Ontslag zonder voorziening niet kennelijk onredelijk na langdurige arbeidsongeschiktheid

Werknemer is sinds 14 december 1970 in dienst bij The Greenery, laatstelijk als medewerker Finance & Administration. Vanwege gezondheidsklachten ontvangt werknemer sinds 1980 een WAO-uitkering, daarnaast is hij met de nodige aanpassingen werkzaam gebleven bij The Greenery. Op 9 september 2008 heeft werknemer zich wegens toegenomen (energetische-, psychische- en pijn) klachten ziek gemeld. The Greenery heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer rechtsgeldig opgezegd met ingang van 1 juli 2011 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Vorderingen werknemer afgewezen

Werknemer heeft in eerste aanleg een bedrag van € 54.500 gevorderd op basis van een vaststellingsovereenkomst, subsidiair op grond van kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. In hoger beroep vordert werknemer een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is en een schadevergoeding van € 95.761,69 bruto. Het hof oordeelt dat The Greenery heeft gedaan wat van haar kon worden verlangd om werknemer in staat te stellen zijn (of ander passend) werk te verrichten.

Geen passende functie voor werknemer

Toen The Greenery onderkende dat passend werk niet (langer) voorhanden was, heeft zij een re-integratiebureau ingeschakeld. Uit het eindrapport blijkt dat geen passend werk binnen The Greenery kon worden gevonden en dat het niet is gelukt werknemer te begeleiden naar passend werk bij een andere werkgever. Het enkele feit dat The Greenery een groot bedrijf is, rechtvaardigt niet de conclusie dat er passend werk zou zijn. Het hof overweegt dat uit het feit dat een werkgever bereid is een beëindigingsvergoeding te betalen, niet de conclusie mag worden getrokken dat een ontslag kennelijk onredelijk is als daaraan geen vergoeding is verbonden.

Niet kennelijk onredelijk

Het is vaste rechtspraak dat een werknemer die wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen geen recht heeft op een vergoeding uit kennelijk onredelijk ontslag, ook niet indien sprake is van een lang dienstverband, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2206, JAR 2008/76). Dergelijke omstandigheden zijn niet gebleken. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.

Bron: Hof Den Haag, 7 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1747

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2015.