Ontslag statutair bestuurder rechtsgeldig door bekrachtiging tijdens vergadering met aanwezigheid van het geheel geplaatste kapitaal

Werknemer is op 1 september 2010 in dienst getreden van 4 Textiles op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst in de functie van statutair bestuurder. 4 Textiles is een onderneming die zich bezighoudt met het beheren van websites. Fresh Ideas Holding BV is enig aandeelhouder van 4 Textiles.

Ontslag statutair bestuurder

Op 2 april 2011 heeft de bestuurder van van Fresh Ideas Holding B.V. per e-mail aan werknemer laten weten dat hij is ontslagen wegens gebrek aan financiële middelen, zoals 1 april besproken. Op 5 april 2011 is tijdens een vergadering besloten tot het ontslag van werknemer wegens gebrek aan financiële middelen. Werknemer vordert in kort geding doorbetaling loon wegens het ontbreken van een rechtsgeldig ontslagbesluit.

Rechtsgeldig besluit tot ontslag

Het hof oordeelt dat, hoewel het karakter van de vergadering op 5 juli niet dadelijk uit de notulen blijkt, in ieder geval valt vast te stellen dat alle aandelen in 4 Textiles aanwezig waren evenals werknemer. Onder deze omstandigheden leidt het aldus handhaven van het reeds eerder genomen besluit van 1 april 2011 tot een rechtsgeldig besluit tot ontslag van werknemer als statutair bestuurder. Naar het oordeel van het hof is voorshands voldoende aannemelijk dat werknemer in ieder geval per 5 april als statutair bestuurder van 4 Textiles is ontslagen, waarmee tevens een einde is gekomen aan de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst.

Schadevergoeding voor niet in acht genomen opzegtermijn

De vordering tot betaling van loon is daarmee slechts toewijsbaar tot en met 5 april 2011. Werknemer kan echter in beginsel wel aanspraak maken op een (gefixeerde) schadevergoeding gelijk aan het loon c.a. over de niet in acht genomen opzegtermijn, in dit geval vanaf 6 april 2011 tot en met 31 augustus 2011, alsmede de vakantietoeslag vanaf 1 september 2010 tot en met 5 april 2011.

Bron: (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 21 januari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:70)

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 2, 2014