Ontslag op staande voet geldig op grond van verdenking van diefstal

Werknemer is vanaf 31 maart 2001 tot 17 maart 2011 in dienst van Rietveld Academie geweest in de functie van conciërge. In het gebouw waarin Rietveld Academie is gevestigd, bevindt zich ondermeer een houtwerkplaats. Bij of onder deze werkplaats bevindt zich een afsluitbare ruimte, door partijen aangeduid als ‘de mottenkelder’. In die ruimte pleegde een portemonnee te worden bewaard met daarin geld dat aan Rietveld Academie toebehoorde.

Na problemen met kasverschillen heeft Rietveld Academie een camera geplaatst. Rietveld Academie heeft werknemer op staande voet ontslagen, nadat werknemer op videobeelden in de mottenkelder met de portemonnee te zien was. Uit het kasboek blijkt dat er de opvolgende dag € 120,- kasverschil was. Ondanks het feit dat het wegnemen van het geld op de videobeelden niet te zien is, oordeelde de kantonrechter dat er voldoende grond aanwezig is om te concluderen dat werknemer geld uit de portemonnee heeft weggenomen, dat werknemer geen verklaring heeft gegeven die zijn gedrag begrijpelijk maakt, dat daarom een dringende reden voor het hem gegeven ontslag bestond en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.

Verdenking van werkgever is voldoende grond voor dringende reden voor ontslag

Het hof oordeelt dat Rietveld Academie, behoudens tegenbewijs, er in is geslaagd te bewijzen dat werknemer geld heeft weggenomen. Dit aan de hand van omstandigheden en getuigenverklaringen, zoals dat werknemer de enige is geweest die in de mottenkelder is geweest die dag. De verdenking van Rietveld Academie dat werknemer € 120,- heeft weggenomen is zodoende gegrond.

Werknemer mag met tegenbewijs komen

Ook als rekening wordt gehouden met de ingrijpende gevolgen van het ontslag voor werknemer brengen de aard en de ernst van hetgeen Rietveld Academie aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd mee dat een dringende reden voor het gegeven ontslag bestond. Werknemer wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van de voorhands als bewezen aangenomen stelling dat hij € 120,- heeft weggenomen.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2015.

De hier besproken uitspraak is gedaan op basis van het arbeidsrecht dat van kracht was voor de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Arbeidsrechtelijke geschillen die de rechter beoordeelt aan de hand van de WWZ zullen een andere uitkomst hebben. Ten gevolge van het overgangsrecht zal er ook na 1 juli 2015 nog jurisprudentie verschijnen gebaseerd op ‘oud’ arbeidsrecht.