(Voormalig) werkgever slaagt niet in bewijsopdracht dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet geschonden is

Werknemer is eiser in deze procedure. Hij stelt dat hij ten onrechte is ontslagen. De rechter heeft de (voormalig) werkgever een bewijsopdracht gegeven: Document Exchange is opgedragen te bewijzen dat Document Exchange niet binnen 26 weken na bekendmaking van de beslissing van het UWV van 18 oktober 2013 een werknemer in dienst heeft genomen voor werkzaamheden van dezelfde aard als de werkzaamheden die werknemer pleegde te verrichten.

Bewijsopdracht werkgever

Werkgever brengt in de procedure het organisatieschema van vóór en van na de reorganisatie en roept getuigen op. Werkgever stelt aan de bewijsopdracht te hebben voldaan doordat de huidige functie een andere functieomschrijving heeft, andere werkzaamheden kent en de betreffende werknemer bij een andere vennootschap in dienst is. De verklaringen van de getuigen opgeroepen door werkgever zijn vervolgens niet volledig in lijn met hetgeen werkgever over de werkzaamheden op schrift heeft gesteld. Het LinkedIn-profiel van de nieuwe werknemer wijst ook in een andere richting dan door werkgever is gesteld.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat werkgever niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Dit betekent dat eiser bij brief van 12 februari 2014 terecht de vernietiging van de door werkgever Services opgezegde arbeidsverhouding heeft ingeroepen en dat is komen vast te staan dat werkgever in strijd heeft gehandeld met de wederindienstredingsvoorwaarde als gesteld in de beslissing van het UWV door iemand met ingang van 1 januari 2014 in dienst te laten treden in een functie gelijk of vergelijkbaar aan die van eiser. De loonvordering van eiser wordt dan ook toegewezen met een wettelijke verhoging van 25%.

Vordering wedertewerkstelling desondanks afgewezen

Ten aanzien van de vordering wedertewerkstelling overweegt de kantonrechter het volgende. De vordering van eiser tot wedertewerkstelling wordt afgewezen. Gelet op het tijdsverloop van inmiddels ruim 1.8 jaar na non-actiefstelling en ruim 1 jaar na de opzegging van de arbeidsovereenkomst en de gewijzigde omstandigheden binnen werkgever valt niet te verwachten dat tussen partijen nog sprake kan zijn van een zinvolle en vruchtbare samenwerking. Het staat werkgever uiteraard wel vrij, gelet op haar loondoorbetalingsverplichting eiser voor het werk op te roepen.

Bron: Kantonrechter Almere, 21 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:1304

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2015.