Schuldbekentenis werkneemster inzake diefstal kan door werkgever niet worden gebruikt als bewijs van geleden schade

Er is sprake van misbruik van omstandigheden doordat werkgever werkneemster bij de confrontatie met de ontdekking van diefstal onmiddellijk een verklaring ter ondertekening heeft voorgelegd.

Werkneemster was sinds 20 oktober 2008 werkzaam als verkoopster bij V&D. In september 2010 heeft V&D een onderzoek naar werkneemster gestart omdat zij haar verdacht van diefstal. Daartoe zijn onder meer camera’s geplaatst in twee magazijnen. Op 21 oktober 2010 is zij ontboden bij de bedrijfsleider en de bedrijfsrechercheur. Zij hebben haar geconfronteerd met het feit dat zij goederen had verduisterd.

Ondertekende schuldbekentenis

In het gesprek dat volgde heeft werkneemster diverse verduisteringen bekend. Er is aan de hand van haar verklaringen berekend welk bedrag hier in totaal mee gemoeid was. Dit bedrag werd vastgesteld op € 115.000,-. Werkneemster heeft aan het eind van het gesprek een schuldbekentenis ondertekend voor dat bedrag. Zij is hierna op staande voet ontslagen. Bij brief van 28 januari 2011 heeft werkneemster de schuldbekentenis vernietigd op grond van misbruik van omstandigheden. V&D heeft in eerste aanleg betaling van de € 115.000,- gevorderd.

Rechtbank wijst vordering van werkgever af

De rechtbank heeft deze vordering afgewezen en overwogen dat werkneemster terecht de schuldbekentenis heeft vernietigd op grond van misbruik van omstandigheden. V&D tekent beroep aan. V&D stelt dat geen sprake is van misbruik van omstandigheden; er was geen sprake van een noodtoestand, dwangpositie of misbruik van geestelijk overwicht. Het hof oordeelt dat V&D zich onder de geschetste omstandigheden ervan had behoren te weerhouden om meteen de ondertekening van de schuldbekentenis voor de schadevergoeding te bevorderen.

Het hof acht schade door onrechtmatig handelen bewezen

Dat V&D zelf geen enkele indicatie had van de hoogte van de door haar geleden schade weegt daarbij in belangrijke mate mee. V&D vordert subsidiair een schadebedrag van € 36.448,– hetgeen aangeeft dat werkneemsters positie wel degelijk kon verslechteren door haar schuldbekentenis. Niet in geschil is dat V&D door onrechtmatig handelen van werkneemster schade heeft geleden. V&D heeft de schade geschat en werkneemster heeft hiertegen verweer gevoerd. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en schat de schade op € 12.582,-.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 15 oktober 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3412

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 3, 2014