Onjuiste toepassing afspiegelingsbeginsel leidt tot schadevergoeding aan werknemer door UWV

Werknemer is sinds augustus 1990 in dienst van drukkerij Libertas. Libertas heeft UWV toestemming verzocht voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. Libertas stelt dat de unieke functie van werknemer is komen te vervallen. Werknemer heeft gesteld dat hij op grond van het afspiegelingsbeginsel niet voor ontslag in aanmerking komt.

UWV acht klacht werknemer gegrond, maar…

UWV heeft de klacht van werknemer – dat bij de beoordeling van de ontslagaanvraag onvoldoende rekening is gehouden met zijn verweer ten aanzien van het afspiegelingsbeginsel – gegrond verklaard. UWV erkent dat zij een procedurele fout heeft gemaakt, maar stelt dat ook zonder die fout de ontslagvergunning zou zijn verleend

Het hof onderzoekt alsnog het verweer van werknemer. Een overdrachtsperiode van enkele dagen om aan de meest essentiële functie-eisen van ‘allround drukker’ te voldoen is toereikend. Het hof acht het redelijk de functie van werknemer met die van ‘allround drukker’ uitwisselbaar te beschouwen. Dit leidt tot de slotsom dat de ontslagvergunning niet had behoren te worden verleend.

Correctie door het hof

UWV stelt dat werknemer bij Libertas herstel van de arbeidsovereenkomst had moeten vorderen. Het hof verwerpt dit betoog. Het vindt geen steun in het recht en miskent de eigen aansprakelijkheid van UWV voor zijn onrechtmatig handelen. UWV stelt verder dat de rechter bij deze schadebegroting ‘te rade dient te gaan’ bij de begroting van de schade in kennelijk-onredelijk ontslagzaken. Naar het oordeel van het hof miskent UWV hierbij de rechterlijke vrijheid bij het begroten van schade. Werknemer moet worden gebracht in de positie waarin hij zou hebben verkeerd als de onrechtmatige gedraging van UWV niet zou hebben plaatsgevonden.

Schadevergoeding toegekend

Naar het oordeel van het hof dient een inschatting van de ‘levensduur van de arbeidsovereenkomst’ te worden gemaakt. Uiteindelijk stelt het hof deze vast op vier jaar. Het hof veroordeelt UWV werknemer ter zake van inkomensderving en derving van pensioenbijdragen een bedrag te betalen van € 42.744,13 netto.

Bronnen: Hof Amsterdam, 3 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:664 en het tussenarrest van 10 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2013:4555

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 3, 2015.

* De hier besproken uitspraak is gedaan op basis van het arbeidsrecht dat van kracht was voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Arbeidsrechtelijke geschillen die de rechter beoordeelt aan de hand van de WWZ zullen een andere uitkomst hebben. Ten gevolge van het overgangsrecht zal er ook na 1 juli 2015 nog jurisprudentie verschijnen gebaseerd op ‘oud’ arbeidsrecht.