Ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster leidt tot ontbinding op korte termijn.

Werkneemster is sinds 1 oktober 2013 bij AstraZeneca in dienst in de functie van rayonmanager. Werkneemster is op 5 juni 2015 op staande voet ontslagen nadat werkneemster had bevestigd dat zij de op haar cv vermelde opleidingen niet heeft gevolgd en de vermelde werkervaring niet heeft. AstraZeneca verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Verzoekschrift valt onder de WWZ

Het verzoekschrift is ter griffie ontvangen op 9 juli 2015. Artikel XXII lid 1, aanhef en onder b. van het Overgangsrecht bepaalt dat de wetsbepalingen, zoals deze luidden de dag vóór 1 juli 2015, van toepassing blijven op een opzegging van de arbeidsovereenkomst gedaan vóór dat tijdstip en op de gedingen die daarop betrekking hebben. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de (voorwaardelijke) ontbindingsprocedure niet worden aangemerkt als een geding dat betrekking heeft op de opzegging, omdat de ontbindingsprocedure naar haar aard ziet op een andere manier van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daaraan doet niet af dat aan het onderhavige ontbindingsverzoek hetzelfde feitencomplex ten grondslag is gelegd als aan het ontslag op staande voet van 5 juni 2015, omdat een ontbindingsprocedure een ander beoordelingskader heeft dan een geding over een ontslag op staande voet. Het verzoek wordt zodoende beoordeeld op basis van het per 1 juli 2015 geldende recht.

Leugen over opleiding en ervaring ernstig verwijtbaar

De kantonrechter oordeelt dat de door AstraZeneca naar voren gebrachte feiten een redelijke grond vormen voor ontbinding ex artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Voor de vertrouwensrelatie tussen werkgever en werknemer is essentieel dat een werknemer bij sollicitatie en indiensttreding correcte informatie verstrekt. AstraZeneca heeft onweersproken gesteld dat de vertrouwensrelatie door toedoen van werkneemster onherstelbaar is beschadigd. Aldus heeft werkneemster ernstig verwijtbaar gehandeld. De arbeidsovereenkomst wordt met toepassing van artikel 7:671b lid 8 sub b BW (voorwaardelijk) ontbonden per 1 september 2015. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen.

Bron: kantonrechter Den Haag, 27 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10145

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 7, 2015.