Ontslag op staande voet wegens het wegblijven op een werkdag in hoger beroep niet rechtsgeldig

Ontslag op staande voet wegens het wegblijven op een werkdag wordt in hoger beroep niet rechtsgeldig geoordeeld omdat werkgever in strijd handelde met de regels van het vaststellen van vakantiedagen ex artikel 7:638 BW. (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 20 mei 2014 ECLI:NL:GHSHE:2014:1334)

Ontslag op staande voet

Werknemer heeft op 25 september 2013 verzocht om vakantie van 23 december 2013 t/m 31 december 2013. Werkgever heeft hierop schriftelijk laten weten dat dit verzoek nog niet kon worden goedgekeurd en dat zou worden gewacht ‘tot we weten wie er allemaal vrij wil hebben met de feestdagen’. Werknemer heeft nadien herhaaldelijk verzocht om uitsluitsel. Op 18 december 2013 heeft werkgever laten weten dat het verzoek werd ingewilligd met uitzondering van 23 december 2013. Werknemer heeft bericht dat hij die dag niet zou komen werken omdat hij al een appartement had geboekt in Duitsland. Werknemer is op 23 december 2013 niet komen werken en is diezelfde dag op staande voet ontslagen.

Uitspraak kantonrechter

De kantonrechter heeft de vordering tot loondoorbetaling van werknemer afgewezen; werknemer was uitdrukkelijk gewaarschuwd voor de gevolgen van het wegblijven van het werk op 23 december 2013. Het hof stelt dat toetsing mede dient plaats te vinden aan artikel 7:638 BW; de werkgever stelt de vakantie vast overeenkomstig de wens van de werknemer, tenzij zich daartegen gewichtige redenen verzetten, waarbij de beslistermijn twee weken is. Bij uitblijven van een beslissing wordt de vakantie geacht overeenkomstig de wensen van de werknemer te zijn vastgesteld. Deze regeling geldt op grond van artikel 7:638 lid 6 BW eveneens voor de boven het minimum resterende aanspraken op vakantie en snipperdagen.

Vernietiging vonnis in hoger beroep

Van de weigeringsgrond is sprake indien het inwilligen van het verzoek tot een ernstige verstoring van de bedrijfsvoering leidt. De weigering op het verzoek in casu was zo laat dat de vakantie overeenkomstig de wens van werknemer van rechtswege is vastgesteld. Tegen deze achtergrond dient de beslissing van werkgever om werknemer op staande voet te ontslaan te worden gewogen. Het hof citeert daartoe uit een uitspraak van de Hoge raad van 3 november 1961, NJ 1962,192. Het hof vernietigt het vonnis en wijst de loonvordering en wedertewerkstelling toe.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen als signalering ook in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 5, 2014