Faillietverklaring vennootschap na turboliquidatie

Rechtbank verklaart vennootschap na turboliquidatie alsnog in staat van faillissement, het hof bekrachtigt dit vonnis.

Liquidatie in de praktijk

Tot een turboliquidatie (ontbinding zonder vereffening) van een vennootschap kan niet zo maar worden overgegaan. Enkel indien er geen bekende baten aanwezig zijn, kan turboliquidatie plaatsvinden. Als er wel bekende baten zijn, dan moet de weg worden gevolgd van een ‘gewone’ liquidatie. Blijkt dan dat de schulden de baten overtreffen, moet worden overgegaan tot de aanvraag van het faillissement.

In deze zaak ziet de rechtbank een mogelijke grond voor bestuurdersaansprakelijkheid bij het nemen van een besluit tot ontbinding nà indiening van een faillissementsverzoek, terwijl er sprake was van meerdere onbetaald gelaten schuldeisers.

Het is dus van belang om u bij het voornemen tot liquidatie van een vennootschap goed te laten adviseren.

Feiten van de zaak – de faillissementsaanvraag

Op 14 april 2015 is een verzoek tot faillietverklaring van SAS bij de rechtbank ingediend. Op 22 april 2015 is door SAS getekend voor ontvangst van de oproep voor behandeling van dit verzoek ter zitting van 19 mei 2015. Op 13 mei 2015 is bij de Kamer van Koophandel doorgegeven dat SAS is ontbonden en is opgehouden te bestaan, omdat geen bekende baten meer aanwezig waren.

Bij de behandeling van de faillissementsaanvraag heeft SAS het verweer gevoerd dat de onderneming bij besluit van 13 mei 2015 is ontbonden en is opgehouden te bestaan, en dat een niet bestaande rechtspersoon niet in staat van faillissement kan worden verklaard, tenzij de aanvrager van het faillissement kan aantonen dat er nog baten zijn.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het besluit tot ontbinding ná de faillissementsaanvraag is genomen. Dit komt de rechtbank op het eerste gezicht onzorgvuldig voor, nu er sprake is van meerdere schuldeisers die niet zijn betaald. De rechtbank overweegt dat een curator kan onderzoeken of in dat verband sprake is van een vordering uit (bijvoorbeeld) bestuurdersaansprakelijkheid. Ook kan een curator onderzoeken of de vennootschap ten tijde van de faillissementsaanvraag nog actief bezat en wat daarmee is gebeurd. Nu SAS heeft verklaard dat geen geld is ontvangen van opdrachtnemers, overweegt de rechtbank dat deze mogelijke baten wellicht nog te gelde kunnen worden gemaakt. De rechtbank oordeelt dat verder aan de vereisten voor faillietverklaring is voldaan en spreekt het faillissement van SAS uit.

Oordeel hof

De aanvragers van het faillissement hebben de stelling dat SAS nog baten zou hebben, in hoger beroep verder onderbouwd. Het hof neemt als uitgangspunt dat de beoordeling ‘ex nunc’ plaatsvindt, dat wil zeggen naar de actuele situatie wanneer de zitting plaatsvindt, en neemt de verdere onderbouwing van de aanvragers dus in zijn oordeel mee.

Het hof oordeelt dat in hoger beroep summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er mogelijke baten zijn. SAS heeft nooit jaarstukken gepubliceerd, hetgeen meebrengt dat op grond van artikel 2:248 BW vast staat dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld dat wordt vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Aansprakelijkheid van de bestuurders van SAS is volgens het hof geenszins uitgesloten. Door de aanvragers is aannemelijk gemaakt dat een van de bestuurders van SAS verhaal kan bieden voor een bestuurdersaansprakelijkheidsclaim.

Het begrip ‘bate’ dient volgens het hof ruim te worden uitgelegd en hieronder dient ook een mogelijke bate voor de boedel (de gezamenlijke crediteuren) te worden geschaard.

Het hof bekrachtigt dan ook het vonnis van de rechtbank.

Dit artikel is geschreven door de sectie Ondernemingsrecht en Insolventie & Herstructurering van Van Diepen Van der Kroef Advocaten.