Geven betalingsopdracht op dag faillietverklaring is onrechtmatige daad van bestuurder jegens de bank

De Rechtbank Overijssel oordeelde op 21 januari 2015 dat het geven van een betalingsopdracht door de (middellijk) bestuurder van failliet op de dag van faillietverklaring een onrechtmatige daad oplevert jegens de bank.

Feitencomplex

Gedaagde is bestuurder tevens enig aandeelhouder van de besloten vennootschap X BV. X BV is op haar beurt bestuurder tevens enig aandeelhouder van Y BV. Op 5 juni 2013 vindt in de ochtend de faillissementszitting plaats waar het verzoek tot faillietverklaring van Y BV wordt behandeld. Bij deze faillissementszitting is Gedaagde aanwezig geweest. Na deze zitting heeft Gedaagde de Rabobank opdracht gegeven een bedrag van € 45.000 terug te storten op de (buitenlandse) rekening van de partij waar dit bedrag van afkomstig was.

Later die dag wordt het faillissement van Y BV uitgesproken. De curator spreekt de Rabobank vervolgens aan op betaling aan de boedel van de € 45.000 die eerder die dag naar de buitenlandse rekening is overgemaakt. De Rabobank heeft dit bedrag aan de boedel betaald en dient dit bedrag vervolgens als concurrente vordering in het faillissement in. Nadat de curator de Rabobank heeft laten weten dat de baten ontoereikend zijn om een uitkering aan de concurrente schuldeisers te kunnen doen, spreekt Rabobank gedaagde aan tot betaling van € 45.000,– uit hoofde van onrechtmatige daad.

De Rechtbank beantwoordt de vraag of Gedaagde door het geven van de betalingsopdracht op de dag van faillietverklaring onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Rabobank bevestigend.

Juridisch kader

Artikel 23 Faillissementswet bepaalt dat door de faillietverklaring de schuldenaar van rechtswege het beheer en de beschikking verliest over zijn tot het faillissement behorend vermogen, te rekenen van de dag waarop de faillietverklaring wordt uitgesproken en die dag daaronder begrepen. Dit houdt in dat vanaf 0:00 uur op de dag van faillietverklaring de schuldenaar, en in dit geval de bestuurder van failliet, beschikkingsonbevoegd wordt. Gedaagde had in deze casus dus vanaf 5 juni 2013 0:00 uur niet meer de beschikking en het beheer over de bankrekening van Y BV.

Toch is de € 45.000 op 5 juni na een daartoe strekkende betalingsopdracht van Gedaagde door de Rabobank betaald op de buitenlandse bankrekening. Op grond van geldend recht¹ is de Rabobank vervolgens gehouden dit bedrag aan de curator te vergoeden.

Overwegingen Rechtbank

Onrechtmatig handelen Gedaagde

De Rechtbank gaat mee in het verwijt van de Rabobank dat Gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld en legt daaraan de volgende overwegingen ten grondslag:

  • Gedaagde wist of had moeten weten dat hij onbevoegd was tot betaling van € 45.000 aan een derde op de dag van faillietverklaring, omdat dit volgt uit de wet;
  • Gedaagde wist of had daarnaast moeten weten dat de Rabobank op grond van geldend recht gehouden is om dit bedrag aan de curator c.q. de faillissementsboedel te vergoeden. Gedaagde heeft hiermee de op hem rustende zorgvuldigheidsplicht jegens de Rabobank geschonden.

Schade Rabobank

De Rechtbank stelt vast dat de Rabobank schade heeft geleden voor een bedrag van € 45.000, doordat Gedaagde dit bedrag heeft overgemaakt naar een derde, en de Rabobank vervolgens dit bedrag aan de curator diende te voldoen terwijl zij dit bedrag (nog) niet teruggestort heeft gekregen door de derde naar wie het geld is overgemaakt. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 maken een bank bevoegd om creditering van een rekening van een cliënt door een beschikkingsonbevoegde of handelingsonbekwaam persoon ongedaan te maken, maar een beroep hierop komt de Rabobank niet toe omdat de rekening waarnaar de € 45.000 was overgemaakt, een rekening betreft bij een buitenlandse bank.

Keuzevrijheid Rabobank van aan te spreken partij

De Rechtbank overweegt voorts nog dat het Gedaagde moet worden toegegeven dat de Rabobank ook de derde naar wie de € 45.000 is overgemaakt kon aanspreken, maar dat dit niet af doet aan de bevoegdheid van de Rabobank om ervoor te kiezen om Gedaagde aan te spreken, nu Gedaagde onrechtmatig jegens de Rabobank heeft gehandeld.

Schuldenaars en bestuurders: let dus op bij een faillissement!

Deze uitspraak van de Rechtbank Overijssel wijst er weer op dat het de schuldenaar (of bestuurder van de vennootschap) die diezelfde dag failliet wordt verklaard, niet vrijstaat beheers- en/of beschikkingshandelingen te verrichten.

Let op: er gelden dus niet alleen strikte regels op en na datum faillissement, maar ook vóór datum faillissement gelden stringente regels. Heeft u hier vragen over, neem dan gerust contact met mij op.

Dit artikel is geschreven door de sectie ondernemingsrecht bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten.

¹HR 28 april 2006, NJ 2006.503 en HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:BV0614