Kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium

Werknemer is op 3 november 1986 in dienst getreden bij Slaapkomfort, gedreven door zijn zwager. Slaapkomfort zegt de arbeidsovereenkomst op tegen 31 maart 2012 met een ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische reden. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is vanwege de gevolgen voor werknemer. De schadevergoeding bedraagt € 18.720,-.

In hoger beroep

Zowel werkgever als werknemer gaan hiertegen in beroep. Het hof is het niet met werkgever eens dat de kantonrechter meer gewicht had moeten toekennen aan de vrijstelling van werk bij einde dienstverband. Ook dat werkgever werknemer een dienstverband van één dag in de week heeft aangeboden, legt volgens het hof geen gewicht in de schaal. Het hof oordeelt, zoals de kantonrechter, dat rekening moet worden gehouden met een werkloosheidsduur van omstreeks twee jaar.

Zwart loon telt mee voor schadevergoeding

Het hof is het met werknemer eens dat voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding, niet alleen het brutoloon, maar ook het in het verleden ontvangen ‘zwarte’ loonbestanddeel dient te worden betrokken. Het hof houdt rekening met 50% van het door hem ontvangen netto loon. Bijstelling van de berekening van het bestreden vonnis leidt tot een schadebedrag van € 25.000,-.

Aanspreken van financieringsbronnen

Het hof verwerpt de stelling van werknemer dat de kantonrechtersformule resp. de transitievergoeding tot uitgangspunt zou moeten worden genomen. Ook het hof acht onvoldoende aannemelijk geworden dat de financiële situatie van Slaapkomfort aan betaling van het genoemde bedrag in de weg staat. Niet aannemelijk is geworden dat zij niet kan beschikken over financieringsbronnen buiten de onderneming.

Gelet op de gehanteerde uitgangspunten – het zeer lange dienstverband van werknemer, diens leeftijd (53 jaar) en diens functioneren, waaraan het hof toevoegt dat alleszins aannemelijk is geworden dat werknemer een uiterst toegewijde en loyale werknemer is geweest – is het hof van oordeel dat van Slaapkomfort gevergd kan worden dat zij die financieringsbronnen zo nodig aanspreekt.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 16 juni 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2309

Dit artikel is geschreven door sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2015.