Loonvordering tijdens ziekte toegewezen, werkgever diende een bedrijfsarts in te schakelen maar voldoet wel aan aanzegverplichting

Werkneemster is op 1 november 2014 voor bepaalde tijd (6 maanden) in dienst getreden van Eastern-Asia. Zij werkt in de bediening in het restaurant. Werkneemster heeft zich op 7 februari 2015 ziek gemeld. In de weken daarna heeft zij per WhatsApp berichten uitgewisseld over haar ziekte. Op 3 maart laat Eastern-Asia weten de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen.

Vordering en verweer

Aan werkneemster is sinds 1 februari 2015 geen loon meer betaald. Werkneemster vordert loondoorbetaling vanaf 1 februari 2015 en een maand loon omdat niet aan de aanzegverplichting (art. 7:668 BW) is voldaan. Over het meest verstrekkend verweer van Eastern-Asia, dat werkneemster niet ziek was en ten onrechte geen inlichtingen van haar arts heeft verstrekt, oordeelt de kantonrechter dat, anders dan Eastern-Asia meent, een werknemer niet gehouden is medische informatie aan de werkgever te verschaffen. Het komt voor risico van Eastern-Asia dat zij niet direct een bedrijfsarts heeft ingeschakeld.

Loonbetaling

Het verweer van Eastern-Asia dat werkneemster de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt zodat de loonbetalingsverplichting is komen te vervallen, wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen. Met betrekking tot de stelling van Eastern-Asia dat zij de arbeidsovereenkomst in maart 2015 heeft beëindigd, overweegt de kantonrechter dat in dit kort geding niet is gebleken dat partijen dit zijn overeengekomen. Eastern-Asia is gehouden werkneemster het loon te betalen tot en met 30 april 2015.

Werkgever voldoet aan aanzegverplichting

De vordering tot betaling van een vergoeding op grond van het niet nakomen van de aanzegplicht in artikel 7:668 lid 3 BW wordt afgewezen. Weliswaar heeft werkneemster betwist de op 5 maart 2015 gedateerde aanzegging, die per gewone post is verstuurd, te hebben ontvangen, maar in de whatsapp van Eastern-Asia is te lezen dat Eastern-Asia het dienstverband wilde beëindigen. Daaruit volgt dat Eastern-Asia de arbeidsovereenkomst na 30 april 2015 niet wilde voortzetten. Daarmee heeft Eastern-Asia naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voldaan aan de bedoelde aanzegverplichting.

Bron: Kantonrechter Amsterdam, 10 juni 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3968

Dit artikel is geschreven door sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2015.