Het buitengerechtelijk schuldeisersakkoord Schuldsanering buiten faillissement

Inleiding

Nu de crisis definitief achter ons lijkt te liggen, klimmen veel ondernemingen uit een dal. Omzetten stijgen weer en vooruitzichten worden steeds beter. Een in de crisis opgebouwde schuldenlast kan er echter voor zorgen dat een dergelijk onderneming het uiteindelijk toch niet redt en faillissement moet aanvragen. In een dergelijke situatie biedt een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord mogelijk uitkomst en hierdoor kan faillissement mogelijk worden voorkomen.

Wat is een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord?

Een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord is een meerpartijenovereenkomst tussen de onderneming die het akkoord aanbiedt en al haar schuldeisers. Veruit de meest voorkomende vorm is dat de schuldeisers betaling wordt aangeboden van een procentueel deel van hun uitstaande vordering, waarna zij finale kwijting verlenen. Een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord is echter vormvrij en kan bijvoorbeeld ook inhouden dat de schuldeisers in ruil voor kwijtschelding aandelen in de onderneming verkrijgen.

Uitgangspunt bij het akkoord is dat schuldeisers gelijk behandeld worden en eenzelfde percentage krijgen aangeboden. De Belastingdienst heeft op basis van de wet een bevoorrechte vordering. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de Belastingdienst in geval van faillissement geheel dient te worden voldaan voordat de gewone (zogenaamde ‘concurrente’) schuldeisers een uitkering ontvangen. De Belastingdienst heeft echter in haar Leidraad Invordering opgenomen dat zij in het kader van een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord genoegen neemt met een dubbel percentage ten opzichte van het percentage dat aan de gewone schuldeisers wordt aangeboden.

Voorwaarde en ook gelijk het grootste obstakel voor het slagen van een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord, is dat alle schuldeisers hiermee in moeten stemmen. Pas op dat moment zijn alle schuldeisers aan het akkoord gebonden. Via de rechter afdwingen dat een schuldeiser toch meedoet is slechts onder bijzondere omstandigheden mogelijk.

Hoe gaat het in zijn werk?

Allereerst zal aan de hand van de administratie de exacte hoogte van de vorderingen van de schuldeisers moeten worden vastgesteld. Daarbij wordt een bepaalde peildatum gekozen. Schulden tot deze peildatum vallen in het akkoord en vorderingen die hierna ontstaan (de lopende verplichtingen) moeten volledig worden voldaan. Dat is immers het bewijs dat de onderneming, na sanering van haar schulden, wel degelijk levensvatbaar is.

Op basis van de vastgestelde totale schuldenlast zal bepaald moeten worden welk percentage kan worden aangeboden. Doorgaans zal het bedrag dat wordt aangeboden gefinancierd moeten worden door een derde, bijvoorbeeld de huisbankier of de holdingmaatschappij. Het verdient aanbeveling om direct een uiterste aanbod te doen. Het wekt weinig vertrouwen als een onderneming een gedaan aanbod nog eens verhoogt omdat het niet akkoord niet tot stand komt. Kennelijk zat er dan van meet af aan al meer in het vat.

Op het moment dat van alle crediteuren schriftelijk akkoord is ontvangen, is het akkoord tot stand gekomen en kan uitbetaling plaatsvinden.

Alternatieven: akkoord vanuit surseance, faillissement en de WCO II

Alternatief voor een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord is het aanbieden van een schuldeisersakkoord vanuit surseance van betaling of faillissement. Voordeel hiervan is dat niet alle schuldeisers hoeven in te stemmen: als de meerderheid (qua aantal en omvang) instemt, dan bindt het akkoord ook de overige schuldeisers (het wordt daarom ook wel als ‘dwangakkoord’ aangeduid).  Nadeel is dat een surseance en zeker ook een faillissement zeer negatieve gevolgen voor een onderneming heeft, bijvoorbeeld vanwege de negatieve publiciteit die dit met zich brengt.
Het wetsvoorstel Wet Continuïteit Onderneming II bevat de mogelijkheid tot het aanbieden van een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord door middel van een dwangakkkoord. Dit ondervangt het probleem dat een of enkele dwarsliggende schuldeisers het buitengerechtelijk akkoord kunnen frustreren grotendeels. Totdat dit voorstel tot wet is verheven, blijft (voor wat een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord betreft) instemming van alle schuldeisers echter vereist.

Conclusie

Het buitengerechtelijk schuldeisersakkoord kan een zinvol instrument zijn om tot een sanering van de schuldenlast van een onderneming te komen. Het moet dan wel gaan om een onderneming die in beginsel (na de sanering) levensvatbaar is en aan haar lopende verplichtingen kan voldoen. Het aanbieden van een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord is vorm vrij, maar de hierboven beschreven uitgangspunten dienen wel in acht te worden genomen. Het grootste struikelblok vormt vaak de voorwaarde dat alle schuldeisers met het akkoord in moeten stemmen.

Wilt u nader advies over uw mogelijkheden om een buitengerechtelijk schuldeisersakkoord aan te bieden? Aarzel dan niet om contact met mij op te nemen.

Arjan van Dieren is advocaat insolventie en herstructurering bij Van Diepen van der Kroef Advocaten te Utrecht. Voor vragen of opmerkingen is Arjan bereikbaar op het telefoonnummer 030-236 46 00 of via het e-mailadres a.vandieren@vandiepen.com.