Initiatief wetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap van goederen

Op 14 juli 2014 hebben de Tweede Kamerleden Recourt (PVDA), Van Oosten (VVD) en Berndsen-Jansen (D66) een initiatief wetsvoorstel ingediend om te komen tot een beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen. Naar het oordeel van de initiatiefnemers sluit het voorstel aan bij hetgeen de meerderheid van de bevolking als wenselijk beschouwt. Als wenselijk zou worden beschouwd dat enkel hetgeen door inspanning van beide echtelieden tijdens het huwelijk verworven wordt, aan hen beiden toekomt.

Huidige wetgeving huwen in gemeenschap van goederen

Op grond van de huidige wetgeving huwt men in algehele gemeenschap van goederen, tenzij voorafgaand aan het huwelijk middels huwelijkse voorwaarden geheel of gedeeltelijk hiervan wordt afgeweken (art. 1:93 BW).

De hoofdregel

Als hoofdregel heeft te gelden dat alle goederen die de echtgenoten in eigendom hadden ten tijde van het sluiten van het huwelijk en alle goederen die staande het huwelijk worden verkregen in de gemeenschap vallen (art. 1:94 BW). Op deze hoofdregel gelden een aantal uitzondering, zoals de uitzondering van goederen die zijn verkregen onder een uitsluitingsclausule (art. 1:94 lid 2 sub a BW). Ook voor schulden heeft te gelden dat – ongeacht of deze vóór dan wel tijdens het huwelijk zijn ontstaan – deze in de gemeenschap vallen, behouden een enkele uitzondering (art. 1:94 lid 5 BW). Het maakt daarbij niet uit wie van de echtgenoten de schuld is aangegaan.

Bewijs tussen echtgenoten

Indien tussen echtgenoten een geschil bestaat aan wie van hen beiden een goed toebehoort en geen van beiden kan zijn recht op het goed bewijzen, dan wordt het betreffende goed vermoed een gemeenschapsgoed te zijn (art. 1:94 lid 6 BW).

Verhaal privé schuldeiser

Een privé schuldeiser kan staande het huwelijk zowel verhaal halen op de gemeenschapsgoederen als op de privé goederen van de echtgenoot/schuldenaar (art. 1:96 lid 1 BW). De andere echtgenoot/niet schuldenaar heeft een aanwijsrecht (art. 1:96 lid 2 BW). Hij kan privé goederen van de echtgenoot/schuldenaar aanwijzen, waarop in eerste instantie verhaal kan worden genomen. Indien vanuit de gemeenschap een privé schuld wordt voldaan, dan is de echtgenoot/schuldenaar gehouden tot vergoeding aan de gemeenschap (art. 1:96 lid 4 BW).

Draagplicht schulden bij ontbonden huwelijksgoederen gemeenschap

In geval van ontbinding van het huwelijk hebben de voormalige echtgenoten in beginsel een gelijk aandeel in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (art. 1:100 lid 1 BW). Dat brengt met zich mee dat de ontbonden gemeenschap (en dus ook de schulden) bij helften dient te worden verdeeld. Een afwijking van deze regel is echter niet geheel uitgesloten; zij kan evenwel niet dan in zeer uitzonderlijke gevallen worden aangenomen (vgl. HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749, NJ 2012,407,HR 20 september 2013, ECLI:NL:HR2013:CA3748 + en HR 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1393).

Initiatief wetsvoorstel

Het voorstel behelst een aantal beperkingen ten opzichte van de huidige wettelijke gemeenschap van goederen. De belangrijkste beperkingen zien toe op:

  1. het voorhuwelijks vermogen en schulden;
  2. erfrechtelijke verkrijgingen en giften;
  3. verhaal privé schuldeisers;
  4. draagplicht schulden.

Deze beperkingen zullen hieronder worden besproken.

1.Voorhuwelijks vermogen en schulden

Voorgesteld wordt om het zogenaamde ‘voorhuwelijks’ vermogen en schulden buiten de gemeenschap te houden. Ieder der echtgenoten behoudt dat zijn ‘eigen’ vermogen en schulden. Alleen het vermogen dat tijdens het huwelijk wordt verworven en de schulden die tijdens het huwelijk worden aangegaan vallen in de gemeenschap.

2.Erfrechtelijke verkrijgingen en giften

Een andere belangrijke beperking ziet toe op erfrechtelijke verkrijgingen en giften. Vallen onder de huidige wetgeving de erfrechtelijke verkrijgingen en giften nog in de gemeenschap van goederen (mits er geen sprake is van een uitsluitingsclausule), in het voorstel worden deze volledig buiten de gemeenschap gehouden.

3.Verhaal privé schuldeiser

In het voorstel wordt de mogelijkheid van privé schuldeisers om gedurende het huwelijk verhaal te zoeken op gemeenschapsgoederen, beperkt tot de helft van de opbrengst van het uigewonnen goed. De andere helft komt toe aan de andere echtgenoot en valt in het vervolg buiten de gemeenschap. Deze andere echtgenoot heeft ook de mogelijkheid om het gemeenschapsgoed over te nemen (privé te maken) door betaling vanuit zijn eigen vermogen de helft van de waarde van het goed aan de schuldeiser.

4.Draagplicht schulden

Het voorstel behelst een beperking van de interne draagplicht van echtgenoten bij echtscheiding. In het voorstel wordt bepaald dat – indien de gemeenschapsgoederen niet toereikend zijn om de gemeenschapsschulden te voldoen – de gemeenschapsschulden worden gedragen door de echtgenoot van wiens zijde zij in de gemeenschap zijn gevallen, voor zover de aard van de schulden niet tot een andere draagplicht leidt.

Bewijs tussen echtgenoten

Evenals in de huidige wetgeving kent ook de voorgestelde wetgeving het bewijsvermoeden van het zijn van een gemeenschapsgoed. Indien de echtgenoten niet kunnen bewijzen dat het een privé goed betreft, dan wordt het goed als gemeenschapsgoed aangemerkt. Het bijhouden van een administratie is niet verplicht.

Afwijkende afspraken middels huwelijkse voorwaarden

Voor alle beperkingen geldt dat de echtgenoten middels huwelijkse voorwaarden andersluidende afspraken kunnen maken. Willen de echtenoten dat ook het voorhuwelijks vermogen en schulden in de gemeenschap vallen, dan kunnen zij die afspraak in een akte van huwelijkse voorwaarden vastleggen.

Toepassingsbereik

De voorgestelde regeling zal niet gaan gelden voor al bestaande huwelijken (en huwelijksgemeenschappen).

Consultaties betreffende wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is aan meerdere organisaties ter consultatie voorgelegd. Onder meer Netwerk Notarissen, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de Nederlandse Orde van Advocaten, de Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders hebben op het voorstel gereageerd. Het voorstel is niet zonder kritiek gebleven.

Enkele kritische kanttekeningen zijn de volgende:

  • Niet is onderzocht of de meerderheid van de groep van in algehele gemeenschap van goederen gehuwden een bewuste keuze hiervoor heeft gemaakt. Omdat daar geen onderzoek naar is gedaan, kan geen uitspraak over het maatschappelijk draagvlak worden gedaan.
  • Het niet of nauwelijks bijhouden van een administratie zal mogelijk extra procedures met zich meebrengen.
  • Het niet of nauwelijks bijhouden van de administratie zal ook met zich meebrengen dat de doelstellingen van het voorstel niet worden gehaald.
  • De beperking van de omvang van het gemeenschappelijke vermogen brengt een versobering van rechtswege mee van de veronderstelde lotsverbondenheid tussen echtgenoten.

Maatschappelijk draagvlak

In de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel wordt door de initiatiefnemers een reactie gegeven op de kritiek. De initiatiefnemers stellen dat er wel degelijk onderzoek is verricht naar het maatschappelijk draagvlak. Het lijkt er echter op dat dit onderzoek alleen gericht is geweest op aanstaande echtgenoten die zich tot een notaris hebben gewend. Uit onderzoek van het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat de overgrote meerderheid van aanstaande echtgenoten zich niet tot een notaris wenden, althans dat er geen huwelijkse voorwaarden worden opgesteld. In de periode van 2004 – 2009 trouwden namelijk maar liefst 75% van de mensen in gemeenschap van goederen. Indien het onderzoek waar de initiatiefnemers hun voorstel mee verdedigen slechts heeft plaatsgevonden onder de resterende 25% van de aanstaande echtgenoten, dan kan daarmee niet gezegd worden dat er sprake is van een maatschappelijk draagvlak. Onderzocht zou moeten worden of er maatschappelijk draagvlak is onder de groep aanstaande echtgenoten die niet van plan zijn zich tot een notaris te wenden.

Het voorstel is ingegeven door de gedachte dat alleen hetgeen door de inspanning van beide echtelieden tijdens het huwelijk wordt verworven, aan hen beiden toekomt. Om duidelijkheid te hebben over welke goederen gemeenschappelijk zijn en welke privé (voorhuwelijks vermogen en schulden), zullen de echtgenoten een administratie moeten bijhouden. Een verplichting daartoe bestaat echter niet. Houden de echtgenoten geen administratie bij en kunnen zij daardoor niet bewijzen of een goed al dan niet privé is, dan wordt het goed volgens het voorstel geacht gemeenschappelijk te zijn. De ervaring met het periodiek verrekenbeding heeft geleerd dat veel echtgenoten geen administratie bijhouden van hun vermogen (zie de brief van de Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators naar aanleiding van het wetsvoorstel). Het doel om voorhuwelijks vermogen buiten de gemeenschap te houden zal daarom in veel gevallen niet worden behaald.

Ook de overige kritische kanttekeningen zijn door de initiatiefnemers niet afdoende weerlegd. Of de voorgestelde wetgeving daadwerkelijk zal worden ingevoerd is dan ook nog maar de vraag.

Wilt u meer informatie over het wettelijk stelsel van gemeenschap van goederen, neem dan contact op met Van Diepen Van der Kroef Advocaten Hoorn.
telefoon: 0229 – 28 70 00