Verklaring werknemer gericht op ontslagname dient zware toets te ondergaan

Een werknemer dient in de gelegenheid te worden gesteld terug te komen op verklaring; “als de betaling elke keer te laat plaatsvindt, neem ik ontslag” volstaat als zodanig niet als ontslagname

Werkgever, VOF, komt in beroep tegen het oordeel van de voorzieningenrechter. VOF is gericht op het verlenen van thuiszorg. Werkneemster is op 5 maart 2012 voor bepaalde tijd in dienst getreden in de functie van verzorgende en secretaresse. Op 10 september 2012 constateert de huisarts een burn-out bij werkneemster. Op 11 september meldt zij zich ziek.

Bij brief van 10 september stuurt VOF een brief aan werkneemster ter bevestiging van het door haar op 3 september 2012 genomen ontslag. In de brief staat dat werkneemster de tijd heeft gekregen op haar opzegging terug te komen, maar dat zij dat niet heeft gedaan.

Arbeidsovereenkomst is blijven voortduren

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst na 3 september is blijven voortduren. Het hof brengt vaste rechtspraak in herinnering: er geldt een strenge maatstaf ter beantwoording van de vraag of een werknemer zijn dienstbetrekking vrijwillig heeft willen beëindigen (bijv. HR 10 juni 2005, JAR 2005/157). Dit dient ertoe de werknemer te behoeden voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband voor hem kan hebben. De werknemer moet bovendien voldoende tijd worden gegeven op zijn verklaring terug te komen.

Werkneemster in gelijk gesteld

Naar het voorlopig oordeel van het hof mocht VOF er niet in gerechtvaardigd vertrouwen van uit gaan dat werkneemster met de mededeling dat “als de betaling elke keer te laat plaatsvindt zij ontslag zou nemen” de bedoeling had daadwerkelijk de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen. Bij deze beoordeling betrekt het hof de context waarbinnen deze woorden zijn uitgesproken, te weten een gesprek over de te late betalingen in een emotionele sfeer. Maar ook al zou VOF voornoemde uitlating van werkneemster als een ontslagname hebben mogen opvatten, dan geldt dat zij had moeten onderzoeken of werkneemster daadwerkelijk de bedoeling had ontslag te nemen en had zij werkneemster bovendien in de gelegenheid moeten stellen om op haar uitlating terug te komen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 3, 2014