Verwijderd worden uit de Google zoekresultaten; recht om vergeten te worden bestaat niet

Het recht om vergeten te worden bestaat niet. En zeker niet voor degenen die daaraan het meest behoefte hebben. Het levende bewijs vormt de man die de zaak aanspande tegen Google Inc. die heeft geleid tot de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over ‘het recht om vergeten te worden’ op internet. Ondanks het feit dat hij de rechtszaak won, is hij nu juist om datgene waarvan hij wilde dat het vergeten werd, wereldwijd bekend.

Verwijderen uit Google zoekresultaten

Ik heb het over Mario Costeja González, een Spaanse staatsburger die een krantenbericht van 15 jaar geleden over de veiling van zijn in beslag genomen huis uit de Google zoekresultaten verwijderd wilde zien, vanwege de inbreuk op zijn privacy.

Door de zaak bij het Hof van Justitie is González (tegen wil en dank) een ‘publieke persoon’ geworden, en juist in dat geval weegt de informatievrijheid zwaarder dan het privacybelang. Aan de zaak González en datgene waarvan hij wilde dat het vergeten werd (de veiling van zijn in beslag genomen huis) is inmiddels een Wikipedia-pagina gewijd. Inderdaad ironisch. John Oliver maakte er een leuke sketch over in Last Week Tonight.

Eerste Nederlandse toepassing “Gonzalez-uitspraak’

Op 20 september is, voor zover mij bekend, voor het eerst door de Nederlandse rechter een uitspraak gedaan in een zaak tegen Google waarin de González-uitspraak wordt toegepast. Eiser in die zaak is bekend uit het programma “Misdaadverslaggever” van Peter R. de Vries. Daarin zijn camerabeelden getoond waarin eiser met een (vermeend) huurmoordenaar bespreekt hoe deze een concurrent van eiser het beste kan laten liquideren. Later is eiser op basis hiervan tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld voor poging tot uitlokking van huurmoord. Eiser vordert in het kort geding dat bepaalde URL’s die naar hem verwijzen uit de Google zoekresultaten worden verwijderd.

Onder verwijzing naar de González-uitspraak van het Hof van Justitie oordeelt de rechtbank dat de veroordeling voor een ernstig misdrijf en de negatieve publiciteit als gevolg daarvan in het algemeen “blijvend relevante informatie” is over een persoon. De negatieve kwalificaties die daarbij voorkomen zullen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen “buitensporig” of “onnodig diffamerend zijn”. Op basis daarvan wordt de eis van de man afgewezen.

Google doet niet aan vergeven en vergeten

En terecht, is men geneigd te denken bij dergelijk crimineel of ander verwerpelijk gedrag. Toch denk ik soms met weemoed terug aan de tijd dat het een geaccepteerde gedachte was dat de misdadiger die zijn straf heeft uitgezeten, een nieuwe kans behoort te krijgen in de maatschappij. De digitale werkelijkheid is anders. Google doet niet aan vergeven en vergeten. Wie eenmaal publiekelijk over de schreef is gegaan moet op internet boeten tot in lengte van dagen.

Het zou ook wat naïef zijn om te geloven in een daadwerkelijk recht om vergeten te worden in absolute zin. Nog los van de interessante filosofische discussie die daarover gevoerd zou kunnen worden, is duidelijk dat alle instituties in deze wereld zich daartegen verzetten. Ik kan me de wens om vergeten te worden onder omstandigheden levendig voorstellen. Mensen als Dominique Strauss-Kahn of Jerôme Kerviel (die wereldberoemd werd toen hij de Société Générale door verkeerde beleggingen 4,9 miljard euro afhandig maakte – één van de grootste trading verliezen ooit) zullen vast gefantaseerd hebben over een nieuw leven in anonimiteit in Zuid-Amerika. Maar juist voor hen is dat de minst haalbare kaart, zelfs al zouden ze in alle opzichten hebben geboet voor hun daden. Het recht om na het uitzitten van de straf, het afbetalen van gemaakte schulden of spijtbetuiging over gepleegde zonden met een schone lei opnieuw te beginnen, bestaat niet op internet. Zodra ons handelen een nieuwsfeit is geworden, zullen we moeten tolereren dat dit ons jarenlang en misschien wel levenslang blijft achtervolgen.

Bestaat het ‘recht om vergeten te worden’?

Het met veel bombarie gelanceerde ‘recht om vergeten te worden’ bestaat dus helemaal niet. Hooguit een slap aftreksel daarvan; het recht om bepaalde links uit de Google zoekresultaten te laten verwijderen wanneer deze verwijzen naar informatie die fout is of niet meer relevant, en alleen als u gemotiveerd weet aan te tonen dat sprake is van “zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen, die verband houden met uw bijzondere situatie”.

Zelfs de onbekende burger die een link naar een onwelgevallige foto of onwenselijke naamsvermelding op een website wil laten verwijderen, heeft daaraan nog een zware dobber.

Dit artikel is geschreven door de sectie Intellectueel eigendomsrecht en privacyrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten.