Werknemer mag separaat procedure volgen bij onduidelijkheid sociaal plan

Werknemer is in dienst van Arbo Unie als Manager Arbo Unie. Op 21 januari 2014 heeft Arbo Unie UWV toestemming gevraagd om de arbeidsovereenkomst met 125 werknemers, waaronder werknemer, op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen. Arbo Unie is met representatieve vakbonden een sociaal plan overeengekomen. Vanwege het opzegverbod (OR lid) verzoekt Arbo Unie de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter overweegt dat er sprake is van een collectief ontslag en er is voldaan aan de verplichtingen van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO).

Verzochte ontbinding arbeidsovereenkomst toegewezen

Voor zover werknemer heeft bedoeld de bedrijfseconomische noodzaak te betwisten, acht de kantonrechter dat onvoldoende onderbouwd. Omdat werknemer bij het bedrijfsonderdeel SSU de enige Manager Arbo Unie is en het afspiegelingsbeginsel beperkt is tot één bedrijfsvestiging, is werknemer terecht voor ontslag voorgedragen. De kantonrechter is van oordeel dat de verzochte ontbinding dient te worden toegewezen.

Onduidelijkheid sociaal plan

De kantonrechter stelt vast dat op basis van het Sociaal Plan niet duidelijk is op welke wijze werknemer zal worden geholpen bij het vinden van een nieuwe baan, hoe lang dit traject zal duren, of dit binnen de arbeidsovereenkomst plaatsvindt en op grond van welke criteria de Toetsingscommissie zal bepalen of werknemer in aanmerking komt voor een financiële vergoeding en hoe hoog die dan is. Arbo Unie heeft hierover ter zitting ook geen duidelijkheid kunnen geven. Hierdoor kan niet beoordeeld worden of toepassing van het Sociaal Plan in het geval van werknemer evident onbillijk is. Die onduidelijkheid komt voor rekening en risico van Arbo Unie.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toepassing van het Sociaal Plan, maar laat werknemer daarbij de mogelijkheid om een afzonderlijke procedure te entameren om te laten beoordelen of toepassing van het Sociaal Plan in zijn geval evident onbillijk is (vgl. HR 24 oktober 1997, NJ 1998/257). De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met inachtneming van de opzegtermijn zoals het Sociaal Plan voorschrijft.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2015.

De hier besproken uitspraak is gedaan op basis van het arbeidsrecht dat van kracht was voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Arbeidsrechtelijke geschillen die de rechter beoordeelt aan de hand van de WWZ zullen een andere uitkomst hebben. Ten gevolge van het overgangsrecht zal er ook na 1 juli 2015 nog jurisprudentie verschijnen gebaseerd op ‘oud’ arbeidsrecht.