Axel Hagedorn: Curator in Duitsland vaker aansprakelijk gesteld dan in Nederland

Ondernemers die in Duitsland te maken krijgen met curatoren moeten goed opletten. Een arrest van de Duitse Hoge Raad begin dit jaar zorgt ervoor dat een curator in Duitsland makkelijker persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld als hij de hulp inschakelt van derden. Processen tegen curatoren in Duitsland zijn veel gebruikelijker dan in Nederland. Bijzonder hoogleraar Duits-Nederlandse rechtsbetrekkingen en Rechtsanwalt Axel Hagedorn legt uit welke consequenties dat heeft.

Een arrest van het Bundesgerichtshof, de Hoge Raad van Duitsland, van maart dit jaar heeft grote consequenties voor de aansprakelijkheid van curatoren. De uitspraak is gericht op de persoonlijke aansprakelijkheid van curatoren en daarmee ook belangrijk voor ondernemers en ondernemingen die in Duitsland met een curator te maken hebben, bijvoorbeeld als eigenaar van het failliete bedrijf of als crediteur van de boedel.

Anders dan in Nederland is in Duitsland de aansprakelijkheid van de curator in de wet vastgelegd. Een curator is volgens dit wetsartikel (§ 60 Insolvenzordnung) zelf aansprakelijk. Hierbij heeft hij ‘für die Sorgfalt eines ordentlichen und gewissenhaften Insolvenzverwalters einzustehen’. Hij moet zich dus ordentelijk en zorgvuldig gedragen.

In Nederland is een curator persoonlijk aansprakelijk indien hij afwijkt van een gedragslijn waarbij gezien de omstandigheden in redelijkheid mocht worden verwacht dat hij over voldoende inzicht en ervaring beschikt en zijn taak nauwgezetheid heeft verricht. In grote lijnen is deze (weinig specifieke) formulering vergelijkbaar met de Duitse regelgeving, maar in concrete gevallen kan de uitkomst voor wat betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van de curator verschillen.

Hulp van derden
In het door het Bundesgerichtshof gewezen arrest had de curator in het faillissement een andere advocaat ingeschakeld welke werkzaam was op zijn eigen kantoor. Die advocaat had een beroepsfout gemaakt en had de aan hem toevertrouwde zaak niet met de nodige zorgvuldigheid en vereiste opvolging en controle ten aanzien van bij de rechtbank ingediende stukken behandeld. Door deze tekortkoming had de crediteur schade geleden omdat er minder geld in de boedel terecht was gekomen en hij als grootste crediteur van de boedel uiteindelijk een lager percentage van zijn ingediende vordering als quotum kreeg uitgekeerd.

Tot deze uitspraak ging men in literatuur en rechtspraak ervan uit dat de curator bij het inschakelen van derden, bijvoorbeeld belastingadviseurs, deskundigen en advocaten, alleen persoonlijk aansprakelijk was als de curator bij de selectie van de desbetreffende derde partij niet zorgvuldig te werk was gegaan.

Persoonlijk aansprakelijk
Deze algemeen gedeelde juridische opvatting heeft het Bundesgerichtshof nu van tafel geveegd. Het oordeel is nu dat een curator persoonlijk aansprakelijk is als de door hem ingeschakelde hulppersonen fouten maken. De curator wordt dus zo behandeld alsof hij zelf deze werkzaamheden zou hebben verricht. Dit betreft niet alleen de plichten die hem persoonlijk door de wet zijn opgelegd, maar ook andere plichten die hij in principe niet zelf dient te verrichten.

Dit heeft consequenties voor iedereen die van mening is dat een Duitse curator zijn werk niet correct heeft uitgevoerd. Als men in Duitsland een curator nu persoonlijk aansprakelijk wil stellen, betekent dit dat de eiser sneller te maken krijgt met de aansprakelijkheidsverzekeraar van de curator.

De goede boodschap voor de curator en de eisers is dat de aansprakelijkheidsverzekering in de meeste gevallen voldoende dekking zal bieden. Minder fijn is dat dergelijke verzekeraars nagenoeg nooit een zaak schikken, maar (in bijna alle gevallen) tot het bittere einde door zullen procederen, met alle kosten van dien.

Boedel te gelde maken
Hoewel het meer een bevestiging is van de reeds bestaande rechtsopvatting, is het toch belangrijk dat het Bundesgerichtshof ook heeft geconstateerd dat de curator ten opzichte van de crediteur van de boedel verplicht is om de boedel op de best mogelijke manier in stand te houden en te gelde te maken.

Het Bundesgerichtshof constateert ook in een orbiter dictum, dus een terloopse opmerking, dat de curator verplicht is om de advocaat die de fout maakte aansprakelijk te stellen. Als de curator de advocaat, die dus ook van zijn eigen kantoor kan zijn, niet aansprakelijk stelt voor gemaakte fouten levert dit an sich al een mogelijke persoonlijke aansprakelijkheid van de curator op.

De eiser had dit blijkbaar in de betreffende zaak niet gesteld, maar het Bundesgerichtshof vond het wel belangrijk om hier op te wijzen. Dit aspect van de uitspraak is in Duitsland trouwens op gelijke wijze toepasbaar ten opzichte van de aansprakelijkheid van bestuurders en de aansprakelijkheidstelling daarvan door de raad van commissarissen. In vergelijkbare gevallen moet de raad van commissarissen ook de bestuurder aansprakelijk stellen om een eigen aansprakelijkheid te voorkomen.

Crediteuren kan alleen optrekken
Het Bundesgerichtshof deed in deze zaak ook uitspraak over de vraag of het mogelijk is dat één crediteur de curator aansprakelijk kan stellen. In principe kan alleen de gezamenlijkheid van de crediteuren van de boedel een dergelijke vordering instellen.

Het Bundesgerichtshof heeft geoordeeld dat de mogelijkheid er voor een enkele crediteur wél is.

Curator in Duitsland vaker aansprakelijk gesteld
Voor ondernemers is het belangrijk om te weten dat in Duitsland curatoren veel vaker dan in Nederland aansprakelijk worden gesteld. Men kan honderden vonnissen van diverse rechtbanken over aansprakelijkheidsprocessen tegen curatoren vinden. Als men gegronde twijfels aan de correcte nakoming en invulling van de plichten van een curator in het faillissement heeft, is het daarom zeker aan te bevelen om een potentiële aansprakelijkheid te laten toetsen.

Deze column is geschreven voor Duitslandnieuws.nl door Axel Hagedorn, advocaat ondernemingsrecht en Duitse Rechtsanwalt bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Amsterdam. Hagedorn is ook hoogleraar Duits-Nederlandse rechtsbetrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam.