Ontbinding arbeidsovereenkomst en uitbetaling van vergoedingen op basis van een regeling die partijen ter zitting hebben bereikt.

Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a BW juncto artikel 7:669 lid 3 sub g BW.

Grondslag ontslag is akkoord

Ter zitting blijkt dat partijen het eens zijn dat hun arbeidsverhouding is verstoord in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub g BW. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zodoende. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van twee maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 sub a BW worden ontbonden met ingang van 1 november 2015.

Vergoedingen door de werkgever te betalen ook akkoord

Partijen zijn het er ook over eens dat de werknemer aanspraak heeft op een transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 50.000,- bruto in totaal. Voorts zijn partijen het erover eens dat de werknemer aanspraak heeft op vergoeding van € 25.000,- netto ten titel van verbeurde dwangsommen. De kantonrechter oordeelt dat werkgever zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoedingen. Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Bron: kantonrechter Haag, 24 augustus 2014, ECLI:NL:RBDHA:2015:9849

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 7, 2015