Een exoneratiebeding in een aannemingsovereenkomst: Aansprakelijk voor € 90.000 in plaats van € 615.000.

Een exoneratiebeding kan de aansprakelijkheid wegens fouten bij het realiseren van een bouwproject enorm beperken. Het is daarom het overwegen waard een exoneratiebeding op te nemen in een aanneemovereenkomst.

Dit blijkt ook uit een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA Bouw, nr. 34884). Dit vonnis geeft goed weer welk effect een exoneratiebeding kan hebben. Onderwerp van het geschil in deze procedure was de wijze waarop een nieuw appartementencomplex was gebouwd. Dit bouwproject was geïnitieerd door “A”. A heeft voor het realiseren van dit project “B” ingeschakeld als hoofdaannemer en “C” als hoofdconstructeur. Er wordt uitdrukkelijk geen driepartijen- overeenkomst gesloten. A sluit met B en C twee losstaande contracten voor de realisering van het project. Doordat zowel B als C steken hebben laten liggen in de (onderlinge) communicatie, de gemaakte bouwtekeningen, in de advisering en in de uitvoering van de plannen, is er scheurvorming ontstaan in de balkons van het nieuwe appartementencomplex. A heeft vervolgens bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw gevorderd dat zowel B als C hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade c.q. de herstelkosten. B en C wijzen de (hoofdelijke) aansprakelijkheid allebei af. C wijst daarbij, mocht de Raad van Arbitrage toch oordelen dat zij aansprakelijk is voor de schade, op een exoneratiebeding die de aansprakelijkheid beperkt tot € 90.000,00.

Exoneratiebeding

De Raad van Arbitrage komt uiteindelijk tot de conclusie dat zowel B als C aansprakelijk zijn voor de schade van A. B is volgens de Raad aansprakelijk voor het gehele schadebedrag ad € 615.805,92. C daarentegen doet een geslaagd beroep op het exoneratiebeding in de overeenkomst met A, waardoor C voor “slechts” € 90.000 van het schadebedrag (naast B) hoofdelijk aansprakelijk is.

Hiermee wordt goed duidelijk wat een exoneratiebeding voor gevolgen kan hebben. Het kan enorm nuttig zijn een dergelijk beding op te nemen in een overeenkomst, om zo de aansprakelijkheid te beperken. Dit geldt met name in overeenkomsten tussen professionele partijen, omdat er dan een redelijke kans is dat een rechter een beroep op een exoneratiebeding honoreert. In overeenkomst met een consument (bijvoorbeeld een koop- en aanneemovereenkomst) is het niet altijd mogelijk om een geslaagd beroep te doen op een exoneratiebeding. De consument kan namelijk aanvoeren dat een dergelijk beding onredelijk bezwarend is (en dus vernietigd moet worden), waarbij de consument een beroep zou kunnen doen op de “grijze lijst” van artikel 6:237 BW. Hierdoor wordt het beding vermoed onredelijk bezwarend te zijn en moet de professionele partij aantonen dat dit in een specifiek geval niet zo is.

Andere opties

Naast exoneratiebedingen kan de aansprakelijkheid ook op andere manieren worden beperkt. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het voeren van een “eigen schuld- verweer”. Een dergelijk verweer is in het eerder genoemde vonnis niet aan de orde gekomen, terwijl dit gelet op het feitencomplex wel voor de hand had gelegen. B had bijvoorbeeld kunnen stellen dat de fouten van C aan A hadden moeten worden toegerekend, waardoor B niet voor het gehele bedrag op zou draaien. Er is inmiddels hoger beroep ingesteld tegen het vonnis (nr. 72034) waardoor partijen een dergelijk verweer alsnog zouden kunnen aanvoeren. Wellicht dat partijen in hoger beroep er alsnog voor kiezen een dergelijk verweer te voeren.

Heeft u vragen over aansprakelijkheidskwesties in de bouw? Neemt u dan contact op met een van de advocaten van de sectie vastgoed- en bouwrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten. Wilt u op de hoogte blijven van alle bouwrechtelijke artikelen van Van Diepen Van der Kroef? Dan kunt u ook lid worden van onze LinkedIn- groep “vastgoed- en bouwrecht”.