Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens: De bewaarplicht is dood, lang leve de bewaarplicht!

Op 11 maart 2015 heeft de rechter in kort geding bepaald dat de plicht voor telefonie- en internetproviders om alle telecommunicatie-informatie van alle burgers in Nederland te bewaren een inbreuk maakt op het recht op eerbiediging van privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens. Deze bewaarplicht vloeide voort uit de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (Wbt), die het opslaan en gebruiken van gegevens over telefoon- en internetverkeer regelde ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten.

Wbt buiten werking

Hoewel de rechter vaststelt dat de bewaarplicht in beginsel wel noodzakelijk en effectief is, nu deze kan helpen bij het opsporen van bepaalde vormen van criminaliteit, oordeelt hij dat de hiervoor bedoelde inbreuk niet beperkt is tot het strikt noodzakelijke. Zo geldt de bewaarplicht bijvoorbeeld ongeacht of enige aanleiding tot verdenking van de burger in kwestie bestaat. De rechter heeft de Wbt daarom met onmiddellijke ingang buiten werking gesteld:

“Een en ander leidt tot de conclusie dat de Wbt in de huidige vorm een inbreuk maakt op de in de artikelen 7 en 8 van het Handvest gewaarborgde rechten die niet is beperkt tot het strikt noodzakelijke en dus als ontoelaatbaar dient te worden gekwalificeerd. Gelet hierop is de Wbt onmiskenbaar onverbindend. De voorzieningenrechter is zich ervan bewust dat buitenwerkingstelling van de Wbt ingrijpende gevolgen kan hebben voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Dat rechtvaardigt evenwel niet dat voornoemde inbreuk blijft voortbestaan. Dat de gevolgen van een buitenwerkingstelling mogelijk onomkeerbaar zijn, staat op zichzelf evenmin in de weg aan het geven van de gevraagde voorziening.”

De bewaarplicht is dood, lang leve de bewaarplicht

Op het eerste gezicht is dit goed nieuws voor providers, omdat zij nu niet meer wettelijk verplicht zijn de fundamentele rechten van hun klanten te schenden. Zoals de kop boven dit artikel echter doet vermoeden, zal de feestvreugde voor deze groep, naar het zich laat aanzien, evenwel van korte duur zijn. Doordat de rechter in het hiervoor weergegeven citaat concludeert dat de Wbt ‘in de huidige vorm’ inbreuk op de fundamentele rechten maakt, wordt de deur voor de Staat immers op een flinke kier gelaten om de bewaarplicht in gewijzigde vorm weer voort te zetten. De deze week afgetreden minister van Veiligheid en Jusitie Opstelten was al bezig met het aanpassen van de Wbt. Het ministerie zal daarmee doorgaan en liet via de pers al weten dat het vonnis in de wetswijziging zal worden meegenomen.

Lees de uitspraak hier: ECLI:NL:RBDHA:2015:2498.

Dit artikel is geschreven door Charles Rutte, advocaat Intellectueel eigendomsrecht, media & ICT recht en Internationaal recht bij Van Diepen Van der Kroef in Alkmaar.