VOETBAL EN RECHT – Vaarwel Spelersmakelaars, welkom Intermediairs!

Het zal u de afgelopen maanden niet ontgaan zijn dat met ingang van 1 april 2015 het oude licentiesysteem voor spelersmakelaars zoals dat door de FIFA tot aan dat moment dwingend werd voorgeschreven aan de nationale voetbalbonden, is afgeschaft.

Daarvoor is in de plaats getreden een systeem waarbij de nationale voetbalbonden per 1 april 2015 zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de regelgeving die zij aan arbeidsbemiddelaars in het voetbal opleggen. Daarbij dienen de bonden wel de zogenaamde ‘minimumregeling’ te hanteren die de FIFA heeft vastgesteld in haar “Regulations on Working with Intermediairies” die per 1 april 2015 in werking zijn getreden.

In dat kader zijn veel bonden in de periode voor 1 april 2015 – veelal in samenwerking met belangenorganisaties van spelers en clubs – druk bezig geweest om nadere regelgeving uit te werken waardoor er voor arbeidsbemiddelaars in het voetbal – naast de nationale wetgeving – specifieke regels blijven bestaan, indien zij (willen) optreden voor spelers of clubs.

In Nederland zijn deze regels vastgelegd in het op 30 maart 2015 door het bondsbestuur van de KNVB vastgestelde “Reglement Intermediairs”, hetgeen het tot dan toe geldende “Reglement Spelersmakelaars” heeft vervangen.

Hieronder zal ik de belangrijkste wijzigingen in Nederland vanaf 1 april 2015 bespreken. Ook zal ik aangeven welke zaken in Nederland na 1 april 2015 onveranderd zijn gebleven. Hoe de zaken buiten Nederland geregeld zijn, verschilt – afgezien van de opgelegde minimumregeling van de FIFA – van land tot land. Daarop zal ik hier niet ingaan.

Veranderingen en continuïteit in de situatie na 1 april 2015

Terminologie

Zoals hiervoor al aangegeven is de term “gelicentieerd spelersmakelaar” per 1 april 2015 komen te vervallen en vervangen door de term “geregistreerd intermediair”.

Geen schriftelijk examen

Een intermediair behoeft geen schriftelijk examen meer te doen, een vereiste dat voorheen wel gold voor de spelersmakelaar. Tegen dit examen werd reeds kritisch aangekeken door betrokkenen omdat de inhoud van dit examen – 20 multiple choice vragen waarvan 75% door de FIFA werd bepaald – doorgaans geen getrouwe afspiegeling was van de onderwerpen waarmee spelersmakelaars in de praktijk dagelijks te maken kregen. Het wel/niet behalen van het examen – en het daarmee wel/niet behalen van de licentie als spelersmakelaar was daarmee volgens betrokkenen dus geen juiste norm om vast te stellen wie er wel en wie er niet over voldoende capaciteiten beschikte om als spelersmakelaar activiteiten te mogen verrichten. Aan deze discussie – wat daar ook van zei – is hiermee dus in ieder geval een einde gekomen.

Vereisten intermediair

De intermediair dient thans 1) een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van het Ministerie van Justitie te kunnen overleggen aan de KNVB waaruit blijkt dat er geen justitiële bezwaren zijn tegen het optreden van hem/haar als intermediair, 2) een inschrijfgeld van EUR 450,– ex BTW per jaar te voldoen aan de KNVB en 3) een intermediairsverklaring te ondertekenen waarmee de intermediair – kort gezegd – aangeeft het Reglement Intermediairs te zullen respecteren, de regels van de KNVB, UEFA en FIFA te respecteren en zich te zullen onderwerpen aan het arbitragereglement van de KNVB in het geval van voorkomende geschillen.

Registratie intermediair

Indien aan deze vereisten is voldaan wordt de intermediair door de KNVB geregistreerd en is hij gedurende één jaar bevoegd de titel ‘KNVB geregistreerd Intermediair’ te voeren en op te treden als ‘onderhandelaar betreffende de totstandkoming van spelerscontracten en/of overeenkomsten betreffende de overschrijving van spelers’, aldus artikel 1 lid 1 van het reglement. De intermediair mag dus – net als voorheen – zowel de belangen van een speler als de belangen van een club (maar in beginsel niet in eenzelfde onderhandeling, tenzij club en speler daarmee vooraf instemmen) behartigen. Ieder jaar per 1 april dient deze registratie te worden vernieuwd en dient het inschrijfgeld opnieuw door de intermediair te worden voldaan. De licentie van de spelersmakelaar was in het verleden in beginsel voor vijf jaar geldig, waarna er door de spelersmakelaar opnieuw een examen diende te worden afgelegd. Bij een positief afgelegd examen was de licentie dan wederom voor de duur van vijf jaar geldig. De nieuwe periode van één jaar lijkt te zijn gekozen om “gelukzoekers” af te schrikken. Anders kan niet beredeneerd worden waarom een intermediair jaarlijks zowel een VOG dient te overleggen als een aanzienlijk inschrijfgeld dient te voldoen. Op deze vereisten is dan ook nogal wat kritiek gekomen omdat de vereisten verder niets zeggen over de kwaliteit/kunde van de intermediair op zich (zie als voorbeeld van deze kritiek een artikel van mr. R. de Vries d.d. 1 april 2015, “De KNVB mist voor open doel bij afschaffing makelaarslicentie”, bron, www.vantill.nl).

Hoedanigheid van de intermediair

De intermediair kan zowel een meerderjarig natuurlijk persoon zijn als een rechtspersoon, daar waar voor 1 april 2015 een spelersmakelaar alleen een meerderjarig natuurlijk persoon kon zijn, die dan uiteraard wel weer zijn activiteiten in een rechtspersoon mocht onderbrengen. De natuurlijk persoon bleef echter altijd aansprakelijk. Dat is per 1 april 2015 dus gewijzigd op het moment dat de intermediair rechtspersoonlijkheid bezit.

Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

De intermediair behoeft zich niet meer te verzekeren tegen beroepsfouten, de zogenaamde beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering die voor spelersmakelaars altijd verplicht was en jaarlijks vernieuwd/verlengd diende te worden op basis van de actuele ‘spelersportefeuille’ van de spelersmakelaar en de contracten die de spelersmakelaar voor zijn spelers bemiddeld had. Het per 1 april 2015 niet vrijwillig afsluiten van een dergelijke verzekering impliceert dus het aanvaarden van het eigen risico bij een intermediair in geval van door hem gemaakte beroepsfouten. Hij dient de dientengevolge ontstane schade in dat geval zelf volledig te vergoeden aan de partij die door zijn beroepsfout schade heeft geleden.

Geen uitsluiting meer voor bepaalde groepen van het reglement

In het reglement spelersmakelaars waren familieleden in de eerste lijn, dat wil zeggen vader/moeder/broer/zus en advocaten uitgesloten van het vereiste om gelicentieerd spelersmakelaar te zijn om te mogen onderhandelen in het voetbal. Zij mochten dus zonder deze licentie optreden als onderhandelaar in het voetbal. In het huidige reglement is er echter geen uitzondering meer gemaakt voor enige categorie en dient dus een ieder – ook vader/moeder/broer/zus/advocaat – die wenst op te treden als ‘onderhandelaar betreffende de totstandkoming van spelerscontracten en/of overeenkomsten betreffende de overschrijving van spelers’ zich in te schrijven als intermediair. Een verschil ten opzichte van de oude situatie is daarmee dus dat per 1 april 2015 ook de vader/moeder/broer/zus/advocaat die bijvoorbeeld in een geschil geraakt met een club of een speler, voor de KNVB arbitrage commissie kan worden aangesproken op zijn/haar verplichtingen, zulks op basis van het reglement intermediairs.

Leeftijdsgrens van 15 jaar en 6 maanden

In artikel 5 lid 1 sub d van het reglement intermediairs is bepaald dat de intermediair ‘zich dient te onthouden van activiteiten en werkzaamheden voor zover het spelers jonger dan 15 jaar en 6 maanden betreft’. In het verleden – dat wil zeggen tot 1 april 2015 – was deze leeftijdsgrens 16 jaar. Met deze bepaling wordt beter aangesloten bij de praktijk waarin een bepaalde categorie spelers (de zogenaamde toptalenten) ook in hun 15e levensjaar al behoefte heeft aan de bijstand van een intermediair, nu zij op hun 16e (verjaardag) doorgaans al een spelercontract (kunnen) tekenen bij een club. Aan dat spelerscontract gaan logischerwijs voor dat 16e levensjaar al gesprekken en onderhandelingen met de club vooraf, waarbij speler en ouder(s) veelal behoefte (kunnen) hebben aan de bijstand van een intermediair. Aan deze behoefte wordt hiermee tegemoet gekomen.

Geen beloning voor bemiddeling bij spelers tussen de 16 en 18 jaar

Direct met het voorgaande verband houdend is artikel 8 lid 7 van het Reglement Intermediairs dat bepaalt dat ‘indien de onderhandeling betrekking heeft op een minderjarige speler het niet is toegestaan de intermediair voor deze vertegenwoordiging te vergoeden’. Minderjarig is een speler die jonger is dan 18 jaar. Voor de vaststelling of een speler minderjarig is, is de datum van ondertekening of ingaan van het spelerscontract bepalend. Tot 1 april 2015 konden spelersmakelaars wel aanspraak maken op een vergoeding voor hun bemiddelingswerkzaamheden voor spelers tussen de 16 en 18 jaar. Dat is hiermee dus gewijzigd. Verondersteld wordt dat de KNVB hiermee tracht het voor intermediairs onaantrekkelijker te maken om zich met deze leeftijdscategorie spelers te bemoeien nu dit financieel niet direct een resultaat oplevert. Inmiddels zijn er al voorbeelden bekend van intermediairs die per 1 april 2015 trachten rechtstreeks een vergoeding van de speler die jonger dan 18 jaar is (althans diens ouders) te bedingen voor zijn geleverde/te leveren diensten. Of deze wijziging derhalve een wenselijke ontwikkeling is valt te bezien. Ik kom daar hieronder nog op terug.

Beloning van de intermediair door de club

Ook op basis van het reglement intermediairs (artikel 8) is het immers – net als voorheen – nog altijd zo, mede op basis van de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (WAADI), dat in Nederland de club van de speler verplicht is de intermediair voor zijn – namens de speler – verrichte diensten te vergoeden. De intermediair mag de speler dus niet rechtstreeks factureren voor zijn bemiddelingswerkzaamheden. Door een ander “etiket” op de geleverde/te leveren diensten te plakken kunnen (niet geregistreerde) intermediairs proberen deze regeling, en daarmee dus ook de wet, te omzeilen. De praktijk heeft dit – zoals hiervoor al aangegeven – reeds uitgewezen voor spelers in de categorie tussen de 16 en 18 jaar. Zo kreeg ik recentelijk een concept overeenkomst onder ogen waarin een ((nog) niet geregistreerde) intermediair trachtte een veelvoud aan diensten (wedstrijdbezoek, wedstrijdbespreking, training, etc.) rechtstreeks bij een speler jonger dan 18 jaar en diens ouders in rekening te brengen. Verder zou de intermediair dan geen kosten bij de club in rekening brengen, aldus deze concept overeenkomst… Iets dat dus überhaupt niet kan/mag voor spelers tussen de 16 en 18 op basis van het reglement. Zo zijn er dus ((nog) niet geregistreerde) intermediairs met geen of althans een korte termijn visie die trachten deze bepalingen te omzeilen. Of de gewijzigde beloningsregeling voor spelers tussen de 16 en 18 deze “intermediairs” nu juist in de hand werkt, of ze inderdaad verder beperkt in hun mogelijkheden, dat zal de praktijk verder moeten uitwijzen.

Schriftelijke vastlegging contractuele relatie speler/intermediair

In artikel 6 lid 1 van het reglement intermediairs is bepaald dat de overeenkomst tussen een speler en een intermediair schriftelijk moet worden vastgelegd. Die verplichting gold voorheen tussen de speler en de spelersmakelaar ook al, alleen daaraan werd in de praktijk niet door alle spelersmakelaars en spelers uitvoering gegeven, en door de KNVB geen, althans onvoldoende, toezicht op gehouden. Ik zou voorgaande zin ook anders kunnen formuleren door te stellen dat daaraan in de praktijk niet door alle spelersmakelaars en spelers uitvoering werd gegeven, omdat er door de KNVB geen, althans onvoldoende, toezicht op werd gehouden. Het is ‘de kip en het ei verhaal’. Er zijn (mij) voor 1 april 2015 voldoende voorbeelden bekend van (vooraanstaande) Spelersmakelaars die meenden dat dergelijke reglementen niet voor hen golden en ook dienovereenkomstig handelden/konden handelen. Zij plaatsten zichzelf daarmee in feite boven (of “buiten” zoals u wilt) de bestaande reglementen en kregen daartoe ook de gelegenheid, waarschijnlijk ingegeven door hun opgebouwde status binnen de voetbalbemiddelingsmarkt en binnen de KNVB. Hiermee droegen deze Spelersmakelaars die zelf het hardst schreeuwden dat het afschaffen van de licentie desastreuze gevolgen zou hebben voor “hun” branche, eigenlijk zelf substantieel bij aan de onhoudbaarheid van datzelfde, door hen aanbeden, licentiesysteem. Hoe kun je immers een systeem handhaven als het niet wordt nagekomen door de belangrijkste spelers binnen het systeem, en als er geen, althans onvoldoende, toezicht op wordt gehouden? Deze Spelersmakelaars hebben/hadden daarmee een enorme hoeveelheid boter op hun hoofd. Maar ook zij hebben recht op een tweede kans en die kans biedt het nieuwe Reglement Intermediairs hen.

Verschil met de vroegere situatie is nu namelijk dat in dit artikel thans – naast het schriftelijkheidsvereiste – tevens wordt bepaald over de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen speler en intermediair dat ‘deze overeenkomst als bijlage bij het spelerscontract ter registratie aan het bestuur betaald voetbal wordt aangeboden’. Een regel die de Engelse voetbalbond (FA) overigens al voor 1 april 2015 met succes hanteerde. Zo moet bij ieder te tekenen spelerscontract nu direct de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen speler en intermediair worden bijgevoegd. Wordt de vertegenwoordigingsovereenkomst niet bijgevoegd dan kan/zal het spelerscontract niet geregistreerd worden door de KNVB. De speler is dan niet speelgerechtigd. Deze nieuwe verplichting voor intermediair en speler kan voorkomen dat er onduidelijkheden in de verhoudingen speler/intermediair/club bestaan over de vertegenwoordigingsbevoegdheid en over de afspraken die er tussen speler/intermediair zijn gemaakt. De KNVB dient daar dan wel consequent op toe te zien zodat alle intermediairs en clubs – en zeker ook vooraanstaande nu zij een voorbeeldfunctie dienen te vervullen – zich eraan (blijven) houden. Uiteraard dienen de vooraanstaande intermediairs ook deze aan hen geboden tweede kans aan te grijpen en het goede voorbeeld te geven.

In de praktijk ontstond over onderwerpen als vertegenwoordigingsbevoegdheid en beloning in het verleden immers veelvuldig discussie tussen partijen, welke in veel gevallen voorkomen had kunnen worden als afspraken schriftelijk goed vastgelegd waren tussen speler/intermediair/club. Het is mede door de overvloed aan conflicten over deze onderwerpen geweest dat de FIFA het licentiesysteem uiteindelijk heeft afgeschaft. Haar juridische afdeling kon de stroom aan conflicten tussen spelers/clubs/intermediairs niet meer aan.

De vertegenwoordigingsovereenkomst kan nog altijd – net als voor 1 april 2015 – voor een maximale duur van twee jaar tussen speler en intermediair worden overeengekomen.

Clubs mogen de keuze voor een intermediair niet (trachten te) beïnvloeden

Een opmerkelijke bepaling is ook de bepaling in artikel 1 lid 4 van het reglement intermediairs waarin staat dat het clubs niet is toegestaan de totstandkoming van contracten afhankelijk te stellen van het verplicht inschakelen van een specifieke (lees: door de club aan te wijzen) intermediair. Deze bepaling stond niet in het vroegere reglement en speelt in op de tendens dat clubs nog wel eens trachtten een bepaalde “huismakelaar” naar voren te schuiven voor spelers en hen min of meer te dwingen daarmee in zee te gaan. De KNVB tikt clubs met deze bepaling indirect op de vingers.

Conclusie

Geconstateerd kan worden dat er na 1 april 2015 nog altijd een wel doordacht reglement geldt voor mensen die in het voetbal wensen te bemiddelen bij de totstandkoming van (spelers)contracten. De in het verleden meermaals geuite angst vanuit de zijde van spelersmakelaars en clubs, dat bij afschaffing van het oude licentiesysteem het een “wild west” zou worden op de voetbalbemiddelingsmarkt is – in mijn optiek – derhalve een onterechte angst gebleken. De markt kent uiteraard veel punten die voor verbetering vatbaar zijn, maar die verbeterpunten waren er voor 1 april 2015 ook.

Sterker nog, de meeste van de hiervoor besproken wijzigingen – en de overige wijzigingen zoals opgenomen in het ‘Reglement Intermediairs’ – dragen in mijn optiek nu juist bij aan een betere structuur/transparantie inzake de bemiddelingswerkzaamheden van intermediairs bij de totstandkoming van (spelers)contracten.

Een belangrijke omissie op dit moment in mijn optiek is wel dat er vooralsnog geen toezicht is/wordt gehouden op de noodzakelijke kennis waarover een intermediair zou moeten beschikken, een punt dat in het verleden bij de spelersmakelaar overigens ook al niet gebeurde (behoudens het (niet representatieve) examen dat eens in de vijf jaar werd afgenomen). Dit in tegenstelling tot veel andere beroepsgroepen. De KNVB zou een soort certificeringsysteem willen opzetten voor organisaties waarbij intermediairs zijn aangesloten. Op deze manier wil de KNVB de kwaliteit van intermediairs die zijn aangesloten bij gecertificeerde organisaties waarborgen (Bron website KNVB). Alhoewel dit vooralsnog verder niet met zoveel woorden door de KNVB is aangegeven, zou dit ook een aanknopingspunt kunnen bieden te komen tot permanente educatiemogelijkheden/-vereisten voor intermediairs. Als dit zou worden doorgevoerd is er ook op dat punt een verbetering ten opzichte van de vroegere situatie waar te nemen. Intermediairs krijgen bij het verrichten van bemiddelingswerkzaamheden immers vaak te maken met bijvoorbeeld complexe juridische-, financiële, fiscale vraagstukken, waarvoor het beschikken over adequate kennis op die gebieden noodzakelijk is.

Vooralsnog is het dus aan de intermediair zelf om ervoor te zorgen dat zijn kennis en kunde op een zodanig niveau zijn/blijven dat hij spelers en/of clubs ook daadwerkelijk van dienst kan zijn.

Spelers, ouders en clubs dienen – net als in het verleden dus – goed na te denken en zich goed te laten voorlichten alvorens ze beslissen of en zo ja door welke intermediair ze zich laten bijstaan.

Per 5 juni 2015 zijn er 69 geregistreerde intermediairs (Bron website KNVB). Alhoewel er ongetwijfeld nog veel voormalige spelersmakelaars en andere personen doende zijn de inschrijvingsvereisten af te werken, zijn er op dit moment dus minder intermediairs dan er spelersmakelaars waren (circa 120 op 1 april 2015).

Dat/of het tot een wildgroei komt, zoals vooraf verwacht door velen, moet dus worden afgewacht. Vooralsnog is daarvan immers geen sprake.

Voor intermediairs die internationaal werken moet de aankomende (transfer)periode ook gaan uitwijzen hoe er buiten Nederland gewerkt kan/moet gaan worden bij internationale transfers. Er is immers een tendens zichtbaar dat vele bonden eisen dat je in dat land zelf geregistreerd moet zijn om daar als intermediair te kunnen werken, met alle bijkomende kosten en formaliteiten van dien. Dit zorgt/kan zorgen voor moeilijk werkbare situaties, waarbij men eigenlijk gedwongen wordt om met locale intermediairs te werken. Dit is niet per definitie slecht, het komt immers in de praktijk veelvuldig voor dat bij internationale transfers wordt samengewerkt door partijen uit de betreffende landen. Maar het zou wel een beperking betekenen van de vrijheid van werken/het leveren van diensten, die – zeker binnen de EU – strijdig lijkt met Europees recht. Dit is een onderwerp waar serieus naar gekeken moet worden en waar ik mogelijk op een later moment nog zal ingaan.

Eerst maar eens zien hoe een en ander zich de aankomende transferperiode uitwijst in de praktijk, daar zijn wij de aankomende periode druk genoeg mee!

Dit artikel is geschreven door Joes Blakborn, KNVB Registered Intermediairy en advocaat Procesrecht en Arbeidsrecht. Daarnaast maakt Joes deel uit van de sectie Sport en Recht bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Amsterdam.