Voorwaardelijk ontbindingsverzoek afgewezen ondanks indiensttreding elders

Werknemer is sinds 1978 in dienst van Joulz en is werkzaam als senior uitvoerder. In 2012 heeft een reorganisatie plaatsgevonden met een personeelsreductie van 125 fte. Joulz heeft werknemer met ingang van 1 januari 2013 boventallig verklaard. Werknemer heeft hiertegen geprotesteerd.

Sociaal plan

De vertrekpremie bedroeg volgens het Sociaal Plan € 5.000,– bruto per gewerkt jaar met een maximum van € 120.000,– bruto. De begeleiding van werk naar werk via een extern re-integratiebedrijf bestond uit indiensttreding bij POSG Professionals B.V., een bedrijf dat zich richt op loopbaanontwikkeling van mensen en dat mobiliteitsdienstverbanden aanbiedt. Werknemer is op 1 januari 2013 bij POSG in dienst getreden. Op 1 januari 2014 is werknemer voor zes maanden in dienst getreden bij Van Voskuilen Woudenberg B.V.

Afwijking afspiegelingsbeginsel

Werknemer weigert de vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst met Joulz te tekenen. Joulz verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst – voor zover de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door indiensttreding elders. De kantonrechter overweegt dat het verweer van werknemer ziet op het feit dat (juist) hij boventallig is verklaard. Werknemer heeft (van aanvang af) aangegeven dat ten onrechte niet het afspiegelingsbeginsel is gehanteerd en dat de selectie niet transparant was. Dit verweer slaagt. Uitgangspunt is immers dat bij het bepalen welke werknemer voor ontslag in aanmerking komt het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd.

Objectieve en controleerbare criteria ontbraken

Joulz heeft in samenspraak met de OR voor sleutelfuncties alternatieve criteria afgesproken. Het hanteren van afwijkende criteria is niet op voorhand uitgesloten, maar deze moeten wel voldoende objectief en controleerbaar zijn. Er is geen sollicitatieprocedure geweest, er zijn geen criteria opgesteld en werknemer heeft niet toegelicht gekregen waarom hij niet is geselecteerd voor de sleutelfunctie. Derhalve kan de kantonrechter niet vaststellen dat werknemer terecht boventallig is verklaard.

Dat werknemer sedertdien een arbeidsovereenkomst met POSG en Van Voskuilen is aangegaan, rechtvaardigt niet alsnog een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2015.

De hier besproken uitspraak is gedaan op basis van het arbeidsrecht dat van kracht was voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Arbeidsrechtelijke geschillen die de rechter beoordeelt aan de hand van de WWZ zullen een andere uitkomst hebben. Ten gevolge van het overgangsrecht zal er ook na 1 juli 2015 nog jurisprudentie verschijnen gebaseerd op ‘oud’ arbeidsrecht.