Meer bescherming van niet openbaar gemaakte know-how en bedrijfsgeheimen

Op 8 juni 2016 is een Europese richtlijn aangenomen die er toe moet leiden dat binnen de EU een universeler bescherming ontstaat voor niet openbaar gemaakte know-how en bedrijfsgeheimen.
De diverse lidstaten moeten er voor 9 juni 2018 voor zorgen dat de bepalingen uit deze richtlijn zijn verankerd in Nederlandse wetgeving.

Waarom acht de Europese Commissie die bescherming van belang?

Open innovatie zorgt voor nieuwe ideeën die tegemoet komen aan de behoeften van consumenten en die een oplossing bieden voor maatschappelijke problemen, en maakt het mogelijk dat die ideeën gemakkelijker hun weg naar de markt kunnen vinden.

De verspreiding van kennis en informatie is als essentieel te beschouwen voor het waarborgen van een positieve dynamiek en van eerlijke ontwikkelingskansen voor het bedrijfsleven, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Bedrijfsgeheimen spelen een belangrijke rol bij de bescherming van kennisuitwisseling tussen bedrijven en bovendien vormen zij een van de meest gebruikte manieren waarop bedrijven intellectuele schepping en innovatieve knowhow beschermen. Door de verschillen in de rechtsbescherming van bedrijfsgeheimen in de lidstaten, genieten bedrijfsgeheimen niet in de gehele Unie dezelfde mate van bescherming.

Wat moet daarom plaatsvinden volgens de Europese Commissie?

Er moeten op het niveau van de Unie regels worden vastgesteld om het recht van de lidstaten op elkaar af te stemmen, zodat er op de gehele interne markt een toereikend en consistent niveau van civiele maatregelen is in geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim. Deze regels moeten gelden onverminderd de reeds daartoe bestaande mogelijkheden binnen de lidstaten zelf.

Hoe wordt die uniformering aangepakt?

Die vindt plaats doordat er in 21 artikelen specifieke regels zijn opgesteld welke dienen te waarborgen dat de lidstaten voor 9 juni 2018 over nationale regelgeving beschikken die minimaal voldoet aan de eisen die zijn omschreven in de richtlijn.

Wat zijn kernpunten uit die specifieke regels?

Allereerst is ondermeer het begrip “bedrijfsgeheim” gedefinieerd. Informatie kwalificeert als “bedrijfsgeheim” indien cumulatief is voldaan aan de drie volgende voorwaarden:

a) de informatie is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
b) de informatie bezit handelswaarde omdat zij geheim is, en;
c) de informatie is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden.

Met andere woorden, er dienen eerst een aantal drempels te worden gepasseerd om aan te kunnen sluiten bij deze regelgeving.

Daarnaast is zowel omschreven wanneer sprake is van het rechtmatig en onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken van bedrijfsgeheimen.

Bovendien voorziet de richtlijn in maatregelen, procedures en rechtsmiddelen. Daarover is bepaald dat die a) eerlijk en billijk, b) niet onnodig ingewikkeld of duur zijn noch onredelijke termijnen omvatten of tot nodeloze vertraging mogen leiden, alsmede c) doeltreffend en afschrikwekkend moeten zijn.

Tot slot voorziet de richtlijn erin dat passende schadevergoeding aan de orde komt, zowel indien de eisende dan wel de verwerende partij in het gelijk wordt gesteld na een gerechtelijke procedure. In voorkomend geval dient de rechter de schadevergoeding vast te kunnen stellen op een forfaitair bedrag, waaronder ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het betrokken bedrijfsgeheim te gebruiken.

Interessant voor wie?

Voor internationaal opererende bedrijven, met name binnen de EU, zal de richtlijn ertoe leiden dat er een betere bescherming mogelijk is van bedrijfsgeheimen en het succesvol kunnen optreden tegen onrechtmatig gebruik. Ook in de contracten – bijvoorbeeld geheimhoudingsovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten – kan specifieker worden aangesloten bij universeel geldende regels binnen de EU.

Ook voor niet internationaal opererende bedrijven die worden geconfronteerd met onrechtmatig gebruik van hun bedrijfsgeheimen binnen de EU wordt het eenvoudiger om daar tegen te kunnen optreden.

Wijzigingen voor de huidige Nederlandse situatie?

De Nederlandse wetgeving voorziet al voor een belangrijk deel in de mogelijkheid om op te kunnen treden tegen onrechtmatig gebruik van geheime bedrijfsinformatie. Die is – indien er geen contractuele afspraken zijn gemaakt – dan veelal gebaseerd op een actie uit onrechtmatige daad in combinatie met artikel 39 lid 2 van “The Agreement on Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights”.

De verwachting is dat er in ieder geval op het gebied van de mogelijkheid tot verkrijging van schadevergoeding aanpassingen in de wetgeving zullen gaan plaatsvinden. De nabije toekomst zal duidelijk maken in hoeverre die verwachting gerechtvaardigd is geweest. Wij volgen dit op de voet.

In de tussentijd meer weten over de mogelijkheden voor uw onderneming? Neem dan contact op!

Dit artikel is geschreven door onze sectie Intellectuele Eigendomsrecht, ICT & Media.