Niet werken door ziekte is geen werkweigering

Werkneemster is bij BMI in dienst en is zwanger. Vanaf 28 mei 2015 werkt werkneemster halve dagen. Op 2 juni 2015 heeft BMI werkneemster op staande voet ontslagen omdat werkneemster onbereikbaar was voor werkgever en het wegblijven van het werk zonder geldige reden wordt aangemerkt als werkweigering. BMI heeft op 16 juli 2015 een verzoekschrift tot voorwaardelijke ontbinding ingediend, primair wegens een dringende reden, subsidiair een verandering in omstandigheden.

Toepassing van oud recht onder overgangsrecht

Artikel XXII lid 1 onder b. van het Overgangsrecht leidt volgens verzoeker tot toepassing van ‘oud recht’ en volgens verweerster tot toepassing van de WWZ. De kantonrechter oordeelt dat het ontbindingsverzoek en het kort geding, gedingen zijn die betrekking hebben op het ontslag op staande voet van 2 juni 2015. De vordering in kort geding is afhankelijk van het voorlopig oordeel over de geldigheid van het ontslag op staande voet. Het ontbindingsverzoek (op basis van hetzelfde feitencomplex) is ingediend voor het geval het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig blijkt. Beide procedures hebben aldus betrekking op het ontslag op staande voet. ‘Betrekking hebben op’ betekent volgens Van Dale ‘gaan over, er verband mee houden’, hetgeen een ruim bereik impliceert. Voor een meer beperkte interpretatie ziet de kantonrechter geen aanleiding, al was het maar omdat het risico ontstaat dat op verschillende procedures die voortvloeien uit hetzelfde ontslag, verschillende regels van toepassing zijn. Dat is juist wat overgangsrecht beoogt te voorkomen.

Geen grond voor ontslag op staande voet

De kantonrechter is van oordeel dat een grond voor ontslag op staande voet onvoldoende aannemelijk is geworden. De mededelingen van werkneemster op 1 juni 2015 kunnen niet anders begrepen worden dan dat zij zich volledig ziek heeft gemeld. Voor zover BMI de ziekte van werkneemster in twijfel heeft getrokken heeft zij die twijfel onvoldoende gemotiveerd. Ook op de subsidiaire grondslag – dat is gebaseerd op dezelfde feiten – is het ontbindingsverzoek niet toewijsbaar. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.

Bron: kantonrechter Amsterdam, 19 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5388

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 7, 2015.

Op een ontslag op staande voet, gegeven voor 1 juli 2015, is oud recht van toepassing. Ook op het daarmee samenhangende ontbindingsverzoek, ingediend na 1 juli 2015.