Welke op Prinsjesdag voorgestelde fiscale maatregelen zijn van belang voor de vastgoedsector?

Wijziging begrip bouwterrein (btw of overdrachtsbelasting)
De belangrijkste op Prinsjesdag voorgestelde maatregel voor de vastgoedsector en dan met name voor ontwikkelaars, is de aanpassing van het begrip bouwterrein. Volgens rechtspraak kwalificeert een terrein als bouwterrein, wanneer uit een beoordeling van alle omstandigheden, mits ondersteund door objectieve gegevens, blijkt dat op de datum van levering het betrokken terrein daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd. De intentie van partijen speelt in dat kader een belangrijke rol. Tot op heden was het zo dat in de Nederlandse omzetbelastingwetgeving het begrip bouwterrein beperkter werd uitgelegd.

Voorgesteld wordt nu om het begrip bouwterrein in lijn te brengen met de definitie zoals gegeven door het Hof. Het gevolg is dat er voortaan eerder sprake is van de btw-belaste levering van een bouwterrein. Aan de eis dat het bij een bouwterrein moet gaan om onbebouwde grond wordt ook voldaan, als de grond wordt geleverd waarop nog een gebouw staat en de verkoper zich ertoe verbindt om dit gebouw in het kader van de levering volledig te slopen. Advies op dit punt bij transacties is dus van groot belang

De eigen woning
Er wordt wettelijk vastgelegd dat een bouwkavel al als eigen woning kwalificeert wanneer concrete stappen zijn gezet voor de start van de bouwkundige werkzaamheden. Dit geldt alleen maar voor de hypotheekrenteaftrek en dus niet voor de kwalificatie als woning in de overdrachtsbelasting.

Rentemiddeling wordt aftrekbaar als kosten in verband met de eigen woning. Hierdoor wordt gefaciliteerd dat er geprofiteerd kan worden van de dalende hypotheekrente.

Onderhoudskosten voor rijksmonumenten
Er wordt voorgesteld om de aftrek voor onderhoudskosten van rijksmonumenten met ingang van 1 januari 2017 af te schaffen.

Aanpassingen vennootschapsbelasting
De MKB-sector krijgt een verlenging van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000 (nu) naar € 250.000 in 2018 en naar € 350.000 in 2021. Over deze eerste schijf is slechts 20% (in plaats van 25%) vennootschapsbelasting verschuldigd

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten
Door de Hoge Raad is geoordeeld dat vastgoedexploitatie als een onderneming kan kwalificeren zodat de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten daarop van toepassing zijn (lagere belastingdruk). Uit de plannen van het kabinet blijkt dat men niet voornemens is deze uitspraak van de Hoge Raad wettelijk te doorkruisen. Dit is voor vastgoedfamiliebedrijven goed nieuws. Wel is daarbij van belang dat de feiten en omstandigheden ook daadwerkelijk wijzen op het drijven van een onderneming.

Heeft u vragen op het gebied van vastgoed- of huurrecht? Neem dan contact op met Sander Hartog.