Uitspraak kantonrechter in arbeidsgeschil : Werknemer, functionerend vlak onder directie, behoort een meer dan gemiddeld incasseringsvermogen te hebben

Werknemer is sinds december 1995 in dienst, laatstelijk in de functie Senior Sales Director Commercial Industries Benelux. Werknemer heeft deze functie sinds 1 maart 2013. Twee andere interne kandidaten (B en C) zijn afgewezen. C heeft kort erna besloten werkgever te verlaten. B heeft aangegeven de organisatie ook te zullen verlaten, tenzij zij niet aan werknemer hoeft te rapporteren maar aan diens leidinggevende, A. Werknemer wil dit niet toestaan. A accepteert deze voorwaarde uiteindelijk.

Mediation

Werknemer zijn hierna twee andere functies aangeboden. Hij heeft deze afgewezen. Tussen werknemer, A en B vindt mediation plaats. Dit biedt geen oplossing. Werknemer meldt zich vervolgens ziek. Werkgever heeft daarna nog twee voorstellen gedaan aan werknemer. Beide voorstellen zijn door werknemer afgewezen. Werkgever heeft het loon stopgezet. Werknemer verzoekt ontbinding en vraagt C=2 (€632.499,-). De kantonrechter is van oordeel dat werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was omstandigheden waaronder het gerechtvaardigd was van de geldende rapportagelijn af te wijken. Er moest snel gehandeld worden toen bekend werd dat B mogelijk naar de concurrent Microsoft zou vertrekken. Anderzijds is begrijpelijk dat werknemer zich gepasseerd voelde omdat hij buiten het beslisproces is gehouden, hetgeen hij als een ondermijning van zijn positie heeft ervaren.

Meer dan gemiddeld incasseringsvermogen

De kantonrechter haalt het arrest Stoof/Mammoet (HR 11 juli 2008, JAR 2008/204) aan om te bezien of van werknemer gevergd kon worden dat hij zijn functie bleef uitoefenen. Aan de criteria uit dit arrest is voldaan. De kantonrechter overweegt dat werknemers op dit niveau een meer dan gemiddeld incasseringsvermogen behoren te hebben. Werkgever heeft het bedrijfsbelang laten prevaleren en daar had werknemer zich bij neer moeten leggen. Kantonrechter kent C= 0,1 toe; hetgeen leidt tot een vergoeding van afgerond € 35.000,– bruto, met name omdat de besluitvorming wat zorgvuldiger kunnen gebeuren alsmede gelet op het feit dat werknemer een lang dienstverband had waarbij hij altijd goed heeft gefunctioneerd.

Bron: Uitspraak Ktr. Utrecht, 28 mei 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:2408

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2014