Ontslag op staande voet wegens diefstal niet geldig omdat het niet onverwijld verleend is

Werknemer is sinds 1 maart 2011 in dienst van werkgever, laatstelijk in de functie van Accountmanager. Op vrijdag 6 december 2013 heeft een bespreking ten kantore van werkgever plaatsgevonden, waarbij de directeur van werkgever, diens advocaat en werknemer aanwezig waren. Tijdens deze bespreking is werknemer ermee geconfronteerd dat hij eigendommen van zijn werkgever zou hebben meegenomen, zonder dit vooraf aan werkgever te vragen en/of zonder dit achteraf te melden. Volgens werkgever zou een en ander zijn gebleken uit op 4 december 2013 gemaakte camerabeelden.

Ontslag op staande voet wegens diefstal

Werknemer heeft ontkend diefstal te hebben gepleegd. De advocaat van de werkgever heeft aangegeven werknemer op maandag 9 december 2013 om 10.00 uur op zijn kantoor te verwachten en heeft werknemer meegedeeld dat hij vrijgesteld werd van het verrichten van werkzaamheden. Op 10 december 2013 is werknemer op staande voet ontslagen wegens diefstal.

Het hof is in deze hoger beroepzaak van een kort geding, voorlopig van oordeel dat werkgever op donderdag 5 december 2013, toen de camerabeelden van woensdag 4 december 2013 werden getoond, indien uitsluitend zou worden afgegaan op die beelden zonder de relevante context, een concrete aanwijzing had waaruit zou kunnen worden afgeleid dat werknemer iets had gedaan dat als een dringende reden kon worden aangemerkt. Dat werkgever werknemer op vrijdag 6 december 2013 in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, is in overeenstemming met haar verplichting zich als goed werkgever te gedragen.

Ontslag op staande voet niet onverwijld

Vooralsnog is gesteld noch gebleken dat werkgever na afloop van de bespreking op 6 december 2013 nader onderzoek heeft gedaan met betrekking tot de aan werknemer verweten gedragingen. Ten slotte is van belang dat werkgever geen verklaring heeft gegeven waarom zij vervolgens tot 10 december 2013 heeft gewacht om werknemer op staande voet te ontslaan.

Naar het voorlopig oordeel van het hof is het op 10 december 2013 gegeven ontslag op staande voet niet onverwijld geschied doordat het zonder goede grond pas vier dagen na het horen van werknemer is verleend.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 6, 2014