een handleiding. Door deze formulering was de verplichting uit de oude richtlijn niet expliciet gericht op importeurs.

Burgers

Er zullen ook gevolgen zijn voor burgers en wel voor die burgers die als particulier een boot importeren. Deze gevolgen zijn:

  • Het voldoen aan de eisen van bijlage I van richtlijn 2013/53/EU;
  • Het opstellen van technische documentatie, het uitvoeren (of door een keuringsinstantie laten uitvoeren) van de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure en het opstellen van een conformiteitsverklaring;
  • Bewaren van de technische documentatie en de conformiteitsverklaring gedurende 10 jaar;
  • Er voor zorgen dat het product vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in de handleiding in een makkelijk te begrijpen taal;
  • Verstrekken van informatie aan bevoegde nationale autoriteiten;
  • Aanbrengen van de naam en het adres van de keuringsinstantie op het product.

Toezicht en handhaving

De ambtenaren van de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) zijn volgens artikel 13 eerste lid van de Wet pleziervaartuigen 2016 belast met het markttoezicht. Markttoezicht wil zeggen activiteiten en maatregelen om ervoor te zorgen dat producten voldoen aan de toepasselijke eisen en geen gevaar opleveren voor de gezondheid en veiligheid of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang. Een ander nieuw element is de invoering van de bestuurlijke boete in artikel 18 van de Wet pleziervaartuigen 2016. Bij de invoer van de eerdere Wet pleziervaartuigen werd hiervan afgezien omdat de toenmalige toezicht – en opsporingsinstantie, de Scheepvaartinspectie, tot dan toe geen ervaring met het instrument van de bestuurlijke boete had. De huidige toezicht – en opsporingsinstantie – de ILT – heeft deze inmiddels wel. Daarnaast kan worden opgetreden met behulp van een last onder dwangsom of de last onder bestuursdwang.

Evenals in de Wet pleziervaartuigen wordt in de nieuwe Wet handelen in strijd met een aantal van de in het wetsvoorstel opgenomen voorschriften strafbaar gesteld in artikel 12. Gezien de economische aard van de desbetreffende delicten, wordt de handhaving geregeld door opname van enkele leden van artikel 12 van de Wet pleziervaartuigen 2016 in de Wet op de economische delicten (WED).

Keuring

Artikel 7 van de Wet pleziervaartuigen 2016 bepaalt dat keuringen slechts worden uitgevoerd door bij de Europese Commissie en de lidstaten aangemelde keuringsinstanties. Een keuringsinstantie wordt aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Milieu om de op grond van richtlijn 2013/53/EU voorgeschreven procedures van de conformiteitsbeoordeling uit te voeren. Een dergelijke instantie kan worden aangewezen om een of verschillende onderdelen van een conformiteitsbeoordeling uit te voeren zoals ijken, testen, certificeren of inspecteren, afhankelijk van welke onderdelen die keuringsinstantie heeft aangegeven te willen uitvoeren.

Bezien is in hoeverre een aangemelde keuringsinstantie moet worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van de Awb. De aangewezen instantie beslist omtrent de afgifte van de CE-markering en kan daarom worden gezien als een orgaan “met enig openbaar gezag bekleed” (art. 1:1, eerste lid, onder b, Awb). De keuringsinstantie heeft immers de publiekrechtelijke bevoegdheid om rechten en verplichtingen te bepalen. Een en ander houdt in dat er sprake is van een instantie die in zoverre de status van bestuursorgaan heeft en besluiten neemt in de zin van de Awb. Tegen deze besluiten van een aangemelde instantie kan bezwaar en beroep worden ingesteld overeenkomstig de Awb.

Productaansprakelijkheid

Indien het schip voldoet aan de richtlijn en de Wet Pleziervaartuigen 2016 dan betekent dit niet dat een fabrikant geen risico voor productaansprakelijkheid meer draagt. Het voldoen aan de Richtlijn en de Wet Pleziervaartuigen 2016 betekent immers dat het schip aan de essentiële (veiligheids-) eisen voldoet. Gesteld zou kunnen worden dat een minimum veiligheidsniveau is bereikt, een veiligheidsniveau waaraan het schip in ieder geval moet voldoen. Niet ieder risico is hiermee echter uitgesloten. Wel helpt het voldoen aan de essentiële eisen aan bewijs voor de fabrikant dat zorgvuldig is gehandeld en helpt de aanwezigheid van een technische omschrijving om aan te tonen dat een gebruiker de specificatie van een schip veranderd heeft door zelf verbouwingen uit te voeren.

Afronding

De nieuwe Wet pleziervaartuigen 2016 brengt, wanneer het om een nieuw te bouwen schip gaat, welk schip voor het eerst op de markt wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, niet veel wijzigingen met zich mee. Net als onder de oude Wet pleziervaartuigen moet aangetoond worden dat het schip voldoet aan de essentiële eisen uit de nieuwe Richtlijn en de geharmoniseerde normen. Wanneer er sprake is van een bestaand schip met een typekeur voor een langere periode geldt dat continue in de gaten houden moet worden gehouden of er normen wijzigen of niet. Zijn er gewijzigde normen, dan moet aangetoond wordt dat het schip ook aan die gewijzigde normen voldoet. Een schip wat onder de oude Wet pleziervaartuigen gekeurd is moet vergeleken worden met de nieuwe normen voor certificering. In de praktijk zouden daar de nodige discussies met de keuringsinstantie over kunnen ontstaan. Het voldoen aan de Richtlijn en de Wet pleziervaartuigen 2016 sluit voorts een beroep op productaansprakelijkheid niet uit. Een fabrikant heeft met het voldoen aan de Richtlijn en de Wet pleziervaartuigen 2016 wel een sterkere bewijspositie.

Voor vragen over dit artikel of juridisch advies kunt u terecht bij Van Diepen van der Kroef advocaten Hoorn