Ontslag op staande voet voorlopig geldig geacht vanwege werken bij een ander tijdens arbeidsongeschiktheid

Werkgever richt zich op de detachering van personeel. Werknemer is sinds 2009 in dienst van werkgever als algemeen medewerker op basis van een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft op 26 september 2013 een officiële waarschuwing ontvangen omdat hij tijdens ziekte bij een derde had gewerkt. Op 5 mei 2014 heeft werknemer zich ziek gemeld wegens rugklachten. Op 26 mei zou hij zijn werk hervatten.

Ontslag op staande voet

Op 23 mei is werknemer in een waadpak aangetroffen in een vijver. Werknemer is op non-actief gesteld en geïnformeerd dat een onderzoek gestart is. Op 3 juni heeft een gesprek met werknemer plaatsgevonden en diezelfde dag is hij op staande voet ontslagen. In kort geding heeft werknemer doorbetaling van loon gevorderd. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. In hoger beroep oordeelt het hof dat op basis van de waarnemingen aannemelijk is dat de werkzaamheden die werknemer uitvoerde – in een vijver ten behoeve van de aanleg van een beschoeiing – niet de lichte rugsparende werkzaamheden waren waarvoor werknemer arbeidsgeschikt had te gelden.

Werken bij een ander tijdens arbeidsongeschiktheid

Het hof acht het niet geloofwaardig dat werknemer een bevriende hovenier bij een betalende klant zou gaan helpen met werkzaamheden die vergelijkbaar zijn met zijn werk voor werkgever, maar zonder daarbij zijn rug te belasten en dat hij daarvoor slechts 25 euro benzinegeld zou hebben ontvangen, terwijl werknemer sinds 5 mei 2014 niet meer voor zijn eigen werkgever had kunnen werken.

Tijdsverloop door onderzoek vormt geen belemmering voor onverwijldheid van ontslag

Het verweer van werknemer dat het ontslag niet onverwijld is gegeven slaagt niet. Werkgever heeft gesteld dat zij uit oogpunt van zorgvuldigheid eerst een onderzoek wilde instellen, alvorens een definitief besluit te nemen. Mits met de nodige voortvarendheid uitgevoerd, staat een dergelijk onderzoek niet aan de onverwijldheid in de weg (vgl. HR 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4436). Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Bron: hof Arnhem-Leeuwarden, 25 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9128

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2015.

De hier besproken uitspraak is gedaan op basis van het arbeidsrecht dat van kracht was voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Arbeidsrechtelijke geschillen die de rechter beoordeelt aan de hand van de WWZ zullen een andere uitkomst hebben. Ten gevolge van het overgangsrecht zal er ook na 1 juli 2015 nog jurisprudentie verschijnen gebaseerd op ‘oud’ arbeidsrecht.