Heksenjacht anno 2015

Ik dacht dat heksenjachten inmiddels uit de mode waren geraakt doch ik had ongelijk. Onlangs heb ik een cliënte bijgestaan die openbaar aan de schandpaal is genageld bij, nota bene, een zorginstelling.

Christina, 46 jaar oud, werkt al 10 jaar bij een grote landelijke zorginstelling voor gehandicapten, de laatste 6 jaar in een leidinggevende functie.

Een jaar geleden is Christina ziek geworden waarbij haar medische klachten zijn veroorzaakt door levensbedreigende allergische aanvallen en een hernia. Haar allergie is gediagnosticeerd als een chronische ziekte.

De nieuwe directeur wilde zijn stempel drukken op de organisatie en laten zien dat hij het beter doet dan zijn voorgangers. Hij besloot dan ook om Christina, tijdens haar ziekte, in een verbetertraject te plaatsen om zich zodoende van een ongewenste werknemer te ontdoen.

Vaststellingsovereenkomst

Zoals verwacht heeft Christina zich in het traject niet kunnen verbeteren. Tijdens het traject heeft Christina zelf herhaaldelijk aangegeven haar taken als leidinggevende niet aan te kunnen doch werd zij gedwongen om tijdens haar re-integratie van 10 uur per week toch haar leidinggevende taken uit te voeren. Omdat zij alleen maar een hernia had werd zij ook in staat geacht om al haar e-mails te beantwoorden. Daarnaast werd zij er steeds op gewezen dat het beter zou zijn als zij een vaststellingsovereenkomst zou ondertekenen omdat de directeur er geen vertrouwen in had dat zij haar functie ooit nog goed zou kunnen uitoefenen.

Na een 6 maanden durend verbetertraject (tijdens ziekte) is Christina op non-actief gesteld in afwachting van de ontbindingsprocedure. Ter voorbereiding van de procedure werden alle medewerkers van Christina door de directeur bij elkaar geroepen en werd de medewerkers te kennen gegeven dat Christina niet goed functioneert. Daarbij werden de medewerkers uitgenodigd om klachten over Christina direct bij de directeur te deponeren. Vervolgens werd onder circa 40 directe medewerkers een medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd zodat de negatieve beoordelingen in de procedure konden worden overgelegd. De medewerkers werden aangemoedigd om alle kritiek op papier te zetten. En van alle kanten stroomden de klachten binnen.

Het resultaat was een dossier van 2 ordners dik die bij de kantonrechter is ingediend teneinde de arbeidsovereenkomst van Christina te ontbinden.

Op 18 augustus 2015 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in deze zaak en heeft het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van Christina, zoals verwacht, afgewezen.

De kantonrechter heeft daarbij overwogen dat het feit dat Christina tijdens haar ziekte is aangesproken op haar functioneren niet als een serieus verbetertraject kan worden beschouwd. De uitkomst van het medewerkerstevredenheidsonderzoek achtte de kantonrechter een zonder toetsbare waarborg omklede opiniepeiling die geen hout snijdt.

Uitspraak kantonrechter

De kantonrechter heeft dan ook geconcludeerd dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verband houdt met de ziekte van Christina waarvoor het opzegverbod geldt.

De directeur heeft nog zo zijn best gedaan om het ontbindingsverzoek vlak voor 1 juli 2015 in te dienen om de nieuwe wettelijke regeling te omzeilen. Vanaf 1 juli 2015 is het namelijk nagenoeg niet meer mogelijk om een arbeidsovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer te ontbinden.

Christina heeft nu een oproep ontvangen voor de bedrijfsarts en zal binnenkort, naar verwachting in een andere functie, moeten re-integreren.

Dit artikel is geschreven door de secties Ondernemingsrecht en Arbeidsrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten.