Werkgever niet debet aan ontslaggrond; er is geen overgang van onderneming

Werknemer is sinds 25 september 1989 in dienst bij Zwaan als chauffeur. Zwaan heeft aan werknemer bevestigd dat een ontslagaanvraag is ingediend vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. Verder heeft Zwaan in die brief meegedeeld dat “B.K.S.” de transportactiviteiten van Zwaan zal overnemen en dat werknemer bij B.K.S. in dienst kan treden. Werknemer heeft hierop gesteld dat sprake is van ‘overgang van onderneming’ en dat de arbeidsovereenkomst om die reden zal overgaan naar B.K.S.

Ontbindingsverzoek werknemer

Werknemer heeft op 19 januari 2015 een verzoekschrift ingediend; Zwaan is onzorgvuldig omgegaan met de rechtspositie van werknemer, doordat werknemer niet is gewezen op het feit dat sprake is van een overgang van onderneming. Werknemer stelt dat de arbeidsverhouding hierdoor onherstelbaar is verstoord. Werknemer beroept zich op artikel 7:665 BW zodat de reden voor de ontbinding voor rekening van Zwaan moet komen.

Geen sprake van overgang van onderneming

De kantonrechter overweegt dat een ontslag vergunning nog niet is verleend en ook heeft er nog geen opzegging plaatsgevonden. Dat betekent dat zich niet de situatie voordoet zoals bedoeld in de rechtspraak ‘Van Hooff Elektra B.V’ (zie HR 11 december 2009, ECLI:NL:HR:2009: BJ9069). Naar het oordeel van de kantonrechter is echter geen sprake van een overgang van onderneming. Er is zodoende geen reden dat de ontbinding voor rekening van Zwaan moet komen. Hoewel het voorgaande tot de conclusie zou moeten leiden dat aan werknemer geen vergoeding toekomt, is toekenning van enige vergoeding toch billijk.

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Uit de stukken is gebleken dat de arbeidsovereenkomst waarschijnlijk, na opzegging, zal eindigen per 1 juni 2015. Indien werknemer niet zelf ontbinding zou hebben gevraagd, had de arbeidsovereenkomst in ieder geval tot die datum voortgeduurd. De vergoeding die wordt toegekend, is gelijk aan het loon over de opzegtermijn over de periode van 1 maart 2015 tot 1 juni 2015. Werknemer wordt hiermee zoveel mogelijk in eenzelfde positie gebracht als de overige werknemers die wegens bedrijfseconomische omstandigheden worden ontslagen.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2015.