Ontbreken van vaststellingsovereenkomst betekent geen overeenstemming over hoogte ontslagvergoeding

Werkneemster is in dienst bij Delphi als ontbijtmedewerkster. Op 30 april 2013 heeft werkneemster zich ziek gemeld.

Arbeidsongeschikt als gevolg van verstoorde werkrelatie

Op 29 augustus 2013 heeft werkneemster zich in een gesprek beklaagd over seksueel intimiderend gedrag van een collega. Werkneemster blijft arbeidsongeschikt als gevolg van een verstoorde werkrelatie.

Beëindigingsvoorstel

Delphi heeft op 23 november 2013 een beëindigingsvoorstel gedaan. De gemachtigde van werkneemster doet een tegenvoorstel met een hogere vergoeding. In december ontstaat een geschil over de mogelijkheid van re-integratie van werkneemster. Delphi verzoekt UWV in januari 2014 een ontslagvergunning en krijgt deze. Werkneemster eist een verklaring voor recht dat een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, althans dat Delphi de onderhandelingen niet had mogen afbreken. Daarnaast acht werkneemster de opzegging kennelijk onredelijk.

Een tegenvoorstel betekent afwijzing van het gedane voorstel

De kantonrechter oordeelt dat het tegenvoorstel betekende dat het voorstel van Delphi verworpen werd. De hoogte van de ontslagvergoeding is essentieel in een beëindigingsovereenkomst. Er is dus geen beëindigingsovereenkomst tot stand gekomen. Omdat het tegenvoorstel een driemaal zo hoge vergoeding bevatte, was Delphi niet gehouden door te onderhandelen. Met betrekking tot de kennelijk onredelijkheid overweegt de kantonrechter als volgt. Gelet op de handelwijze van werkneemster kon voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van Delphi kon worden gevergd.

Kantonrechter kent vergoeding toe

De patstelling die is ontstaan, is voor een belangrijk deel aan werkneemster te wijten. Zij heeft niet weersproken in november 2013 een ontslagvergoeding van zes maandsalarissen te hebben genoemd om daar vervolgens, toen Delphi dit aanbod, niet mee in te stemmen. Ook had werkneemster beter dienen te onderbouwen waarom zij meende na 3 december 2013 volledig arbeidsongeschikt te zijn. Daar staat tegenover dat Delphi de loonstopzetting onverkort handhaafde zonder te reageren op een brief van werkneemster in januari 2014. Gelet op alle omstandigheden zijn de gevolgen van het ontslag voor werkneemster te zwaar in vergelijking met het belang van Delphi. De kantonrechter kent werkneemster een vergoeding toe van drie maandsalarissen uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag.

Conclusie

Een tegenvoorstel betekent afwijzing van het gedane voorstel dus is geen beëindigingsovereenkomst tot stand gekomen. Alhoewel onduidelijk is gebleven of werkneemster terecht haar re-integratiemogelijkheden niet benutte, is het ontslag kennelijk onredelijk op grond van het gevolgencriterium.

Bron: Ktr. Amsterdam, 16 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:354

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 2, 2015.

* De hier besproken uitspraak is gedaan op basis van het arbeidsrecht dat van kracht was voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Arbeidsrechtelijke geschillen die de rechter beoordeelt aan de hand van de WWZ zullen een andere uitkomst hebben. Ten gevolge van het overgangsrecht zal er ook na 1 juli 2015 nog jurisprudentie verschijnen gebaseerd op ‘oud’ arbeidsrecht.