Curator kan bedragen waarmee rekening schuldeiser is gecrediteerd na intreden faillissementstoestand terugvorderen

De Hoge Raad komt op 20 maart 2015 ten dele terug op het arrest Vis q.q./NMB dat hij wees in 1989 met betrekking tot het terugvorderen van een girale betaling die heeft plaatsgevonden van de rekening van failliet op de dag van faillietverklaring door de curator.

Arrest Vis q.q./NMB

Uit het arrest Vis/NMB volgde de regel dat de curator slechts een girale betaling kon terugvorderen indien op de dag van faillietverklaring nog niet alle handelingen waren verricht die nodig zijn ter effectuering van de betaling. Er diende op grond van dit arrest dus te worden nagegaan wanneer alle handelingen voor effectuering waren verricht, hetgeen praktisch moeilijk kon zijn en kon leiden tot uitkomsten die naar gelang de omstandigheden kunnen verschillen.

Arrest Hoge Raad 20 maart 2015

Het arrest van de Hoge Raad is interessant in die zin dat de Hoge Raad overweegt aanleiding te zien om, los van hetgeen in cassatie is bepleit, terug te komen van de regel van het arrest Vis q.q./NMB.

Artikel 6:114 lid 2 BW bepaalt dat bij een girale overmaking de betaling geschiedt op het tijdstip dat de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. Pas op dat moment is voldaan aan de verbintenis tot betaling van een geldsom. De Hoge Raad overweegt dat het meer in lijn ligt met het beginsel van artikel 23 Fw (de schuldenaar verliest door faillietverklaring van rechtswege het beheer en de beschikking over de tot het faillissement behorend vermogen, te rekenen vanaf 0:00 uur op de dag waarop de faillietverklaring wordt uitgesproken) om aan te nemen dat de curator steeds de betalingen kan terugvorderen die na faillietverklaring (terugwerkend tot 0:00 uur die dag) op de bankrekening van de schuldeiser van failliet zijn gecrediteerd.

Praktijkvoordelen

De in het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2015 neergelegde regel heeft als voordeel dat niet meer hoeft te worden nagegaan wanneer de bank van de schuldenaar alle handelingen heeft verricht die nodig zijn ter effectuering van de betaling. Het maakt nu ook geen verschil meer of het gaat om een rekening van de schuldeiser bij dezelfde of bij een andere bank als die van de failliet.

Overgangsrecht

De Hoge Raad geeft aan dat het onwenselijk is dat op kwesties die eerder zijn afgedaan in lijn met het arrest Vis q.q./NMB wordt teruggekomen door deze nieuwe regel. Daarom bepaalt de Hoge Raad dat de in het arrest van 20 maart 2015 aanvaarde regel uitsluitend geldt voor faillissement die na de datum van dit arrest worden uitgesproken.