Voorontwerp wetsvoorstel afwikkeling massaschade in een collectieve actie

Op 7 juli jl. heeft minister van Veiligheid en Justitie I.W. Opstelten een voorontwerp van het wetsvoorstel afwikkeling massaschade in een collectieve actie in consultatie gegeven.

Dit wetsvoorstel strekt tot invoering van een collectieve schadevergoedingsactie en ziet op het verzoek tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het wetsvoorstel heeft tot doel een efficiënte en effectieve collectieve afwikkeling van massaschade te bevorderen en een ongewenste claimcultuur te voorkomen.

Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat gestreefd is naar een balans tussen enerzijds het belang van gedupeerden om hun rechten te kunnen verwezenlijken en anderzijds het belang van aangesproken partijen om beschermd te worden tegen ongefundeerde of lichtvaardige massaclaims. Het wetsvoorstel maakt het voor gedupeerden gemakkelijker om schade collectief te verhalen, zonder dat daarmee de positie van de aangesproken partij in het gedrang komt.

Introductie stapsgewijze collectieve schadevergoedingsprocedure

Het wetsvoorstel schaft het bestaande verbod op het vorderen van collectieve schadevergoeding in geld af en introduceert een met waarborgen omklede stapsgewijze collectieve schadevergoedingsprocedure. Deze procedure kan worden ingezet wanneer partijen niet bereid zijn in onderhandeling te treden over een collectieve afwikkeling of er niet in slagen een schikking te bereiken (de ”stok achter de deur”). De collectieve schadevergoedingsprocedure in dit wetsvoorstel is erop gericht dat partijen, onder regie van de rechter, zoveel mogelijk proberen in gezamenlijkheid tot afwikkeling van een massaschade te komen door middel van een collectieve vaststellingsovereenkomst. Deze aanpak doet volgens de Memorie van Toelichting recht aan de complexiteit van collectieve toekenning van schadevergoeding in geld en aan de uiteenlopende belangen die daarbij spelen. Partijen kunnen daarbij gebruik maken van bestaande instrumenten zoals de preprocessuele comparitie, de procedure voor het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en de Wet Collectieve Afhandeling Massaschade.

Waarborgen belangen aangesproken partij en gedupeerden

Alleen in het uiterste geval doet de rechter in een collectieve schadevergoedingsprocedure een uitspraak over voorstellen van partijen voor de collectieve afwikkeling van gelijksoortige schades. In dat geval stelt hij een regeling vast voor de collectieve afwikkeling van de massaschade aan de hand van door partijen aangedragen schadecategorieën. De beoogde procedure vormt een belangrijke waarborg dat de positie van de aangesproken partij niet in het gedrang komt. Het wetsvoorstel bevat daarnaast enkele aanvullende waarborgen. Zo bevat het wetsvoorstel zwaardere ontvankelijkheidseisen voor belangenorganisaties ten opzichte van de eisen die worden gesteld in een collectieve actie. Ook introduceert het wetsvoorstel een regeling om te voorkomen dat een Nederlandse collectieve schadevergoedingsactie aanzuigende werking heeft op partijen die schadevorderingen in Nederland willen afwikkelen, maar die een onvoldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer hebben. Voorts concentreert dit wetsvoorstel collectieve schadevergoedingszaken bij één rechtbank, zodat expertise kan worden opgebouwd en problemen bij de coördinatie van verschillende procedures kan worden vermeden.

Verzwaring ontvankelijkheidseis belangenorganisaties: deskundigheid

Onderdeel a van het nieuw voorgestelde lid 5 van artikel 3:305a BW verlangt dat de rechtspersoon die een collectieve actie instelt die strekt tot schadevergoeding in geld, voldoende deskundig is terzake van de rechtsvordering en geacht kan worden de belangen waarvoor hij opkomt op zorgvuldige wijze te behartigen.

Als voorbeeld wordt genoemd een deskundig bestuurslid of doordat is voorzien in een goede toegang van de organisatie tot zo’n deskundige. Deskundigheid kan volgens de Memorie van Toelichting ook zien op de inrichting van de organisatie, doordat zij voorziet in een goede governance, bijvoorbeeld door middel van een toezichthoudend orgaan waarin personen zitting hebben die deskundig zijn. Een vergelijking wordt gemaakt met de eisen die de Claimcode stelt op het punt van governance.

Het vereiste van deskundigheid is op zijn plaats, omdat de belangen van de gedupeerden het vergen dat hun belangenbehartiger de in het geding zijnde materie tot in de puntjes beheerst. Onderhandelingen over collectieve afwikkeling van schade vinden op hoog niveau plaats. Door betrokkenheid van een of meerdere deskundigen aan de zijde van de gedupeerden wordt recht gedaan aan het rechtvaardigheidsprincipe van een gelijk speelveld (level playing field).

Verzwaring ontvankelijkheidseis belangenorganisaties: zorgvuldige belangenbehartiging

Een andere drempel voor ontvankelijkheid is het vereiste dat de belangenbehartiger geacht moet worden de belangen waarvoor hij opkomt op zorgvuldige wijze te behartigen. Een gehoorde klacht bij collectieve acties is dat een belangenbehartiger veelal slechts haar eigen doel dient zonder zich voldoende om de belangen van de gedupeerden te bekommeren.

De eis van zorgvuldige belangenbehartiging geeft de rechter een handvat om in gevallen waarin de governance op papier correct geregeld lijkt, toch tot niet-ontvankelijkheid te komen. Uit de eis in het huidige lid 2 van artikel 3:305a BW dat de belangen met de rechtsvordering voldoende moeten zijn gewaarborgd, valt af te leiden dat de rechter de zorgvuldige belangenbehartiging dient te koppelen aan de rechtsvordering. Een rechtspersoon wordt niet ontvankelijk verklaard, wanneer met de rechtsvordering de belangen van de personen ten behoeve van wie de rechtsvordering is ingesteld onvoldoende gewaarborgd zijn.

In het wetsvoorstel wordt aan de rechter een grotere beoordelingsruimte gegeven. Denkbaar is dat de rechter oordeelt dat de belangen van de gedupeerden op zichzelf zijn gediend met de rechtsvordering, waarmee is voldaan aan het vereiste van het huidige lid 2 van artikel 3:305a BW, maar dat de belangenorganisatie daarbij teveel een eigen financieel belang heeft. Uit de Memorie van Toelichting valt af te leiden dat de rechter kan nagaan hoe bijvoorbeeld de financiering is geregeld en of de belangenbehartigende organisatie niet haar eigen commerciële belangen nastreeft, omdat een financieel belang van de belangenbehartiger nu eenmaal de wijze beïnvloedt waarop de procedure wordt gevoerd en de bereidheid om te schikken zodanig kan beïnvloeden dat de personen voor wie wordt opgekomen in hun belangen worden benadeeld. De rechter kan zich onder meer baseren op inleg-vereisten of eventuele resultaatsafhankelijke beloningen van de belangenbehartiger. Ook de Claimcode gaat uit van een belangenbehartiging zonder winstoogmerk en stelt eisen aan de onafhankelijkheid van de belangenbehartigende organisatie en haar adviseurs, bestuurders en raad van toezicht.

Conclusie

De invoering van de collectieve schadevergoedingsprocedure is een welkome ontwikkeling. In het geval van massaschade zal een grote groep gedupeerden met behulp van de beoogde regeling op relatief snelle en eenvoudige wijze genoegdoening kunnen verzoeken, waarbij het feit dat rechterlijke instanties niet worden overspoeld met vele individuele claims ook als groot voordeel van de beoogde regeling kan worden aangemerkt. Invoering van het wetsvoorstel zal er bovendien toe leiden dat belangenbehartigers met onzuivere bedoelingen van het toneel van de collectieve schadevergoedingsprocedure worden geweerd. Een dergelijke ontwikkeling is slechts toe te juichen.

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen met betrekking tot dit wetsvoorstel.

Dit artikel werd geschreven door Martijn Bonefaas, advocaat Financieel Recht en Partner bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten Hoorn