Reactie van advocaat S. van der Sluijs op een opiniestuk van Voorhoeve, Volkskrant van 8 december 2016

In zijn opiniestuk van 6 december 2016 ‘Niet op voorhand onuitvoerbaar’ doet voormalig Defensieminister Voorhoeve zijn zoveelste poging om de geschiedenis van Srebrenica te herschrijven.

Voorhoeve stelt al jaren dat de internationale gemeenschap Nederland in de steek zou hebben gelaten bij het verlenen van luchtsteun. Voorhoeve geeft nu aan dat hij zou hebben aangedrongen op luchtsteun, ondanks de mogelijk gevaarlijke gevolgen voor 36 door Serviërs gegijzelde Dutchbatters. Het is echter Voorhoeve geweest die op 11 juli 1995 heeft aangedrongen op het stopzetten van de luchtsteun vanwege de ‘terroristische dreiging’ tegen deze Dutchbatters. Hij verklaarde dat die dag op de Nederlandse televisie.

Verder stelt Voorhoeve dat in juli 1995 geen opdracht zou zijn gegeven dat er geen Nederlandse doden of gewonden mochten vallen. Voorhoeve verklaarde dat echter uitdrukkelijk wel op 10 juli 1995 in een NOVA-uitzending. Ook diverse betrokken militairen hebben achteraf de instructie van Voorhoeve over de eigen veiligheid bevestigd.

Of de missie van Dutchbat onuitvoerbaar was, blijft hypothetisch. Zeker is dat daar waar de wil ontbreekt, de mogelijkheden er niet toe doen. Dutchbat had de bevolking moeten beschermen, maar had door instructies van de Staat andere prioriteiten. Dat gegeven is niet Dutchbat te verwijten, maar Voorhoeve des te meer.

Simon van der Sluijs
Advocaat van de ruim 6.000 ‘Moeders van Srebrenica’

Hierbij de reactie in de Volkskrant.